Enslaved :: Vertebrae

Indie, 2008

Degene onder onze lezers die behoefte hebben aan een introductie op
Enslaved verwijs ik met plezier naar de recensie van hun vorige
album Ruun.
Collega Joost spendeerde toen enkele alinea’s aan de geschiedenis
van deze viking veteranen. Ik zal het kaderen kort houden want over
‘Vertebrae’ op zich valt heel wat te zeggen.

Enslaved brak door begin jaren negentig samen met de hele
Scandinavische blackmetalgolf. In tegenstelling tot vele collega’s
droegen ze geen malle verf op hun gezicht en waren het geen
satanvereerders. De band rond Grutle Kjelsson en Ivar Bjornson
haalde haar inspiratie in het roem- en ruchtrijke verleden van de
Noormannen. Muzikaal gezien sloten de eerste albums wel nog
redelijk aan bij de blackmetaltraditie. Woeste epische
krijgsliederen over aardse plundertochten en wilde avonturen van
Walhalla-bewoners. De band evolueerde ondertussen naar een open,
progressievere en ook wel ingetogener sound. Tekstueel was er ook
een verschuiving merkbaar van actie naar reflectie.
Nummer zes op deze lp heet trouwens ‘Reflection’. Dat nummer begint
met een ritmisch en melodieus stukje. Al snel steken ze een tandje
bij en krijgen we ijskoude fjordenriffs en huilend geschreew
erbovenop. Kunstig geplaatste keyboards verzekeren dat er toch een
beetje warmte in het nummer blijft en tijdens een trager middenstuk
mag keysman Herbrand zijn zangstem laten horen. Ik ben niet zo wild
van die cleane zang. Hoewel niet atonaal of vals, kan ik me niet
van de indruk ontdoen dat ik in de meeste gevallen liever geen zang
heb dan die van Herbrands. Hij klinkt een beetje oppervlakkig en
zingt ons met lange uithalen toe vanuit de verte. Mij doet het niet
veel, voor anderen is het misschien de kers op de taart. Tijdens
dit nummer en ook op andere plaatsen herinnert het melodieuze
gitaarspel in de trage stukken aan die goede oude Pink Floyd. Ja
jongens, een blackmetalband die openlijk Floyd aanbidt. Naast Odin
welteverstaan. Die nieuwe afgod krijgt zijn eigen
hoogstpersoonlijke schrijn in de vorm van ‘Ground’.

Het heftigste nummer is ‘New Dawn’, waarschijnlijk het enige nummer
dat de blackmetalpuristen nog enigzins kan bekoren. Het is in ieder
geval wel het enige op deze plaat dat uw recensent ongeremd laat
headbangen. Ook afsluiter ‘The Watcher’ grossiert in ijselijke
riffs maar is niet van hetzelfde niveau. Het filosofische,
ingetogen karakter van deze bedaarde vikingkrijgers uit zich niet
alleen in Gilmour-aanbidding. Zo is ‘Center’ bijvoorbeeld een
slepend post-apocalyptisch nummer dat, voorzien van grommende zang,
een onderhuidse dreiging laat horen. Het is een gelaagd en doomy
nummer dat uitmondt in een dromerige jam met cleane zang. De
onverwachte keuze dus, een orgiastisch dubbel basfestijn zou hier
vanzelfsprekender zijn geweest. Vikingkrijgers worden dan wel
kampvuurverhalers maar hun vertelsels worden met suspens gebracht.
Het titelnummer is ook zo’n donker psychedelisch pareltje. In die
mate zelfs dat ik niet anders kan dan Isis te vermelden, alleen
jammer dat die Amerikanen al een tijdje niet meer zo’n goed nummer
geproduceerd hebben.

‘Vertebrae’ is een album dat tijd nodig heeft om te bezinken. Als
ik deze bespreking had geschreven na een eerste luisterbeurt zou de
score amper de helft geweest zijn. Nu nog (na vier volledige
luisterbeurten) heb ik het idee dat de muziek me soms ontsnapt.
Spannende momenten zitten er genoeg in, maar de algehele sfeer is
dromerig en flou. De agressie is eigenlijk volledig verdwenen uit
de muziek van Enslaved, zelfs de snelste stukken doen je nekhaar
niet rechtopstaan. De pyshedelische, dromerige en dreigende
passages zijn wel meeslepend en worden intrigerender naarmate je ze
vaker beluistert. Deze plaat lijkt me heel geschikt om op
zondagavond een lang weekend mee af te sluiten of om eenzame
nachtelijke momenten door te komen.

http://www.myspace.com/enslaved

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + twee =