Ra Ra Riot :: The Rhumb Line



Drie jaar geleden slaagde Arcade Fire erin om op magistrale wijze
hun verdriet te verwerken in wat nog steeds een van onze favoriete
platen van dit decennium mag heten: Funeral. Op ‘The Rhumb
Line’ probeert Ra Ra Riot, een debuterend indiegroepje uit New York
(bestaan er eigenlijk nog indiegroepjes buiten New York ?)
hetzelfde te doen met het verlies van hun drummer en muzikale
drijfkracht, John Pike. Een echte rouwplaat met slepende
weeklachten is het echter niet geworden, eerder een hulde waarbij
de droefnis vooral in de teksten doorschemert. Muzikaal blijft het
vaak springerig en up-tempo, te danken aan de stuwende ritmes en
het enthousiaste en vurige spel van cello’s en violen.

Lang op voorhand werd er al een buzz gecreëerd rond deze cd, die
voornamelijk voortkwam uit de uitstekende livereputatie die het
vijftal geniet maar waar we hier in België nog geen getuige van
mochten zijn. Jammer, want we hebben zo het voorgevoel dat sommige
songs live wel eens dat extra sprankeltje vuur zouden kunnen
gebruiken. Slechts een sprankeltje, want de meeste songs zijn al
vurig genoeg om ons ook op plaat helemaal te bekoren. Neem nu
opener ‘Ghost Under Rocks’, dat met zijn zware drums, jagende
violen en grootse melodie haast de proporties van een hymne
aanneemt. Een echte klepper om mee te openen, en het verschroeiende
tempo blijft ook aangehouden: ‘Each Year’ zou kunnen omschreven
worden als Vampire Weekend met
strijkers, op ‘St. Peters Day Festival’ wordt er naar hartelust (en
succesvol) met tempowissels geëxperimenteerd. Het goede is dat de
groep zich hierbij niet volledig in doelloos experimenteren
verliest, maar oog heeft voor fijne melodieën, waarbij The Shins meer dan
eens voor ons geestesoog springen.

Het eerste rust- en griefmoment komt er met ‘Winter 05’, een nummer
waarbij de violen plots lijken te huilen, de sfeer van schimmige
kerkhoven door de lyrics waart en zanger Wes Miles treurend “If
you were here / Winter wouldn’t pass quite so slow”
herhaalt,
bijna als een mantra. Ook in het volgende nummer en onze
persoonlijke favoriet ‘Dying Is Fine’, blijft de dood nadrukkelijk
aanwezig, met lyrics die haast volledig geleend zijn van het
gelijknamige gedicht van E.E. Cummings. Hier zit de instrumentatie
echt perfect en wordt het zware thema lichtvoetig, haast vrolijk
behandeld in een uiterst meezingbaar refrein. Geweldig nummer, maar
bekijk vooral ook de voortreffelijke geanimeerde clip eens.
Dit is instant happiness voor het hele gezin, en dat voor
een song over de dood. Puik werk!

De eerste helft van de cd is dus zondermeer voortreffelijk, maar
nadien weet het album de verwachtingen toch niet meer helemaal in
te lossen. ‘Can You Tell’ en ‘Oh La’ zijn geen slechte nummers,
maar ze schurken gevaarlijk tegen de middelmaat aan. Daar horen we
net iets te veel een groep die zijn trucje die ene keer te veel
herhaalt. ‘Too Too Too Fast’ blijft wel in je hoofd plakken, maar
hoe catchy het nummer ook mag zijn, het kan niet verbergen dat dit
synthesizer-deuntje, een dappere poging tot dansbare indiepop, het
zwakke broertje van de plaat is. Ook afsluiter ‘Run My Mouth’ is
geen slechte song, maar allesbehalve memorabel. Gelukkig is er nog
‘Suspended In Gaffa’, een schitterende Kate Bush-cover die ze
volledig naar hun hand zetten, met subtiele, grappige hints naar
het stemgeluid van Bush, wanneer Miles zijn stem eventjes laat
overslaan.

Als de band het niveau van de eerste helft had aangehouden, hadden
ze moeiteloos vier sterren of meer gehaald. Desondanks blijft dit
een sterke debuutplaat van een groep die nog véél groeimarge heeft.
We kijken er in elk geval al naar uit om hen in een van onze
Belgische concertzalen te mogen begroeten.

http://www.rarariot.com
http://www.myspace.com/rarariot

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 3 =