PUKKELPOP 2008 :: Marquee, donderdag 14 augustus

Ha, die Marquee-programmatie: een ratjetoe van van alles en nog wat, en op het einde een paar bands die tot de toppers in hun genre behoren, maar nu eenmaal nooit op een hoofdpodium van gigantische Pukkelpopschaal zullen marcheren. Met Flaming Lips beloofde dit vandaag zelfs de tent met de stiekeme echte headliner te worden, maar gelukkig voor The Killers lieten die het behoorlijk afweten.

Met de potten en pannen van Kaizers Orchestra hakken we er al meteen stevig in. Deze Noorse bende schippert vrolijk tussen het rammelende van Tom Waits, het schrootafval van Einstürzende Neubauten en een zigeunererfenis om bij iets volstrekt unieks te eindigen. Onverschrokken bespringen de muzikanten lege vaten, drumstellen en een miniem microfoonpodium en met een veelvuldig “halleluja!” krijgen ze de Marquee meteen al goed mee. Niet slecht voor een opwarmer, zeggen wij dan.

Wie we al meteen geen lang leven meer toedichten: The Pigeon Detectives. De groep komt op met “Baba O’Riley” van The Who, en dat is zowat het hoogtepunt van hun show. Goed, de heren hebben met “Romantic Type”, “I Found Out” en “Wait For Me” een paar leuke singles in de mouw zitten, maar die dateren wel van een vorig album. Nu ze alweer een tweede album onder de arm hebben, past het excuus “het is maar ons debuut, meneer” niet meer en kunnen we niet anders dan hen het ronduit gaapverwekkende vulsel tussenin zwaar aanrekenen. De vijftien minuten van The Pigeon Detectives zijn duidelijk voorbij.

Ook al valt het nieuwe album van zijn Dirty Pretty Things flink tegen, Carl Barât toont zich ook vandaag de meest betrouwbare ex-Libertine door mooi op tijd het Marquee-podium op te stappen. Bij zijn vorige passage was dat in behoorlijk bezopen toestand, vandaag lijkt hij een stuk scherper te zijn. Ook zijn groep blijkt geïnspireerd en strak te spelen, maar — het zal nog wel meer storen dit weekend — de geluidsman vond het nodig om het volume op 12 te forceren, waardoor de mix net geen brij wordt. Niettemin spelen Dirty Pretty Things een zeer geïnspireerd en gesmaakt concert, waarbij vooral de songs uit het meer dan behoorlijke debuutalbum de vlam in de pan krijgen. Een pan die overigens bij navraag uit een dertigtal Britten blijkt te bestaan. Dirty Pretty Things verdiende alleszins ook uw aandacht.

En daar hebben we een oude bekende: spelen in België is voor Joan As Police Woman bijna een thuismatch. Het is nog maar de tweede keer sinds de release van haar tweede album — met het vorige kwam ze in totaal zes keer op een jaar leuren — maar het voelt alweer als een maandelijkse gewoonte. Zoals steeds extreem uitgelaten en dankbaar kiest Joan Wasser voor deze korte festivalset overwegend voor de uptemponummers uit haar repertoire. Opener “To Be Loved” is, ondanks Wassers geforceerde stem, meteen een schot in de roos en gepassioneerde versies van “Holiday” en “Hard White Wall” — het beste nummer dat ze tot nog toe schreef — bevestigen. Dat “The Ride” en “Christobel” nog steeds innemend zijn, viel eveneens moeilijk te ontkrachten. Een hartveroverend “I Defy”, met een toonvaste — dat is in het verleden ooit anders geweest — Rainy Ortica en de verbluffende stem van hunk-drummer Parker Kindred bevestigde dat Joan As Police Woman bijzonder op dreef is. Nu nog dat vreselijke orgeltje uit “Start Of My Heart” schrappen en we zijn klaar voor een zaalconcert in de herfst.

Wie hier duidelijk iets minder populair is, is Ian Brown. Nochtans is de ex-Stone Roses-frontman in thuisland Engeland een regelrechte halfgod bij wie Liam Gallagher zijn hele arrogante podiumact ging pikken en is het debuut van zijn vorige band over het kanaal nog steeds de muzikale indiebijbel. Niet dat Brown buiten een tamboerijn ook maar een instrument aanraakt en dus echt als muzikaal genie door het leven kan gaan, maar charisma heeft hij te over. Dat hij steevast de juiste muzikanten in de studio en op het podium weet te krijgen helpt natuurlijk, net als zijn neus voor goeie producers.

’s Mans solowerk kun je nog het beste omschrijven als dubby spacepop met hier en daar een hiphop- of gitaaraccent en dat klinkt vandaag allemaal wat gewoontjes, iets buiten de tent. Eenmaal in de (nauwelijks half gevulde) Marquee zelf, blijkt het echter meer dan sfeervol en sleept King Monkey het publiek door een set met hier grotendeels onbekend werk. Met “Golden Gaze” worden ook de laatste twijfelaars over de streep getrokken, waarna Brown ons in alle generositeit een Stone Roses-song aanbiedt die we bovendien zelf mogen kiezen, waarna hij uiteindelijk zoals bij elk concert van deze tour het magische “Waterfall” inzet. Een hypnotiserend “F.E.A.R.” sluit de set te vroeg af. Vreemd dat een levende legende als Brown niet meer volk op de been krijgt en met zijn uitstekende concert wat verloren op de affiche lijkt te staan.

Wel nog steeds populair hier te lande, zelfs al hebben ze een verrassing in petto met de nieuwe plaat: op het nieuwe Snowflake/Midnight dat eind september verschijnt, maakt Mercury Rev immers een bruuske U-bocht richting verleden. Zonder het songschrijven te vergeten dat de groep onderweg leerde op knappe platen als Deserter’s Songs en All Is Dream, wordt opnieuw aangeknoopt bij de krautrock van vroege psychedelische platen Boces en Yerself Is Steam. Een beetje tegen onze verwachtingen in, blijken die twee werelden naadloos in elkaar over te gaan in een optreden waarin we uitgesponnen versies krijgen van oude en nieuwe songs. Tegen dat “The Dark Is Rising” nog eens openspat, voelt iets als “Snowflake In A Hot World” al vertrouwd aan, maar af en toe zit er al eens een kink in de kabel; “Opus 40” vindt zijn draai niet tussen het nieuwe materiaal, maar dat kan de pret niet bederven: de nieuwe Mercury Rev mag er best zijn.

Mogen zich trouwens ook wel eens vernieuwen is Flaming Lips. Ja, er was weer confetti, ja de ballonnen stuiterden weer over de hoofden en hoera, Wayne Coyne kwam heel even op in zijn grote bel. En toch werd het deze keer geen feestje: dat krijg je als je de soundtrack ervan niet beter verzorgt. Tussen de aloude opener “Race For The Prize” en de al even voorspelbare afsluiter “Do You Realize??” diepen Coyne en de zijnen vooral minder straf werk op, waartussen “Yoshimi” nog even een lichtpuntje is, dat door de frontman voor de gelegenheid nog valser dan gewoonlijk wordt gezongen. Het is pijnlijk om te beseffen na twee geweldige optredens, maar Flaming Lips zou het feestje wel eens te lang gerekt kunnen hebben.

We hopen dus op beterschap, en gaan met angst in het hart dag twee tegemoet. Zal Metallica de set van Tindersticks tot een kwelling maken? We kruisen onze vingers en in die vreemde houding kruipen we in de mansion van Hasselaar (pf) onder de lakens. Slaapwel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =