Blindness





120 min. /Canada – Brazilië – Japan/ 2008

Het boek ‘Stad der Blinden’ van de Portugees José Saramago
prijzen om zijn prachtige schrijfstijl is niet aan ons besteed
(weet die vent dat er zoiets als een punt bestaat?), maar wat een
verhaal, wat een knock-out, wat een overrompeling! De
apocalyptische, rauwe allegorie over een stad waar iedereen plots
op mysterieuze wijze blind wordt en de pijnlijke chaos die erop
volgt, spreekt enorm tot de verbeelding en schreeuwde gewoon moord
en brand om verfilmd te mogen worden. Saramago heeft lange tijd het
been stijf gehouden – hij wou niet dat het verhaal in verkeerde
handen viel- maar verkocht dan uiteindelijk toch de filmrechten aan
regisseur Fernando Merreilles die al eerder wonderen verrichte met
‘Cidade de Deus’ en ‘The Constant Gardener’. De enige voorwaarde
was dat het verhaal zich in een fictief land zou afspelen, wat ons
betreft had hij daar nog een voetnoot aan mogen toevoegen: bezint
eer ge begint!

Het licht springt op groen. Toch komen de wagens aan het
verkeerslicht niet in beweging. De man in de voorste auto is van de
ene moment op de andere blind geworden. En er volgen nog meer
slachtoffers: de oogarts waar hij langs gaat, het meisje met de
zonnebril in de wachtkamer, de barman die haar later een glas
uitschenkt… Om de kettingreactie tegen te gaan, wordt al wie
besmet is door de ‘witte ziekte’ in quarantaine gebracht in een
zwaar bewaakt gebouw. De blinden worden in slaapzalen opgedeeld,
krijgen af en toe eten, maar worden uit angst voor besmetting
vrijwel volledig aan hun lot overgelaten. Slechts één iemand heeft
midden in de chaos van struikelende blinden en opstapelend vuil het
zicht behouden: de vrouw van de oogarts (Julianne Moore). In de
stad der blinden is eenoog koning, maar dat geldt niet voor de
doktersvrouw: zij moet de gruwel en miserie onder ogen zien. Mensen
worden vertrappeld, schijten en plassen overal, liggen bloot in hun
eigen vuil. Zeker wanneer één van de mannen (een creep van een Gael
García Bernal) de lakens begint uit te delen en vrouwen voor
voedsel wil ruilen, blijft de vraag wat het ergste is: het fysieke
ongemak van niet te kunnen zien wat je doet of zien in wat voor
hulpeloze monsters mensen in extreme omstandigheden kunnen
veranderen?

Hoe breng je blindheid in beeld? Een vraag waar Mereilles
blijkbaar veel dieper over heeft nagedacht dan nodig. Het boek
heeft dat probleem niet, een boek is altijd ‘blind’, het is onze
fantasie die alles inkleurt aan de hand van de beschrijvingen en
gedachten van de personages. Mereilles wou duidelijk niet zomaar
wat struikelende mensen tonen met hun handen voor zich uit
wapperend, hij wou ook het gevoel ‘blind zijn’ illustreren en met
zijn visuele stijl de film symbolisch ondersteunen. Een actiefilm
moet kinetisch zijn, een romantische film zweverig licht en een
film over blinden bleek en blind? Feit is dat Mereilles danig
foefelt met het kleurengebruik en de film doopt in een koud lichte
gloed en vooral veel wit, heel veel wit. Hij gebruikt de kleur om
te illustreren wat iemand ziet die getroffen is door de witte
ziekte: een volledig wit beeld met hier en daar een beweging in.
Maar ook bij neutrale camerastandpunten durft hij het beeld al eens
extreem te overbelichten. Alles en iedereen gaat er daardoor erg
afgebleekt uitzien (zelfs Julianne Moore werd gevraagd om haar
rostekop blond te verven om bleker te lijken). De overbelichting en
de kleurenfilters blijken niet de juiste manier om de blindheid een
gezicht te geven, daarvoor zijn de beelden te onaangenaam, lelijk
en te vermoeiend om naar te kijken. Blindheid of niet, het oog wil
ook wat. De visuele overwoekerende stijl geeft te veel afleiding
van de essentie en creëert te veel afstand met de kijker om zich
volledig in de film te kunnen inleven. Het is alsof de ziekte als
een parasiet ook het beeld heeft aangetast.

Mereilles probeert ook via de voice-over van de man met het
ooglapje (rol van Danny Glover) de gevoelens van de blinde onder
woorden te brengen. Het personage wordt echter iets te laat
geïntroduceerd en krijgt te weinig screentime om er echt een band
mee te voelen. Zijn soms sentimentele woorden komen daardoor niet
helemaal tot hun recht en worden zo zelfs overbodig. Gelukkig is er
nog Julianne Moore als de dokersvrouw. Ze is de enige ooggetuige
van de ramp die het verhaal moet kunnen navertellen. Ze komt vaak
in close-up in beeld en als enige met een niet-verkoolde blik in de
ogen is ze de spilfiguur om gevoel in de film te leggen en dat
werkt: het is in haar tranerige ogen dat we de grootste emoties van
de film kunnen aflezen.

Door zich louter op de camera-effecten blind te staren geeft
Mereilles de film een pretentie die het verhaal eigenlijk niet
verdient en bewijst hij dat Saramago’s allegorie een vette kluif
was om te verfilmen, een iets te vette kluif. Qua inhoud blijft
Mereilles trouw aan het boek. De Braziliaan gaat de grofste
passages niet uit de weg, ook al was je fantasie door de
gedetailleerde beschrijvingen misschien nog iets gruwelijkers (die
verkrachtingen!), ‘Blindness’ confronteert nog steeds in de
filmversie. Het blijft een akelig verhaal, dat je met een mottig
gevoel in de maag naar huis stuurt.

Net zoals het boek kunnen we ‘Blindness dus niet bewonderen om
zijn stijl, maar om het straffe verhaal dat het weet over te
brengen. Door het verkeerde visuele accent en de bovendien fout
gekozen muziekscores mist ‘Blindness’ dingen dat je niet tussen
duim en wijsvinger kunt vastpakken: de dreigende sfeer van het
boek, het gevoel weggeblazen te worden en de slag in ons gezicht
die het boek wel wist uit te delen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =