Louis Paul Boon :: Het erotische / Pornografische Werk [Deel 16]

Begin dit jaar was er een rel rond een tentoonstelling van “vieze prentjes” die volgens bepaalde gezagsdragers geen meerwaarde hadden en zelfs als pornografisch beschouwd konden worden. Sommige van die prentjes waren zelfs pedoseksueel van aard en dus strafbaar volgens de huidige rechtspraak, aldus de provinciaal gedeputeerde (of was het gedupeerde?).

Weldenkend intellectueel links stond uiteraard op zijn achterste poten bij zoveel provincialistisch denken dat de meerwaarde en betekenis van een dergelijke verzameling niet kon inzien. Louis Paul Boons Fenominale Feminatheek, want daar ging het over, was volgens de zelfverklaarde verdedigers van het vrije woord en denken een waardevol tijdsdocument dat eveneens een licht zou laten schijnen op de schrijver. Zogezegd, het literair festival in de Gentse Vooruit, besloot dat het dapperder en ruimdenkender was dan het Antwerpse Fotomuseum en nam de tentoonstelling mee in zijn festiviteiten. Alleen bleek de organisatie van het festival, ondanks alle ronkende verklaringen wel netjes alle foto’s met minderjarigen gefilterd te hebben. Of hoe het zedig de zelfcensuur verzweeg.

In het zestiende deel van Boons verzameld werk zijn wel enkele van deze gewraakte foto’s opgenomen en wordt meteen duidelijk dat deze zeker en vast niet zo onschuldig zijn als men heden ten dage beweert. Wie moeite doet om zich te informeren, weet immers dat Boon verschillende foto’s hiervan haalde uit pornoblaadjes voor pedoseksuelen. Tijdens de losse jaren zestig en zeventig bestond het idee dat alle vormen van seksualiteit, dus ook pedofilie, mogelijk moesten zijn waardoor ook bepaalde publicaties plots konden.

Maar Boon was geen pedofiel, ook al beweren sommigen, op basis van zijn plaatjes en het beruchte Mieke Maaike’s obscene jeugd, van wel. Het is inderdaad zo dat de continu geil lopende Mieke Maaike op haar tiende aan haar seksuele ontdekkingstocht begint en deze, in het boek althans, afsluit op haar achttiende. Maar wie hierin een pleidooi voor “jongerenseksualiteit” ziet, snapt niet wat Boon werkelijk bedoelde. De schrijver beoogde in de eerste plaats een parodie op de pornoroman te schrijven, maar hij wou ook aan de jeugd bewijzen dat hij “het” nog steeds had. Boon wou de rebel blijven die hij meende te zijn, ook al was hij dan een burgermannetje.

Het doel van Mieke Maaike’s obscene jeugd wordt duidelijker wanneer we het na Boons dood gepubliceerde Eens op een mooie avond erbij nemen. Het verhaal, geschreven onder het pseudoniem Dol Klijwe Nobe, vormt een duidelijke parodie annex kritiek op D.A.F. De Sade’s roemruchte De 120 dagen van Sodom en Gomorra waarbij Boon niet alleen een aantal gelijkaardige personages (een bisschop, een generaal en een bokser samen met drie hoeren en een aantal minderjarigen) laat opdraven, maar het geheel ook als een raamvertelling gebruikt voor de jeugdexploten van de hoeren.

In tegenstelling tot De Sade wordt hier echter niet gemoord of anale seks gepropageerd. Op een enkel verhaal na lijkt hij zelfs homoseksualiteit te schuwen. Het belangrijkste aan het verhaal zijn de gelijkenissen die het vertoont met Mieke Maaike’s Obscene Jeugd: waar in het ene de drie hoeren alles meegemaakt hebben, is het in het tweede verhaal net Mieke Maaike die zich zo gewillig aan allerlei seksuele exploten bloot geeft. Boon schreef dit tweede boek omdat hij zelf geschrokken was van de teneur van het eerste. In retrospectief is het evenwel net dit eerste verhaal dat de boodschap krachtiger weergeeft.

Het bijgesloten grimmige sprookje Zomerdagdroom onderstreept een laatste maal Boons literaire talenten, maar werd bij publicatie niet geheel onterecht als weinig opzienbarend aan de kant geschoven. Het verhaal is weinig opwindend en te zeemzoet, waardoor het donkere einde paradoxaal genoeg niet werkt. Wie genieten wil van Boons pen, doet er beter aan zijn pseudo-wetenschappelijke teksten bij het Feminatheek-gedeelte te (her)lezen want daar schiet de schrijver met scherp zonder ooit bitter te worden.

Het Het erotische / Pornografische Werk krijgt een meerwaarde door de uitstekende analyses achteraan in het boek waarbij de verschillende delen niet alleen geduid worden maar ook een inzicht geven in de “viezentist” Boon. Wie met die achtergrondkennis de hier verzamelde teksten en prentjes opnieuw doorneemt, zal niet anders dan meewarig het hoofd kunnen schudden bij de rel rond de Fenominale Feminatheek. Voor- noch tegenstanders hadden begrepen waar het de moralist Boon om te doen was. En dat de plaatjes hem ook op een andere manier plezier deden? Ach, wie heeft er dan niet al eens zo heet gelopen dat hij schieten moest, jezusgodverdomme nog aan toe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 2 =