Seven Pounds




Hot damn, sommige films zijn leuk om te bespreken. Zo van die films waarbij je na de eerste vijf minuten al door hebt hoe hard ze gaan sucken en waarbij je al snedige zinsconstructies zit te bedenken nog voor de credits over het scherm rollen. Wel, als we deze gedachtengang volgen, dan is ‘Seven Pounds’ a real treat. Heel de film lang heb je geen flauw idee waar de makers in godsnaam naartoe proberen werken, maar wanneer je bij het laatste kwartier bent gekomen… God ja, wat dan? Dan word je zowat uit je stoel geslagen, niet zozeer omdat de ontknoping zo krachtig is, maar omdat je buik zodanig veel pijn doet dat van al dat lachen, gieren en brullen. Een einde, dus, dat je nog lang zal bijblijven, maar dan for all the wrong reasons. ‘Seven Pounds’ is een namelijk een drama en dat zullen we geweten hebben.

Will Smith speelt ‘Ben’, een getroebleerd man – maar nee, nee, echt fameus getroebleerd he, genre ‘ik heb net Disaster Movie gezien en het wc-papier is op’, zó erg hé – die zich uitgeeft voor belastingsinspecteur. Hij bezoekt zeven verschillende mensen en zijn doel is, voor zover we dat kunnen opmaken, om te checken wie van hen goede mensen zijn. Wat ze met elkaar te maken hebben, waarom hij hen wil helpen, op welke manier en naar welke aanleiding, zijn allemaal zaken waarover we stevig in het duister tasten. Het enige dat we wel weten is dat die mensen allemaal grondig ziek zijn, meestal zelfs terminaal, en anders blind. Een van de mensen die hij opzoekt is Emily Posa, een knappe griet met een falend hart. Er bloeit duidelijk iets moois, maar over Bens verleden, zijn missie, zijn plannen en dus eigenlijk de hele plot, weten we daarmee nog altijd niets meer.

En hoe dichter de film de alle verbeelding tartende ontknoping nadert, hoe absurder en ongewild hilarischer hij wordt. Hoewel, hij begint ook al sterk: Ben hangt zwaar ademend aan de 911-lijn, waar hij zijn eigen zelfmoord aankondigt. Dan volgen de begintitels en we zien diezelfde man een verkoper uitkafferen aan de telefoon, terwijl de snaren van de steeds meer aanzwellende strijkers allesbehalve gespaard worden. Ik kreeg spontaan zin om te beginnen bleiten. Er was niks ontroerends aan heel die scène, maar de makers deden zó hun best, jong. Ben zelf begint in elk geval te snotteren als hij de telefoon neerlegt. Waarom? Ik weet het niet, maar er waren wel superveel strijkers op de achtergrond.

Zo krijg je twee uur lang onsamenhangende stukjes scène te zien, waarbij je nooit goed weet wat nu net de bedoeling is of waar de makers naartoe willen. De sérieux waarmee dit alles verteld wordt, is natuurlijk net wat het zo grappig maakt. Will Smith staat de ziel uit zijn lijf te acteren, maar zelfs zijn vertolking is zo misplaatst melodramatisch dat ze bijdraagt tot het volledig foute effect van het Grote Drama dat niet weet dat het eigenlijk een komedie is. Een beetje zoals Peter Van De Veire die denkt dat hij hetero is. Sorry, Peter, no offense, maar je moet het beestje ergens mee vergelijken…

‘The Pursuit of Happyness’ heb ik overigens nooit gezien, maar afgaande op het merendeel van de recensies die daarover verschenen zijn en de trailer, is het duo Smith/Muccino goed bezig om een sterk repertoire uit te bouwen. Misschien kunnen zij voor het volwassen drama doen wat Jason Friedberg en Aaron Seltzer hebben gedaan voor het spoofgenre, namelijk dat wat men het cinematografische equivalent van ‘kakken op het graf van uw tante terwijl de begrafenis nog bezig is’ noemt – ‘t is verre van stijlvol, niemand zat erop te wachten, je maakt jezelf er compleet belachelijk mee en geen kat die weet wat er nu eigenlijk de bedoeling van was. Ironisch genoeg waren die ‘… Movie’-komedies wel eerder diepgravende studies over het menselijke failliet dan gierende grappentirades, terwijl het doodserieuze ‘Seven Pounds’ net een vetgoeie komedie is.

Het is dus duidelijk dat de prent is het vakje ‘zo-slecht-dat-ie-weer-goed-wordt’ terechtkomt. Toch zit de prent visueel wel correct in elkaar. Alles is zo gemonteerd dat je er geen snars van begrijpt en nergens doet Muccini een groot verborgen talent vermoeden, maar je krijgt, ondanks alles, toch de indruk dat hij heel goed wist waar hij naartoe wou. Hij wist dat alleen totaal niet uit te voeren, zodat je als kijker compleet verloren loopt in zijn bizarre, loodzware stukje uitlachcinema. Ongetwijfeld hebben hij en Will Smith vanalles te zeggen over schuld, boete, verlossing en van die dingen, maar ons moeten ze daar gewoon niet mee lastig vallen. Het hele boeltje chronologisch door elkaar rammelen en er een half bataljon strijkers met een piano onder zwieren, maakt het nog niet artistiek en aangrijpend, hé mannen. Hoogstens artistiekerig en emotioneel verdraaid verwarrend. ‘Het raakt me niks, maar ik hoor violen! Shit, what to do, what to do?!’

Het eindresultaat is dus een soort non-drama zonder ook maar enig gevoel voor opbouw en logica dat uiteindelijk meer op de lachspieren dan op de traanklieren werkt. De acteurs doen wat ze kunnen met het lineair bekeken uiterst clichématige en zwakke scenario, maar hun over the top overgave zorgt toch ook weer voor hernieuwde hilariteit. Ja, er worden heus wel slechtere dingen gedraaid dan dit, maar als je ziet wat voor namen er op de affiche staan en hoe groot de ambitie van de makers is… Platte kak, hoor. Edoch, als we erover nadenken zijn de makers eigenlijk wel redelijk indrukwekkend in hun opzet geslaagd: na afloop van de film stonden de tranen ons in ieder geval in de ogen. Hoe of waarom laten wij – net als de film – voorlopig nog strategisch in het midden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − zeven =