Deerhunter :: Microcastle / Weird Era Cont.

Vindt u Deerhunter ook zo’n groepje dat zich te veel kwijt aan moeilijkdoenerij? Wel, de redding is nabij: met Microcastle worden alle uitspattingen en experimentjes eindelijk in een toegankelijk popgeluid geduwd, zoals het met Atlas Sound al eerder het geval was. En voorwaar, u zult als een blok voor dit plaatje vallen.

Het heeft grofweg een half jaar geduurd, maar na al die tijd begon het te klaren: Cryptograms was niet meer of minder dan een revelatie. Het toonde Deerhunter als een veelbelovende, wilde band die etherisch tussen hypnotiserende ambient, voortstuwende krautpunk en verwrongen popsingles zweefde, een band die al haar extreme persoonlijkheden genadeloos naast elkaar op tape smeet. Cryptograms was die ene spontane uitbarsting, waarbij iemand nog net eraan gedacht had om tijdens de opnames op start te duwen, die in enkele maanden evolueerde van een miskoop tot één van de meest gekoesterde albums uit het gezegende jaar 2007; verre van perfect, maar verdomd opwindend. In een jaar dat verder opvallend weinig soeps bracht, en een geweldig album van frontman Bradford Cox onder de noemer Atlas Sound wist te produceren, stond Microcastle dan ook consistent bovenaan het lijstje van onze meest geanticipeerde platen van 2008.

Tot hij eind mei, overigens tot Cox’ grote woede, lekte. Microcastle werd prompt beluisterd (we konden onszelf niet bedwingen; laat die blik dus maar achterwege). En nog eens, om daarna snel weer vergeten te worden: het was op het eerste gehoor een te brave plaat, met mooie luisterliedjes waar evenveel scherpe kantjes aanzaten als aan een zitzak. Dit was niet het Deerhunter waar we als een blok voor gevallen waren. Maar de steeds uitgestelde fysieke release bracht eindelijk inkeer: naar onze oren was Microcastle onder het laagje stof een heel stuk gerijpt, net zoals zijn voorganger. Een plaat die met het inkorten van de dagen haar afgevijlde geluid een pak beter tot zijn recht liet komen. Dat is dan ook de paradox van deze plaat: de groep duwt al zijn uitspattingen in één universeel, fijn afgemeten en ongelofelijk catchy geluid, maar toch duurt het even voor de gewenning optreedt. Waar de blazende intro “Cover Me (Slowly)” eerst nog afschrikt, sleurt ze je enige tijd later willens nillens mee in opener “Agoraphobia”, een schijnbaar lieflijk nummertje dat al snel even benauwend wordt als de tekst, waarin de protagonist vraagt om levend begraven te worden. En is “Little Kids” eerst nog een geeuwer van formaat, dan wordt het al snel een helder poppareltje.

Zo ontvouwt de plaat zich stilletjesaan: het pastorale titelnummer dat op het einde nog even aan het scheuren gaat om zijn demonen uit te drijven, de in echo gedrenkte country van “Saved By Old Times” en het akoestische “Calvary Scars” waarin Cox smeekt om een publieke kruisiging. En ook de categorie van de wereldnummers is vertegenwoordigd: “Never Stops” is het perfecte popnummer dat in het shoegazy refrein gewoon nog beter wordt, afsluiter “Twilight At Carbon Lake” is het ideale wollige dekentje voor koude winternachten, tot het de luisteraar lawaaierig probeert te verstikken, en “Nothing Ever Happened”, Deerhunters beste nummer tot nu toe, begint als een gewone indierocker tot de hoekige postpunkbas het transformeert tot één van de meest opwindende brokken muziek van het jaar. Akkoord, niet alles is geweldig: het Cryptograms-achtige ambientstuk “Green Jacket” sorteert met zijn willekeurig pianogepingel weinig effect, en “Neither Of Us, Uncertainly” is misschien iets te lang om te blijven boeien. Maar Microcastle doet een zeer verdienstelijke poging om Deerhunter in een nieuwe opwindende richting te duwen.

Het is dan ook aan Weird Era Cont. om de brug te slaan met de vorige plaat. Die “bonus-cd”, die door Cox bij de fysieke release werd gestoken om de kopers ervan te belonen (maar die paradoxaal genoeg door Cox’ eigen toedoen te vroeg gelekt werd), komt eerst over als een verzameling b-kantjes, maar is dat allesbehalve. Deerhunter houdt niet van half werk, waardoor minstens de helft van deze dertien nummers/experimenten met de vingers in de neus Microcastle hadden kunnen halen. Of toch niet: dit is namelijk die andere kant van Deerhunter, de Velvet Underground meets My Bloody Valentine-geluidstrips en ambient met punkattitude die Cryptograms domineerde. En sommige dingen zijn nu eenmaal, ja, gewoon “interessanter” dan echt luisterwaardig. Ons notitieboekje zegt evenwel dat hier toch een hoop prachtige muziek te ontdekken valt: “Dot Gain” rammelt, maar klinkt op den duur als wat The Fall zou maken mocht Cox er de lakens uitdelen, “Vox Celeste” zou Kevin Shields het schaamrood op de wangen kunnen brengen, “VHS Dream” is van hetzelfde stompende kaliber en het herwerkte “Calvary Scars” wordt nu een tien minuten durend epos dat je steeds hoger en hoger naar de hemel lijkt te duwen.

De kogel is door de kerk: Microcastle is het getormenteerde meesterwerkje dat Deerhunter al lang in zich had, een plaat die de groep en zijn vele gezichten perfect weet te vatten en voor zichzelf een plaats in ons hart en onze cd-speler wist te veroveren. Wij tevreden; nu u nog.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 7 =