Scarlett Johansson :: Anywhere I Lay My Head

Zingen en acteren: het blijven twee moeilijk te verzoenen stielen.
Voor elke Juliette Lewis is er een Steven Seagal (zie YouTube, je
weet dat je het wil horen), voor elke Cher een Madonna. Doorgaans
blijven hobbyprojecten van acteurs met meer in hun mars beperkt tot
een onopgemerkt passerend plaatje, maar waneer Scarlett Johansson
blijk geeft van grote ambities, heeft ze onze aandacht. De
ravissante actrice uit films als Lost in Translation en
The Prestige
waagt zich op ‘Anywhere I Lay My Head’ namelijk aan het werk van
een van de -als u het ons vraagt – grootste nog levende Amerikaanse
artiesten. Scarlett leest uit het evangelie volgens Tom Waits. En dan
heeft ze onze interesse.

Onze hooggespannen verwachtingen werden nog hoger toen uitlekte met
welk goed volk Hollywood’s Black Dahlia zich had omringd. Dave
Sitek van TV on
the Radio
achter de knoppen, Nick Zinner van The Yeah Yeah Yeahs
op de gitaar, en dan nog ene David Bowie op sommige backings.
Mannen met wie je naar om het even welke oorlog kan, en zo kwam het
dat we reikhalzend uitkeken naar haar visie op Waits. Zoals de man
het zelf zou zeggen: ‘What’s she building in there?’

Het siert Scarlett dat ze ook wat de tracklist betreft niet voor
het makkelijkste pad heeft gekozen. De vroege Waits werd
grotendeels buiten beschouwing gelaten (enkel ‘I Wish I Was in New
Orleans’ van op ‘Small Change’ dateert uit de jaren ’70). In plaats
daarvan vinden we op ‘Anywhere I Lay My Head’ latere, meer
experimentele nummers. ‘De rare Waits’, wat u zegt.

Maar hoe apart en uniek de Meester zelf soms klinkt – zeker op
Real Gone uit
2004 hoest en puft Waits zich een weg door de grillige nummers –
niets had ons kunnen voorbereiden op het kattengejank waar we op
deze plaat op worden getrakteerd. Zonder te overdrijven, het moet
van onze eerste ontmoetingen met Antony Hegarty geleden zijn dat we
nog eens zo’n apart stemgeluid hadden gehoord. Maar waar Antony ons
met zijn prachtige litanieën tot in elke vezel weet te ontroeren,
hadden we bij Scarlett vrijwel meteen de onweerstaanbare drang om
met ons hoofd op tafel te bonken. Waar het instrumentale ‘Fawn’
dankzij Dave Sitek in alle bombast nog interessant klinkt als
intro, zakt alles in elkaar wanneer Johansson haar mond opentrekt
op ‘Town With No Cheer’. En vanaf dan wordt de hele coverplaat
nergens beter dan ‘beschamend slecht’.

Waar liep het fout? Waren Sitek, Zinner en Bowie in haar bijzijn zo
starstruck dat ze gereduceerd werden tot smoorverliefde jaknikkers?
Had niemand dat meisje eens kunnen vertellen dat ze haar
zangcarrière beter had gehouden op wat gelal in de plaatselijke
karaokebar na enkele martini’s te veel? Maar we moeten het producer
Sitek nageven: zelf doet hij zijn uiterste best om er nog iets van
te maken. Nummers als ‘I Don’t Want To Grow Up’ klinken heel TV
on the Radio-ish
, en diep verscholen onder alle geluidsmuren
zitten er natuurlijk enkele Waits-parels, maar er is nu eenmaal
niet naast die stem te luisteren. Enkel op afsluiter ‘Who Are You’,
waar Sitek zelf de belangrijkste stem voor zijn rekening neemt,
horen we een glimp van hoe het had kunnen uitdraaien.

Het beste wat we van ‘Anywhere I Lay My Head’ kunnen zeggen, is dat
Scarlett Johansson zo nog even extra in de verf zet hoe
onnavolgbaar en uniek de figuur Tom Waits wel is. Maar hulp is
onderweg: de man zelf zou dit jaar nog een nieuwe cd uitbrengen.
Deze plaat is een curiosum, een experiment dat op geen enkele
manier serieus te nemen is en waar eigenlijk zelfs amper naar te
luisteren valt. Mooie hoes, dat wel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 5 =