Paul Weller

AB, Brussel, 3 oktober 2008

In zijn thuisbasis – het van kop tot teen muzikale Groot-Brittannië
– mag Paul Weller dan wel een held voor jong en oud zijn, in de
Ancienne Belgique moest hij het – op enkele uitzonderingen na –
toch vooral stellen met muziekliefhebbers van middelbare leeftijd,
de generatie die nog geregeld met plezier teruggrijpt naar The
Jam-klassiekers als ‘A Town Called Malice’, ‘Going Underground’ en
‘That’s Entertainment’. Maar niet getreurd: zolang het muzikaal
goed zit, zijn ook zij nog perfect in staat om de zaal te vullen
met sfeer en levendigheid.

Muzikaal zat het wel degelijk goed, al vanaf het voorprogramma. Die
eer werd gelaten aan Moke, een Nederlandse band
die samenwerkte met Joeri Saal, tevens de producent van Wellers in
2005 uitgebrachte plaat ‘As Is Now’. Het vijftal heeft door zijn
nette maar modieus verantwoorde zwarte klederdracht (weetje: de
jongens werd reeds door niemand minder dan Karl Lagerfeld
uitgekozen om een van zijn collecties te dragen) wat weg van
Interpol en ook hun songs vallen in diezelfde categorie, al zijn ze
net iets melodieuzer gericht. Dat ze nu al voor de tweede keer
toeren in het voorprogramma van Paul Weller is geen toeval, maar
valt te wijten aan hun excellente debuutalbum ‘Shorland’ waarop we
ambitieuze nummers als ‘Here Comes The Summer’, ‘Heart Without A
Home’ en ‘Last Chance’ terugvinden.

De Nederlanders speelden een stuk of zes nummers en we zouden het
nog erg spijtig gevonden hebben dat ze niet de hele avond bleven
doorspelen, ware het niet dat er nog een zeer grote naam stond te
wachten om het podium te betreden. We hebben het over Paul
Weller
, een man die na 36 jaar carrière nog steeds volle
zalen lokt – niet enkel terend op oude successen, maar ook dankzij
een resem prima soloplaten.

Op Wellers laatste album – het dit jaar verschenen ’22 Dreams’ –
overheersen de rustigere, meer soulvolle nummers, maar de
vijftigjare mod weet ook nog steeds hoe hij moet rocken. Zonder
zich te forceren in een krampachtige poging om over te komen als
een 18-jarige Britse indiester, baant hij zich bruisend een weg
door nummers als ‘Blink and You’ll Miss It’, ‘From The Floorboards
Up’ en ‘Come On/Let’s Go’. Hiervoor plukte de man uit Surrey vooral
uit zijn voorlaatste cd ‘As Is Now’, een steengoede plaat die
minder bekend is bij het Belgische publiek, maar – zoals
overduidelijk te horen viel in het door Britten bezette middenstuk
vooraan het podium – wel zeer lovend ontvangen werd in het Verenigd
Koninkrijk.

Het rockende gedeelte was echter slechts één aspect van Wellers
optreden. Zeer prominent waren ook de soulvolle stukken, vaak met
Paul achter de piano. Zoals te verwachten, bestond een groot deel
van de set uit de songs van op ’22 Dreams’. Dat resulteerde soms in
iets flauwere momenten (‘Sea Spray’ of het – door Weller zelf
toegegeven – lichtelijk uit de maat gespeelde en een beetje
pompeuze ‘Empty Ring’), maar vooral in mooie en boeiende
uitvoeringen. ‘Black River’ schitterde als livesong, ‘Have You Made
Up Your Mind’ kreeg de hele zaal mee, en ‘All I Wanna Do (Is Be
With You)’ kunnen we eveneens in het lijstje hoogtepunten
scharen.

Een derde zijde die we te zien kregen van Paul Weller, was de
eerder folky gerichte artiest in hem. De elektrische gitaren vlogen
naar de kant en alle bandleden namen plaats op een krukje met een
akoestische gitaar in hun armen geklemd. Dit intermezzo mondde uit
in een prachtversie van ‘Light Nights’, een Jam-cover (‘The
Butterfly Collector’, overigens het enige Jam-nummer dat gedurende
de hele avond passeerde), een knappe versie van ‘Brand New Start’
(waarin ook de toetsenist en de drummer – met een best goed
resultaat – even hun lippen aan de microfoon mochten zetten) en een
ontroerend goede vertolking van Wellers successingle ‘Wild
Wood’.

Naast de sterke nummers, schuilde de kracht van het optreden ook in
de dito interpretatie ervan. Paul Weller is op zijn vijftigste nog
bijzonder goed bij stem en heeft een getalenteerde liveband rond
zich weten te scharen, met als uitblinker gitarist Steve Cradock
van The Ocean Colour Scene. Laatstgenoemde was tijdens ‘Porcelain
Gods’ op z’n minst indrukwekkend te noemen.

Weinig ‘oude’ rockers slagen er net als Paul Weller in om op
vijftigjare leeftijd nog zo relevant te blijven, zonder in een
diepe identiteitscrisis of wanhopige verjongingspoging verzeild te
raken. De ‘Modfather’ lijkt het echter weinig moeite te kosten,
hetgeen hij dik onderstreepte met deze wervelende show.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + negentien =