Archive :: Controlling Crowds

"Begin er song per song aan, en waag je dan pas aan het geheel. Zo heb ik het ook gedaan", was de raad die Darius Keeler ons toevertrouwde. En gelijk heeft hij: het nieuwe Controlling Crowds is een bijna onmogelijke brok om je tanden in te zetten, maar wie even doorzet ontdekt een behoorlijk sterke conceptplaat.

Horror vacui. Heeft u al eens van die Latijnse term gehoord die de angst voor de leegte uitdrukt? Indien niet, dan kan Controlling Crowds als een uitstekend voorbeeld ter hand worden genomen. Archivarissen Darius Keeler en Danny Griffiths die de spil van de groep uitmaken, houden immers niet van lege plekjes, niet op een cd en niet in hun muziek. En dus is op hun zesdeling werkelijk elke beschikbare minuut van het schijfje benut en is elke seconde muziek volgeplamuurd. Naar Archive luister je niet om de stilte te laten spreken.

’t Is immers prog as we know it, Jim: groots van opzet, conceptje erachter, opgedeeld in drie delen en aldus een soort verhaal suggererend. Al blijft van dat laatste niets over: goddank krijgen we geen Tommy-achtig soapverhaal, maar blijft het bij een vaag schetsen van een wereld waarin iedereen zich voortdurend gecontroleerd voelt. Horen we iemand "Big Brother", "1984" en "Georges Orwell" in de juiste volgorde roepen? Niet helemaal, want het album mag dan deels futuristisch aandoen, net zo goed reflecteert het de brutale Naziterreur, onder de indruk als Keeler was van een bezoek aan Auschwitz. In elk geval is Controlling Crowds een post-9/11-plaat zoals er maar weinig zijn geweest: de paranoia van naughties is voelbaar in elke track en elke zin.

Muzikaal is er weinig veranderd aan het sjabloon triphop meets Pink Floyd — maar deze keer worden nog wat meer registers opengetrokken. In vergelijking met voorganger Lights is Controlling Crowds een plaat die de luisteraar nauwelijks een rustpunt gunt. Van bij de monumentale titeltrack tot het afsluitende "Funeral" wordt in dertien overvloeiende tracks een wereld geschetst waarin de groepsleden zich naar eigen zeggen konden verliezen. En dan is er nog dat vierde deel — een album op zich — waarvan de groep nog niet weet hoe en wanneer het op de mensheid zal worden losgelaten.

In stukjes hakken om grip op de situatie te krijgen is dus inderdaad de boodschap, en langzamerhand worden in het massieve blok dan toch brokjes schoonheid hoorbaar. Neem nu single "Bullets": typisch Archiveritme, voortkabbelende synths die plots gevaarlijke draaikolken blijken te zijn, repetitief en hypnotiserend. In "Quiet Time" keert rapper Rosk John terug, twaalf jaar na zijn vertrek toen de groep na debuut Londinium grotendeels uit elkaar viel, en dat is een welkome zet. Zijn raps geven een nieuwe vitaliteit aan het vertrouwde Archivegeluid zoals dat ondertussen werd ontwikkeld.

Sterker nog zijn die titeltrack, een trip van tien minuten zoals de groep dat perfect in de vingers heeft zitten, en sleuteltrack "Collapse/Collide" waarin zangeres Maria Q’s stem de kust speelt waar een branding van massageluiden op te pletter golft. Voor één keer voelt haar inbreng niet te gekunsteld aan en is het designloftgevoel ver weg. Dat krijgen we dan weer wel bij "Clones", dat iets te generische triphop is uit de tijd dat de yuppies het genre al lang naar de marketinghel hadden gesleept.

Controlling Crowds is een grondige showcase van het Archivekunnen: een plaat waarop de groep zijn geluid tot in de puntjes heeft ontwikkeld en dat ook uitgebreid laat zien. Dat bezorgt de luisteraar al eens het gevoel een uithoudingsrit te moeten uitzitten, en een imperial overstretch-indruk is niet van de lucht. Op dit magnum opus wil de groep zoveel doen dat het al eens te veel wordt en er iets meer zwakke punten vallen dan noodzakelijk. Echt vervelend wordt het op geen enkel moment; de manier waarop de tracks in elkaar overvloeien zorgt ervoor dat de volle tachtig minuten als een logisch en coherent geheel voorbijtrekken. Samengevat: boeiende plaat, zware dobber.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + 8 =