PUKKELPOP 2008 :: Main Stage, Zaterdag 16 augustus

En dan is het eindelijk tijd voor de echte kleppers. Want vergis u niet; Metallica mocht dan wel dé headliner zijn, pas vandaag staan de belangwekkendste bands van het moment op het podium. Waarna we eventjes door de zure appel van de verplichte dansafsluiter heen moeten bijten. Maar hey: (jvb) vond het goed!

Veel lawaai, weinig inhoud: The Rones mogen het hoofdpodium wakker schudden op deze derde dag, maar slagen daar amper in. Ja, het is luid, maar neen: het overtuigt niet. We zagen Queens Of The Stone Age immers reeds eerder dit jaar geniaal wezen in de Lotto Arena. Om dan ’s ochtends vroeg een lauw afkooksel bezig te zien, dat is wat te veel van het goede op onze nuchtere maag.

We skipten The Wombats en Plain White T’s. U mag dan misschien het tegengestelde vermoeden als we eens giftig zijn, maar wij gaan het niet zoeken als we er op voorhand van op aan kunnen. Een grote wijze zei ooit het best toen hij sprak: “mijn leven is te kort om aan slechte muziek te vergooien”. Nog een mythe ontkracht meteen: het gebeurt wel degelijk dat we Serge Simonart gelijk geven. Hà!

Waarna het tijd is voor een brok jeugdsentiment van heb-ik-jou-daar. Het is jaren geleden dat Manic Street Preachers nog eens op Belgische bodem speelden en dat is er aan te merken. Wanneer James Dean Bradfield in de eerste maten van “Motorcycle Emptiness” bijna struikelt, heeft slechts een hoopje volk dat gezien, tegen het einde van de song staat de weide prettig gevuld zodat er nadien toch geen al te gekwetste ego’s aan te pas zouden komen.

Wat volgt is van hitjesmachine spelen zoals we dat al lang niet meer hebben meegemaakt. Het vijftal (extra gitarist en toetsenist) doet een wilde graai in meer dan vijftien jaar supersingles en vuurt ze in sneltreintempo af: “Masses Against The Classes”, “You Stole The Sun From My Heart”,… Weet u wat? We houden ons hier gewoon even in, en gaan hiernaast (in het kadertje) er even op door. Klikt u maar!

Voor Bloc Party liep het dan weer aardig vol, en de groep kiest niet meteen voor de makkelijkste weg. Zelden is een single immers meer besproken geweest dan hun nieuwe “Mercury” (Dansritmes! Geen rock meer! Heiligschennis!) en het vergt dan ook wat durf om daar meteen mee aan te vatten. Al is het natuurlijk ook handig: is dat uit de weg en kan er gefocust worden op meer populair werk dat vlotjes wordt gelost. Ondertussen roffelt drummer Matt Tong zich het ongeluk (wat een werelddrummer toch) en glimlacht Kele Okereke kamerbreed: meer en meer groeit hij in zijn rol als frontman. Met een urgent “Flux” gaat het dak van het podium en dat blijft zo met een gedreven “Like Eating Glass”. Dat moet — zelfs al is het nog vroeg — een bisnummer verdienen en wat voor één. Zelden hoorden we “She’s Hearing Voices” sterker, indringender en vooral meer dansbaar dan vandaag. Wereldband, dit Bloc Party, en van de weinigen die grenzen stukje bij beetje aan het verleggen zijn.

Dat doet Sigur Rós niet: zij bewegen zich ver buiten de gangbare grenzen van de rock in een volstrekt eigen wereld. Op Werchter overtuigden ze al bij valavond, eindelijk in open lucht in het donker is dit een overwinning, waarvoor zelfs niet hoeft geput uit het sterke doorbraakalbum Ágaetis Byrjun. De nadruk ligt op het wat lichtere materiaal van recente platen Tàkk en Með suð í eyrum við spilum endalaust. Sigur Rós verzorgt immers al een tijdje de soundtrack bij het naderende einde van de wereld niet meer. Het gaat nu niet meer om catharsis, maar om de blinde euforie van “Hoppípolla” of de U2-aspiraties van “Vid spilum endalaust”. Er mag al eens wat meer bombast zijn tegenwoordig, en dat kan geen kwaad nu de groep op zo’n grote schaal moet opereren. Coldplay zullen ze gelukkig nooit worden, maar het is geinig hoe iedereen meeklapt met die vreemde single in de bijt die “Gobbledigook” is. Vreugde ook wanneer die besloten wordt met confettifonteinen en er voor de bis dan toch eens in het verleden wordt gedoken. Met hamerende mokerslagen werkt “Popplagið” zich naar het einde, applaus volgt na alle epiek. Sigur Rós was onwerelds goed; hierna past eigenlijk alleen nog feestelijk vuurwerk.

Ze zijn een gecontesteerde headliner, maar daarom niet getreurd: Pukkelpop heeft nog een danstoetje in petto. Soulwax mag een klein uur lang zijn mix van electro en rock over de weide uitstorten en doet dat met verve. De grens tussen live- en dj-set wordt afgebroken door een mix van eigen Nite Versions-nummers af te wisselen met live gebrachte remixen van hippe namen als Justice en Robbie Williams. Misschien niet waar een mens naar op zoek is na de onaardse betovering van Sigur Rós, maar het laatste spatje energie dat we nog hadden, werd vakkundig aangewend om op de groovende tonen van de Gentenaars de nacht in te duiken.

Maar het wringt. Dan heb je als festival de headliners van de toekomst, door in te gaan op die dwanggedachte dat dance-acts eeuwig en altijd de headliners moeten zijn banaliseer je ze meteen weer. “We hebben niet echt de grote namen”, toeterde Pukkelpopvoorman Chokri Mahassine voorafgaandelijk verontschuldigend rond en dat was onzin. Vandaag was Pukkelpop wat het hoorde te zijn: niet de redeloos omhoog gekatapulteerde Vegas-kitsch van The Killers, niet de massa-act die Metallica is (en die hier niet op zijn plaats stond wegens te groot), maar de mega-acts van de toekomst. Laat het stof voor discussie zijn op de Pukkelevaluatie, wij beginnen morgen aan de evaluatie van dit verslag. Het kan immers altijd beter. Tot volgend jaar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 4 =