Yevgueni :: ”Ik vraag me soms af of het leukste niet al gepasseerd is”

Drie albums ver, op één in de Ultratop, met muziek waar hip Vlaanderen doorgaans uit gemakzucht de neus voor ophaalt: Yevgueni. De eerlijke luisteraar hoort van deze dromerige romantici echter songs die onder het vel kruipen en zonder veel blozen naast die van de hipste singer-songwriters kunnenstaan.

enola: Als je even niet op de taal let, valt meer dan ooit op dat jullie nog maar erg weinig met kleinkunst te maken hebben. Geraken jullie intussen eindelijk van dat stigma af?
Klaas Delrue (zang, gitaar): "We hebben er een beetje op gemikt deze keer. Niet met enkele hippe referenties voor ogen, maar met de gedachte Als ze er nu niet de tekst bij hebben…’. Ik heb een aantal Engelstalige vrienden en die kwamen zelfs bij Kannibaal al met totaal andere referenties af dan de Nederlandstalige pers. Met deze plaat hebben de lat muzikaal dan ook echt hoger gelegd. dEUS is af en toe gevallen (lacht), maar dat ging dan meer om enkele specifieke trucjes."
Geert Noppe (toetsen): "Repetitie-jargon is dat. (lacht)"
Delrue: "De technieker heeft het op een bepaald moment zelfs over Nederlandstalige postrock gehad toen we "Stapels en lijstjes" aan het inblikken waren. We weten het dus en vinden het ook fijn dat dat nu begint op te vallen. Sommige mensen spreken van een kleine evolutie, maar mensen met weinig oogkleppen, spreken van Bright Eyes, Bonnie Princie Billy of zelfs Wilco. Dat is absoluut fijn ja."
Maarten Van Mieghem (gitaar, bas): "Het blijft wel een feit dat mensen zich wat moeten kunnen of willen openstellen om dat te ontdekken. Er zijn nog steeds magazines en kanalen die alleen maar onze naam moeten horen om te weten dat het niks voor hen is. Die baseren zich dan op onze eerste plaat of zo. Maar je moet natuurlijk ook wel echt willen luisteren naar hetgeen op de CD staat."

Delrue: "We moeten ook realistisch zijn: we zijn ook niet altijd door onze beste of hipste nummers bij het brede publiek bekend zijn. Heel veel mensen kennen ons van (TV-programma, (mvm)) "Zo is er maar één": "Laat ons een bloem". Met een beetje geluk ook van "Als ze lacht" en nog wat meer geluk "Manzijn". Het is anderzijds wel de job van sommige mensen om daarachter te gaan kijken en dat gebeurt niet altijd blijkbaar. Ik snap wel dat als dat onze visitekaartjes zijn, we niet de meest geloofwaardige groep van Vlaanderen zijn. We hebben daar echter ook heel veel aan te danken, dus we moeten nu ook niet gaan janken dat we daar nog een paar muren te doorbreken hebben. Dat zal ooit wel gebeuren."

enola: Jullie hebben op de vorige twee albums telkens een opgemerkte cover geplaatst. Als jullie nu even dromen en pakweg "Stapels en lijstjes" of "’t Zal wel niet mogen" door een Engelstalige artiest gecoverd wordt. Door wie dan?
Delrue: "Wannes van Het Zesde Metaal was op de CD-voorstelling en pikte zoals veel mensen "Stapels en lijstjes" eruit als een van de strafste nummers. Ik ben zelf Westvlaming en eigenlijk is dat nummer ontstaan als acht zinnetjes in het Westvlaams. Ik vond dat te goed om naar het AN te vertalen en dacht dat eerst aan Wannes te geven. Plots bedacht ik echter de juiste AN-vertaling, dus is het toch een Yevgueni-nummer geworden. Maar ik hoor Het Zesde Metaal dat nummer dus zeker coveren. Wat internationale namen betreft…(stilte)"
Van Mieghem: "Ik durf het bijna niet zeggen, maar: Mogwai. (hilariteit)"
Noppe: "Dat is wel een erg gevaarlijke vraag hè."

enola: Ja, misschien wel. Maar Mogwai kan ik niet opschrijven: die zingen bijna nooit.
Van Mieghem: "Laten we zeggen: de gezongen gedeelten door Nirvana dan (hilariteit)."

enola: Stef Kamil Carlens heeft tijdens de opnames jullie muzikale horizonten mogen verbreden. Wat hebben jullie dan zoal leren kennen?
Delrue: "Dat waren geen specifieke groepen of zo. Het was meer zo dat we na een jaar of zo werken op die nummers door onze meest frisse ideeën heen zaten. Als je dan gaat opnemen, heb je een goede plaat. Dat hebben we vorige keer gedaan. Nu hebben we net op dat moment dat je denkt dat de nummers af zijn er nog iemand bij gehaald die veel ervaring heeft met songschrijven."
Noppe: "Hij vooral stimulerende en aanvullende opmerkingen gegeven. Bijvoorbeeld het einde van "Stapes en lijstjes", daar heeft hij een belangrijke invloed in gehad."
Van Mieghem: "Hij vond ook dat we een groep met goeie muzikanten waren, maar dat dat meer gehoord mocht worden in individuele partijen. We hebben als groep de neiging om soms teveel samen te spelen en elkaar niet teveel voor de voeten te willen lopen. Hij vond dat in stukken waar niet gezongen wordt, de gitarist of de pianist er eens voor mogen gaan. De drummer ook."
Delrue: "Het is ook moeilijk om de aandacht op jezelf te trekken, maar als Stef Kamil dat dan op zijn manier zegt. "Manne, groaven bàsklaank.", dan geraakt dat wel meer vooraan in de mix. Als wij dat zelf moeten beslissen, duurt het drie repetities voordat iedereen zich daarbij neerlegt."

enola: Wouter Van Belle lijkt me daar als producer anders ook de geschikte man voor.
Noppe: "Ja, maar hij heeft een andere aanpak en focust minder op de pre-productie."
Delrue: "Wouter zit meer dan een uur op zijn tanden te bijten in de studio tot hij begint te vloeken. Dat is ook een paar gebeurd bij deze CD. We wilden Wouter dan ook zeker behouden in de studio, maar voor de stap voor je de studio ingaat, heeft hij het geduld niet. Het verbaasde mij ook echt dat Stef Kamil vier dagen de tijd heeft genomen om met ons mee te repeteren. Dat kan je van de meeste producers niet verwachten. Hij is ook de ideale mens om de twijfels weg te nemen als je vreest dat iets te poppy is of zo. Dan zegt hij "Manne, dat is gewoen kei-graaf" (lacht)"
Van Mieghem: "Als je tegen Stef Kamil zegt dat je vreest dat een arrangement misschien wat te Dire Straits is, zegt hij vlakaf "Dire Straits, da’s toch bangelijk!" (hilariteit)"

enola: "Nieuwe Meisjes" en "Werken in de media" steken als popsongs erg af tegen de rest van de plaat. Hebben jullie overwogen om die weg te laten en de vernieuwing meer in de verf te zetten?
Delrue: "Achteraf gezien heb je dat bij elke plaat wel een beetje. Maar nu hadden we dat vreemd genoeg niet door. Zeker "Werken in de media" vonden we redelijk aansluiten bij de rest. "Nieuwe meisjes" is van in het begin een buitenbeentje geweest, maar dat vonden we om andere redenen dan weer te goed om te schrappen. Wouter heeft voorgesteld om het gewoon vooraan te zetten, zodat de rest van de plaat er als geheel blijft staan. Het enige nadeel is dat recensenten die niet verder dan het eerste nummer zouden luisteren een verkeerde indruk krijgen (lacht), maar daar zijn we intussen alweer doorheen. Nu merken anderen dan weer dat alles een niveau hoger en zwaarder is behalve die twee nummers. Jij bent nu de eerste die dat in zoveel woorden zegt, maar ik denk dat het nog goed komt met die nummers."

enola: Ik wil niet zeggen dat dat slechte nummers zijn, maar als je ze weghaalt, krijg je een heel andere plaat en zou de gelijkenis met bijvoorbeeld Bright Eyes veel duidelijker zijn.
Van Mieghem: "Ja, maar nu bekijk je het wel vanuit een heel sterke indie-hoek. Als je die nummers eraf haalt, heb je inderdaad een zeer coherente plaat, maar wij blijven een groep met verschillende gezichten en – ook niet onbelangrijk – ons publiek heeft ook zeer veel verschillende gezichten. Er zullen mensen die nummers er net uitlichten omdat ze vrolijk en poppy zijn. Wij proberen die twee gezichten toch op onze plaat te bewaren en dan loop je aan twee kanten het risico dat het niet goed is. Dan krijg je van die indie-gasten die vragen waarom je twee van die draken van nummers op je plaat kan zetten. (lacht) Maar dat is gewoon Yevgueni."

