The French Semester :: Open Letter To The Disappeared

Onbekend is onbemind, zoveel weet elk groepje dat nog geen release op zijn palmares heeft. Het indierockkwartet The French Semester wist met een zelf uitgebrachte EP de aandacht te trekken en heeft nu een puike eerste langspeler in de aanbieding.

Ze noemen zichzelf modernistisch, maar onschadelijk zou een andere, gepaste omschrijving kunnen zijn. The French Semester is het soort band waarvan er in de jaren negentig ziljoenen waren. Waar ze allemaal naartoe zijn, Joost mag het weten. Vast hun geluk aan het beproeven in het verzekerings- en schoenverkoopwezen. Want voor elke Pavement of Guided By Voices, die er in slaagden enigszins onder de aandacht te komen, waren er massa’s bands die — al dan niet getalenteerd — bleven steken in repetitieruimtes en jeugdclubs allerhande.

Het Californische The French Semester heeft de eerste hindernis op weg naar eeuwige roem probleemloos genomen. Vorig jaar bracht de band in eigen beheer de e.p. Tossed By The Waves She Does Not Sink uit, een kleinood dat de deuren van de wereld heeft opengegooid. De band werd opgepikt door het cultlabel Beyond Your Mind Records, waarop eerder al fijns van bijvoorbeeld The Fuzztones verscheen.

Met die laatste valt The French Semester echter helemaal niet te vergelijken. Het eerder aangehaalde Pavement komt dichter bij het geluid dat dit viertal voortbrengt. Ook de vroege Dandy Warhols en zelfs de oude R.E.M. komen bovendrijven bij het beluisteren van debuutelpee Open Letter To The Disappeared, al zit de vergelijking daar vaak eerder op het vlak van sfeer dan dat er enorme muzikale overeenkomsten te ontwaren zijn.

De muziek geeft immers blijk van een grote mate van relaxedheid, een aspect dat versterkt wordt door nonchalant gezongen teksten over de onvermijdelijke dood, of de engheid van nationalisme, maar dan op zo’n toon alsof The French Semester toch niet helemaal onder de indruk is van het dreigende gevaar. Of, zoals frontman Riaz Tejani het zelf zo mooi verwoord in "Subway To The Sky": ’Another army passes by and I’m wondering why’.

Prijsbeest op de plaat is het uit de e.p. gelichte "The Day Of The Barrel", dat kan bogen op een aanstekelijke tweede stem en een ritme dat je doet afvragen of je zal meeknikken dan wel de voet simpel ritmisch bewegen. Want, laat dit wel wezen, dit is niet bepaald het soort rockmuziek dat je doet rechtveren om een wilde pogo in te zetten. Open Letter To The Disappeared klinkt immers fantastisch wanneer het onderuitgezakt in de zetel beluisterd wordt.

Het enige nadeel aan het album is zijn lengte. Vijftien nummers op bijna vijftig minuten tijd is immers iets te veel van het goede. Er klinkt namelijk net te weinig variatie door om boeiend te blijven, wat maakt dat "And The Moon Will Be Watching" en "Don’t Be A Magistrate" zich te ver naar de staart bevinden om de aandacht van de luisteraar vast te houden. Maar langs de andere kant: als de muziek die op de achtergrond kabbelt niet echt hinderlijk blijkt te zijn bij de vermoeiende activiteit die het in de zetel hangen soms is, is er geen reden om An Open Letter… af te zetten. Dit is immers een plaat waarmee je goedgemutst de ondergang tegemoet zou gaan, of liever: het onheil afwachten, want waarom je vermoeien voor iets dat soms toch onvermijdelijk is?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − drie =