Archive :: 1 november 2015, Het Depot

Strak, maar tegelijkertijd ook erg gespannen. Begeesterd, maar toch een beetje zielloos. Een machine, maar daardoor juist ook wat onmenselijk. De vijfde Belgische conventie van de Archive-partij in 2015 was niet zozeer massa-entertainment als wel een pervers rondje indoctrinatie.

Met het in januari verschenen Restriction onder de arm passeerde Archive dit jaar al vier keer langs Belgische podia: twee keer traden ze op in de AB, in de zomer gingen Rock Werchter en Brussels Summer Festival voor de bijl. Vooral de zaalconcerten van het Britse collectief lieten een geoliede machine horen die de nummers van de inmiddels tiende plaat met klinische precisie naar een livesetting vertaalde. Tegelijkertijd vormt die strakheid ook een beetje de zwakte van de groep: hoewel Restriction een behoorlijk gevarieerde en goed in het gehoor liggende plaat is, klinken de songs soms ook een beetje berekend en steriel.

Al zou het verkeerd zijn de band onder de noemer mathrock te (ahum) archiveren. Op hun eerste albums neigde het project van spilfiguren Darius Keeler en Danny Griffiths – gisteren allebei achter hun eigen synthesizer gezeten – weliswaar vooral naar elektronische muziek, maar gaandeweg traden de gitaren meer op de voorgrond ten voordele van een progressiever geluid dat, bij gebrek aan een betere term, alternatieve rock heet.

En ook gisteren waren de gitaren nadrukkelijk aanwezig: tijdens het refrein van binnenkomer “Feel it” – tevens de opener van hun meest recente plaat – scheurde het snaarinstrument meteen een eind weg. De enthousiaste drummer hitste het publiek verder op met zijn naar punk ruikende mokerslagen, al werkte de jakkerende ritmiek van “Conflict” even later vooral op de zenuwen. Ondertussen lonkte zanger Dave Penn in “Finding It So Hard” openlijk naar het theatrale van Matt Bellamy: het is duidelijk dat Archive het grote gebaar niet schuwt. Ook het furieuze “Fuck U” maakte dat duidelijk, met zijn extatisch meegebrulde refrein en razende net-niet-metal op het einde.

En toch kwam het nergens tot een echte catharsis. De Londenaren hamerden op mantra’s (“Send me under” in het hypnotiserende “Baptism”, “Feel / Trust / Obey” in het met harmonieuze samenzang opgesmukte “Dangervisit”) en herhaalden muzikale motiefjes tot ze je de oren uitkwamen, maar echt veel gebeurde er niet. Het zorgde er vooral voor dat Archive gisteren ietwat cerebraal overkwam. Dit is muziek voor het hoofd, eerder dan voor het hart, zoals ook de tekstuele thema’s doen vermoeden: de nummers van het collectief hebben vaak een politieke inslag – zo was het eerder vermelde “Fuck U” oorspronkelijk als een sneer naar George W. Bush bedoeld – en de nadrukkelijke pathos is dan ook enigszins ondergeschikt aan de concepten en ideeën die de groep naar voren schuift. Al leek het aanwezige publiek zich daar niet aan te storen, want een eenvoudig commando van Penn volstond om de armen gewillig de lucht in te sturen.

Hier en daar slaagde het Britse collectief er toch in ons even naar de keel te grijpen: zo zorgde “Distorted Angels” voor een zeldzaam rustpunt in de set, en mocht het monumentale “Lights” de zaal tijdens de bisronde in vuur en vlam zetten. Het pijnlijke relaas van een man die zijn enige dochter verliest, is ongetwijfeld een van de meest emotionele nummers die Keeler en Griffiths ooit neerpenden. Maar toch leek het jammer genoeg alsof de gestaag opbouwende piano’s en gitaren gisteren eerder angst wilden inboezemen dan ontroeren. In al zijn politieke engagement is Archive de wijze woorden van Franklin D. Roosevelt vergeten: “the only thing we have to fear, is fear itself”. Een iets meer ontspannen geluid zou deze heren zeker deugd doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =