Role Models




100 min. /
USA / 2008

Misschien is het hier wel gepast om te beginnen met een kleine
bekentenis: ja, ik vind Paul Rudd grappig. En ik zegt hier bewust
‘ik’ in plaats van het meer gebruikelijke ‘wij’, omdat ik daar
vooral niemand anders bij wil betrekken. Maar als u even naar zijn
bijrollen in ‘Anchorman’, ‘Knocked Up’ en ‘The 40-Year-Old Virgin’
kijkt, dan weet u hopelijk wel een beetje wat wij bedoelen. Het
probleem begint pas wanneer hij een hoofdrol te torsen krijgt: als
sidekick is hij volledig geknipt, maar laat naast hem
alstublieft Will Ferrell de show stelen, want als leading man komt
hij helaas nog erg veel tekort. Ja, ‘t is al goed ja, ik vind Will
Ferrell zéker grappig.

Maar goed, het helpt dus hoegenaamd niet dat Rudd hier naast
Seann William Scott wordt neergezet, een man wiens grootste
wapenfeit zijn rol als Stifler in de oorspronkelijke ‘American
Pie’-trilogie is en die we ook wel kennen van ander werk als – euh
– wel, variaties op Stifler die vooral verschillen in naamkeuze
eigenlijk. Nu heb ik absoluut niks tegen Stifler – hij heeft immers
een groot deel van mijn puberteit kleur gegeven – zolang zijn rol
maar beperkt blijft tot het af en toe debiteren van onnozele
theorieën over tetten en seksistische versiertips allerhande. Hier
krijgt hij gewoon teveel screen time, punt. Oké, en hij
kan geen kloot acteren, dáár, ik heb het gezegd.

Met dit helse duo gaat de film dus van start. Maar bon, als de
makers nu resoluut de kaart van de debiele vunzigheid hadden
getrokken, had deze prent nog een relatief grote kans op slagen
gehad (min of meer). We krijgen daarbij echter ook Levenslessen,
kleine kinderen en Stifler (of hoe ie ook heet) die veel te weinig
fuck‘ zegt. Blèh. Het verhaal gaat over twee verkopers
van energiedrank (‘koop Minotaur en blijf van de drugs,’ is hun
motto). De een (Stifler) doet zijn job graag en is een brok
brandende seks-, drank- en feestenergie (d’uh). De ander (Rudd)
haat alles en werkt iedereen daar stilaan mee op de zenuwen. Zo erg
zelfs dat zijn vriendin hem laat zitten, waardoor hij nog meer
depressief wordt en na een fout gelopen presentatie een
schoolstandbeeld beschadigt met zijn auto die vasthangt aan een
sleeptruck, omdat hij fout geparkeerd stond. Ik herinner me de
details niet meer. Wel zeker is dat de twee vrienden aankijken
tegen 30 dagen celstraf, óf 150 uur gemeenschapswerk, die ze moeten
doorbrengen bij een organisatie die kinderen zonder papa koppelt
aan betrouwbare vaderfiguren.

Vanaf dan gaat de hele film zo’n beetje als ‘Yes Man’, de nieuwe
Jim Carrey die eigenlijk al bijna letterlijk gekopieerd was van het
op zich ook niet bijster geslaagde ‘Liar Liar’. Paul Rudd moet het
leven omarmen, met andere woorden. Daarvoor krijgt hij de hulp van
Fogell, de nerd uit ‘Superbad’ (geweldige film, overigens) en het
kleine maatje dat onder zijn hoede komt. Fogell heeft in deze film
ook een andere naam, maar eigenlijk speelt Mintz-Plasse voor de
tweede maal op rij exact dezelfde rol en aangezien ik betwijfel dat
die mens ooit iets anders gaat presteren, blijf ik hem hier ook
gewoon Fogell noemen, kwestie van het niet te ingewikkeld te maken.
Fogell’s grote passie is LAIRE, een soort real life ‘World
of Warcraft’ meets de middeleeuwen, maar dan nóg
nerdier. Zijn ouders en de rest van de wereld beschouwen
hem – niet helemáál onterecht – als abnormaal, maar natuurlijk moet
ook hij gewoon omarmen wie hij is en zijn leven leiden zoals hij
dat zelf wil.

Stifler, ondertussen, begint sympathie te voelen voor een etter
van een zwart jongetje dat nog maar eens bewijst dat kinderen in
films zelden meer weten te bewerkstelligen dan een drastische
verhoging in het gebruik van het meer platvloerse gedeelte van uw
vocabularium. Eat your heart out, Dakota! Maar soit,
eigenlijk is vooral de eerste helft van de film écht slecht. Daarin
worden in het beste geval halfgeslaagde moppen afgewisseld met
idiote quotes die cool en in your face moeten klinken maar
daar steevast jammerlijk in falen. Ook het verhaal hangt met haken
en ogen aaneen en pas nadat de twee in het kinderopvangcentrum
terecht komen valt er hier en daar al eens iets te beleven. Al is
dat allemaal heel erg relatief.

Het enige element dat de film nog écht het bekijken waard maakt,
is de grandioze finale, die gekenmerkt wordt door een onrustwekkend
hoge en dus zeer genietbare dosis sillyness. De
zedenlesjes moet je er wel bijnemen, maar als de twee dudes met hun
kleine vriendjes op het grootste LAIRE-toernooi van het jaar
aankomen, konden wij toch enkele yeah‘s en you go
girlfriend!
‘s niet onderdrukken. Het siert de film ook dat hij
nergens hervalt in simpele platvloersheid gewoon om grof te zijn op
zich, zoals meestal wel voorvalt in dit soort komedies – herinner u
de drolscène uit ‘American Wedding’.

Een hoogvlieger is dit dus zeker niet, maar met al zijn clichés
en halfbakken moppen is dit filmpje af en toe toch nog een beetje
genietbaar. Voor een écht fantastische komedie gaat u beter naar de
nieuwe van de Coens, maar als u op een benevelde avond voor het rek
in uw plaatselijk videotheek staat en toch nog graag één filmpje
zou meenemen om daar de joligheden mee af te sluiten, dan zijn er
slechtere keuzes die een mens kan maken dan deze ‘Role Models’.
Ondertussen wachten wij, tegen het doktersadvies in, geduldig op de
nieuwe Will Ferrell.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =