Kiko :: Slave Of My Mind

Net als zijn voorganger is Kiko nummer twee Slave Of My Mind een bloedstollende en bloedhete plaat geworden. Dat er een gat van zeven jaar gaapt, vergeven we de Fransman graag: de man levert dermate degelijke stuff af dat zo’n gat moeiteloos met één plaat te overbruggen is.

Wie komt daar opnieuw piepen? Het Franse elektronicawonder Kiko met een opvolger voor zijn zeven jaar oude debuutplaat Midnight Magic. Al kan er dadelijk aan het nuanceren geslagen worden. Google immers de discografie van Kiko maar eens. Het lijstje bulkt van de e.p.’s, remixen, 12”s en noem maar op. Focussen we echter op de langspelers, de albums zoals die dingen heetten voor songs per stuk op het internet verkocht of weggegeven werden, dan zit vriend Kiko aan plaat nummer twee.

Die tweede plaat heeft het potentieel om Kiko’s cultstatus te laten inruilen voor een groter publiek. De knoppendraaier uit Grenoble wordt momenteel al aan de borst gedrukt door fijne lieden als Felix Da Housecat, Miss Kittin en Cosy Mozzy en dingt met Slave Of My Mind naar de gratie van het danslustige publiek dat op zoek is naar een nieuw geluid om de zon bij te zien opkomen.

Kenners kennen Kiko vast al van zijn samenzweringen met Human Body, Oxia en Alexander Robotnick. Wat de man ook doet, tot nu toe is het resultaat steeds iets dat zich het beste laat omschrijven als een mindfuck. En laat dat volgens de laatste navraag nog steeds een van de betere adjectieven zijn die te verdienen valt als het gaat om het omschrijven van dancemuziek.

Meeslepend is een ander en zeer toepasbaar adjectief op Slave Of My Mind. Kolkende electro maakt zich tijdens het beluisteren van je meester, maar doet dat op zo’n manier dat de beats zich nooit opdringen. Je stapt, zonder er zelf erg in te hebben, zélf in de maalstroom van onstuitbare ritmes, die bovendien aangestuurd wordt door een subtiel spel van opbouw en climax. Verwacht hier dus geen razende beats en meebrulbare postmoderne lyrics maar veeleer tracks die bovenal sfeervol, maar daarnaast nog eens uitermate dansbaar zijn.

Neem wat dat betreft “Sunburn” als voorbeeld. De mood die het nummer opbouwt, is onweerstaanbaar, waar de retrotint die over het nummer hangt vast ook iets mee te maken heeft. Al kan ook daar een ‘maar’ bij geplaatst worden: “Sunburn” heeft een oldskool schijn, maar klinkt tegelijk heel erg nu. Verwarrend? Probeer “7 Minutes” eens. Wie zijn best doet, hoort in het nummer een ouderwetse, enigszins gecamoufleerde johnnybeat, maar laat je opzuigen door het waanzinnige nachtelijke ritme en je waant je in de juiste clubs in, pakweg, Berlijn of Borgerhout.

En dat gaat zo een dozijn songs lang verder alsof het niets is. Kiko strooit de wonderlijke en waanzinnige klanken zonder onderbreking in het rond en toont zijn gave als componist die zowel solo als samen met Joe Crow (“So Time”) of Noam Cohen (“World End Rock Up”, dat klinkt als een melancholische versie van Tiga) permanent scherp uit de hoek komt. Als u dit jaar om een of andere absurde reden zinnens bent slechts één electroplaat te kopen, dan heeft goddeau goed nieuws: uw zoektocht naar die plaat is ten einde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =