De best of in tijden van internet

EMI bracht zopas een best of van Radiohead uit. Dat is nieuws omdat de groep zich er altijd tegen verzet heeft, maar ook omdat het verbazend is dat een dergelijke uitgave in tijden van mp3’s en spotgoedkope midprice-albums als een evenement wordt aangekondigd en nog succes heeft ook.

Jarenlang leerden jonge muziekliefhebbers legendarische artiesten kennen via een best of of greatest hits. Voor The Beatles waren er de rode en de blauwe, voor Bob Marley Legend,… The Cure leerden we kennen via Staring at the Sea en van The Doors kwam zowat jaarlijks een nieuwe verzamel-cd met ongeveer dezelfde nummers uit.

Uiteraard miste je bij zowat elke verzamelaar hoogtepunten uit het oeuvre van de artiest in kwestie. Meestal waren dat de boeiende albumtracks ("Helter Skelter") of de minder succesvolle of radiovriendelijke singles ("One Hundred Years"). Die vielen dan te ontdekken nadat de best of voldoende grijsgedraaid was om eens een echt album te beluisteren. Waarbij je er overigens even over deed om het album weer als geheel te horen, omdat de singles er steevast uitsprongen.

Creatieve dipjes

En er waren natuurlijk heel wat groepen die pertinent weigerden om aan dat soort liedjesverzamelingen mee te doen. Meestal wat alternatiever van inslag of gewoon zonder voldoende kwaliteit op de plank om een heel album te vullen. Radiohead is zo’n groep die principieel weigert om verzamel-cd’s uit te brengen. Ze zijn daar dermate consequent in dat er bijna geen Radiohead-songs te vinden zijn op andere albums dan hun officiële uitgaven. De reden daarvoor is eenvoudig: de groep besteedt ontzettend veel aandacht aan een goeie trackvolgorde en slaagde er tot nu toe altijd in (hun debuut even buiten beschouwing gelaten) om hun albums als een nagenoeg ondeelbaar geheel te laten klinken: met een duidelijk begin, midden en einde.

Daar singles uitlichten, kan nog net, maar die songs zomaar in een volledig andere volgorde achter elkaar zetten, doet de muziek geen recht. Om dezelfde reden kon je tot voor kort geen Radiohead-songs op iTunes of andere mp3-winkels kopen. De muziek van Radiohead dient volgens de groep dus per album (of per concert) geconsumeerd te worden, met singles als noodzakelijk marketingkwaad. Ze zijn zeker niet de enige groep die vanuit een gelijkaardige filosofie lange tijd weigerde om compilaties uit te brengen. Metallica houdt het ook al lang vol zonder verzamelaar, en de hits van Prince werden pas gecompileerd toen hij met veel misbaar de deur achter zich dichtsloeg bij Warner.

Ook de gemiddelde serieuze muziekliefhebber haalt en plein public graag zijn neus op voor verzamel-cds en beluistert zijn muziek ook liever per album. Omdat de artiest dat zo gewild heeft, het een betere afspiegeling is van de creatieve fase is waar ze toen inzaten, of gewoon om redenen van snobisme. En soms hebben ze ook gelijk, want er zijn hele muziekwinkels te vullen met slechte compilatie-albums die creatieve dipjes en fin-de-carrieres financieel mochten overbruggen. Bovendien is het voor platenfirma’s de ideale laatste strohalm om nog geld te slaan uit een artiest die zijn contract niet verlengt. Het bekendste voorbeeld daarvan is The Hits van Prince, dat Warner uitbracht terwijl Prince zelf almaar potsierlijkere pogingen ondernam om aan te klagen dat alle rechten op zijn oude songs bij zijn vroegere label vastgebeiteld zaten.

Toen Radiohead vorig jaar bekend maakte niet langer met EMI te zullen samenwerken, was het dan ook een kwestie van tijd voor ook dat label een van hun grootste melkkoeien in een verzamelaartje zou samenvatten. Niet netjes, en Thom Yorke zal er ongetwijfeld stevig over geknarsetand hebben, maar los van de artistieke overwegingen heeft een best of ook een zeker nut. Het blijft een geweldige ingang voor wie pakweg "Creep" of "Karma Police" in een tijdloze honderd weet te waarderen en beide songs graag samen op een schijfje heeft staan. Een fan durft al eens te vergeten dat niet iedereen die de muziek van zijn of haar favoriete artiest weet te waarderen, daar even fanatiek in is.

Wie dus nog niets van Radiohead in huis heeft, heeft wellicht minder kans op een miskoop met The Best of Radiohead dan met pakweg OK Computer, ook al mist hij dan enkele geweldige albumtracks. Er staat dan ook geen slechte tracks op deze verzamelaar, al verbleken de twee tracks uit Pablo Honey ("You" en "Anyone Can Play Guitar") op de tweede cd wel zeer sterk bij de rest. En ook al klinkt de compilatie lang niet zo briljant gedoseerd als In Rainbows, je moet al een neuroot zijn om niet te kunnen genieten van de sequentie "My Iron Lung"- "There There"- "Lucky" – "Fake Plastic Trees" – "Idioteque". Vijf tracks die samen vier albums en acht jaar overspannen en bovendien lustig heen en weer springen doorheen de registers en evolutie die Radiohead gedurende die jaren maakte, maar een verbazend gaaf geheel vormen. Het is andermaal een bewijs dat Radiohead ondanks de grote Kid A-ommezwaai een eigenzinnig maar in hindsight behoorlijk consequent parcours heeft gevolgd.

Door de songs in deze retrospectieve context te horen, valt op dat Radiohead zelfs op The Bends — door sommigen hun ultieme en foutloze album genoemd, waar de gitaarsongs niet gewurgd worden door al te veel intelligent elektronica-gefröbel — al weerbarstige songs schreef. Al rocken "Just" en "My Iron Lung" als de beesten en zijn "Fake Plastic Trees" en "Street Spirit (Fade Out)" pareltjes van songsmederij, ze zitten vol intelligente vondsten, jazzy ritmes en onverwachte wendingen. En ja hoor: Jonny Greenwood deed toen al de meest bizarre dingen met zijn gitaar. Het zat alleen iets minder opvallend weggemixt.

Omgekeerd blijken "Idioteque", "Pyramid Song" en "There There" los van hun post-Kid A context vrij toegankelijke songs. De groep is ondanks al het geëxperimenteer ook altijd songs blijven schrijven en zelfs de klassieke rock-Radiohead van de eerste helft van de jaren ’90 was al druk doende met experimenteren. Minder opvallend dan nu, maar ze schreven toen al allesbehalve klassieke rocksongs.

Toch geeft deze een behoorlijk vertekend beeld van Radioheads songcatalogus. Op cd een komen maar vijf van de zestien tracks uit hun laatste drie EMI-albums. Op de tweede cd (voor wie wat dieper in de buidel tast) is de verhouding ongeveer 50/50 en wordt de luisteraar dan ook iets meer van het ene uiterste in het andere geworpen (van "Exit Music (For a Film)" naar "The National Anthem": geen kleine stap). Het is ook hier dat minder bekende parels als "Planet Telex", "Let Down" en "Talk Show Host" verborgen staan.

Ideale compromis

Globaal genomen krijgt de luisteraar echter een goed beeld van Radioheads muziek en bewijst deze Best of dat de groep de komende jaren samen met The Doors, Bob Marley en The Cure verdiend verzamel-cd-gewijs ontdekt zal worden door jonge muziekliefhebbers. Die zullen echter geen perfect gebalanceerd beeld krijgen van de evoluties die de groep heeft doorgemaakt. Wie na deze verzamelaar OK Computer beluistert, zal halfweg nog steeds van zijn stoel vallen, net zoals eerste beluisteringen van Kid A of Amnesiac voor enig wenkbrauwengefrons zullen zorgen.

Dat is echter het probleem met elke verzamel-CD van een artiest die een carrière uitbouwt door zichzelf voortdurend uit te dagen en te vernieuwen. Geen enkele Beatles-verzamelaar weerspiegelt de belevenis van The Beatles (AKA de witte) of Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Wie The Cure ontdekt, zal even schrikken van Pornography, en ook de beste Prince-albums zijn betere hits-compilaties dan The Hits.

Het is een oud zeer van verzamel-cd’s en net daarom rijst de vraag of ze nog wel van deze tijd zijn. Nu iedereen via MP3-winkels zijn eigen compilatie kan samenstellen en velen er hun hand niet voor omdraaien om via illegale weg met een paar muisklikken de hele back catalogue naar de harde schijf te halen, is het maar de vraag hoe lang er nog een publiek is voor best ofs en single collections.

Voor de komst van het internet, was een verzamelaar het ideale compromis tussen single en album. Wie tien jaar geleden geen vrienden met een gigantische muziekcollectie had, kon nog hopen op een goede openbare bibliotheek, maar was anders verplicht om nieuwe muziek aan te kopen, met het risico op miskopen. Als dan een sympathieke platenfirma-mens of artiest zelf een staalkaart bijeen compileert, is dat een koopje en lijkt de kans op teleurstelling een stuk kleiner.

Tegenwoordig kan het echter nog makkelijker en met nog minder kosten. Via al dan niet legale wegen op het internet vindt de luisteraar nu nog goedkoper de weg naar een nieuwe ontdekking. Op websites als Last.fm, Pandora en Myspace zijn heel wat songs integraal en gratis te beluisteren. De meeste online muziekwinkels voorzien bovendien mogelijkheden tot voorbeluistering.

En — laten we even niet naïef zijn — zolang de grote piraterijoorlog niet beslecht is, zullen de meesten via torrents op jacht gaan naar gratis downloads. De sympathiekste en meest efficiënte manier om een nieuwe groep te leren kennen, is echter door na een beetje research je eigen compilatie song per song bijeen te kopen. Een beetje Radioheadfan maakt op vijf minuten een lijstje van 20 onmisbare songs. Dat lijstje zal op veel punten samenvallen met het lijstje dat EMI op cd brandde, maar net de minder evidente keuzes van een fan kunnen voor het overslaan van het vuur zorgen.

Het valt dan ook te verwachten dat The Best Of Radiohead niet de meest gebruikte sleutel tot Radioheads muziek zal worden, zoals de rode en de blauwe dat lange tijd wel waren voor The Beatles. Los van discussies over de tracklisting, is het eigenlijk een overblijfsel uit de tijd toen popmuziek nog een relatief duur en ontoegankelijk goed was. Wie de groep wil leren kennen, kan dat gemakkelijk op andere manieren, om dan daarna eventueel enkele albums aan te kopen. Wie gewoon een handig carrièreoverzicht wil, kan nog steeds zijn voordeel doen met deze compilatie, maar moet het dan wel met een niet-perfecte tracklisting stellen. Wie daar dan weer niet tevreden mee is, kan via webwinkels zijn eigen compilatie aankopen.

Net omdat Radiohead zo’n eigenzinnige groep is met een zeer divers oeuvre, vallen de tekortkomingen van hun Best Of en het hele principe van de compilatie-cd des te harder op. Voorlopig blijkt er nog steeds een publiek voor dit soort uitgaven te zijn, maar het valt te verwachten dat dat steeds kleiner zal worden.

The Best Of Radiohead is in twee versies verschenen bij EMI, die u tegen betaling ook graag verder helpen met hun gecompileerde Beatles. Universal deed dat voor The Cure, The Doors en Bob Marley. Warner voor Prince (maar tegen zijn zin).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + zes =