enola: Maar ik kan me net voorstellen de omgekeerde reactie ook veel zal voorkomen. Wie "Nieuwe meisjes" hoort of jullie kent van "Als ze lacht", zal bij "Stapels en lijstjes" toch wel schrikken.
Delrue: "Ja, daar hebben we ook aan gedacht, maar bewust geen rekening mee gehouden, want anders blijf je stilstaan."
Noppe: "En het blijkt ook enorm me te vallen."
Delrue: "Ja, sinds de albumpresentatie weten we heel goed waar we staan. Veel fans horen inderdaad de verschillen, maar zijn mee en vinden het ook een verbetering. Daaruit blijkt toch ook dat we echt voor onze generatie aan het werken zijn en dat die een veel bredere smaak heeft dan je zou denken."

enola: In de teksten valt me op dat de donkere kant van Klaas niet langer verstopt zit achter Robbie, maar veel opener aanwezig is. Robbie staat zelfs letterlijk alleen nog tussen haakjes.
Delrue: "(stilte) Ja, naast de muzikale vernieuwing, vind ik dat ook wel de meest opvallende evolutie op deze nieuwe CD. Het leuke is ook dat het er niet vingerdik op ligt, want er zijn niet zoveel mensen die het al in die mate opgemerkt hebben. Het is absoluut zo dat het aandeel ernst flink is toegenomen en niet allemaal verstopt zit in een cover van het donkerste nummer ter wereld. Het zit verspreid over verschillende nummers die weliswaar een autobiografische indruk kunnen geven, maar ook veralgemeend kunnen worden naar een groep mensen of leeftijdsgenoten of zo. Dat was altijd wel een beetje de truc met Robbie: ik zal mijn gevoel van ondraaglijke lichtheid in een nummer stoppen en dan kan ik voor de rest mijn goesting doen.
Je maakt ook dingen mee die ik daarvoor niet had meegemaakt. Er is iemand die vrij dicht bij me stond gestorven. Ik zou als buitenstaander ook wel denken dat die mannen iets meer te vertellen hebben dan vijf jaar geleden, maar dat is ook logisch want een volwassen mens heeft ook wel meer te vertellen dan een student natuurlijk."

enola: Het is bij momenten inderdaad erg herkenbaar, ook als ik rond me kijk naar andere leeftijdsgenoten: de generatie die rond de eeuwwissel is afgestudeerd en van het grote antiglobalistische ideaal in een post9/11-wereld terecht is gekomen. Een wat depressieve generatie precies. Moeten gaan werken, maar tegen hun goesting omdat het er enkele jaren eerder allemaal heel wat rooskleuriger uitzag.
Delrue: "Die link met de arbeidsmarkt en antiglobalisten had ik zelf nog niet gelegd, maar ik denk dat het een vorm van milde depressie is, die in mijn geval met een supergelukkige jeugd te maken heeft. Flip Kowlier heeft dat ook ooit gezegd. Het gevoel van "De man van 32" is niet een van met de kop in de grond lopen, maar je afvragen of het leukste misschien niet al gepasseerd is. En dat is een heel ambetant gevoel. Dat je echt een hele toffe jeugd gehad hebt en dan kom je nog eens in Leuven zonder veel moeite feesten en een diploma halen. Dat is een beetje het gevoel waar ik uit schrijf, maar je probeert dat niet te gedetailleerd te doen, zodat dat gevoel nog op 100 andere manieren kan geïnterpreteerd worden natuurlijk. Dat heeft met de leeftijd van 30 jaar te maken.
Ik denk niet dat dat zo specifiek voor onze generatie is, want ik weet dat mijn vader dat ook heel erg gehad heeft na. Je bent dan ongeveer vijf jaar aan het werk en ziet nog ongeveer dertig jaar voor je. Als je ervan gedroomd hebt om artiest te worden, is het ongeveer te laat. Ik heb dat kunnen doen, dus kan dat een beetje relativeren, maar sta ook met een been in een day job en zie ook dat de meeste mensen daar ook een jaar of 30 in blijven. Ik denk dat die leeftijd daarom ook zo zwaar op je schouders valt. Het gevoel dat als er nu niet rap iets nieuws gebeurt, dat je dan nog 30 jaar ongeveer hetzelfde leven hebt. Dat is een totaal misplaatst besef, maar het is er wel bij veel mensen. Je kan elk jaar iets nieuws toevoegen aan je leven natuurlijk."
Noppe: "Ik denk dat het dat ook net is. Dat je die vrijheid hebt, maar niet altijd grijpt."
Delrue: "Ja, het is zeker een misplaatst gevoel. Een beetje de keerzijde van verwend te zijn. Sommige mensen stelden zich zelfs niet de vraag "Misschien moet ik artiest worden?" als ze 23 waren en afgestudeerd, dus ja."

enola: In de psychologie heet dat ambivalentie, geloof ik?
Noppe: "(knikt) Ja (stilte, gegrinnik)"
Delrue: "Ow-kay (hilariteit) Afronden die handel. Die studies liggen al lang achter ons."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =