Destroyer :: Trouble in Dreams

Je kent het ongetwijfeld: de groeiplaat. De eerste keer dat je ze oplegt, klinkt ze als vluchtige eenheidsworst, haastig in elkaar gedraaide smeerspeculaas of — erger nog, want pijnlijk voor de oren — schreeuwlelijk geluidsbehang. Maar gaandeweg geeft ze haar geheimen prijs, tot je uiteindelijk niet meer zonder kan. Nadat we “Trouble in Dreams” een eerste keer volledig hadden uitgezeten, hoopten we dan ook vurig dat dit zo’n groeiplaat zou blijken. Helaas.

We zweren het: we hebben ons uiterste best gedaan. Geluisterd en nog eens geluisterd. Teksten gelezen. Wéér geluisterd en halfweg uit de speler gezwierd. Uiteindelijk toch — dat plichtsbesef! — maar weer in de lade gestoken. iPod op random gezet, in de hoop alsnog verrast te worden. In het donker geluisterd, wachtend op de klik. Zelfs, tegen alle regels van het objectief recensieschrijven in, twee extreem lovende besprekingen van buitenlandse muziektijdschriften tot op de komma ontleed, in een poging te ontdekken wat-o-wat mensen in de muziek van Destroyer schijnen te horen. Maar het is ons niet gelukt. Trouble in Dreams is en blijft een beproeving voor de oren.

Is het omdat de man (Destroyer is een nevenproject van Dan Bejar van The New Pornographers) zo erg zijn best doet om op de vroege Bowie te lijken? De intro van “Introducing Angels” had zo op Space Oddity kunnen staan, al had hij daar bleekjes afgestoken tegen de tien perfecte songs op het origineel. En het fake Kurt Weill-sfeertje zal hij ook wel van de meester gejat hebben. Zingen doet Bejar al helemaal niet: zijn stem bevat geen enkele nuance en het lijzige parlando waarmee hij zijn composities vollult (excusez le mot) bezorgde ons letterlijk rillingen.

Dat de hele plaat zo seventies klinkt als een gebakkebaarde dwarsfluitspeler met olifantenpijpen doet er ook al geen deugd aan. De foute kant van de seventies uiteraard, die met de halfslachtige rockopera’s, vloeistofdia’s en songs die zeventien richtingen tegelijk uitschieten. Wie zich aangesproken voelt (of zijn acid-ride wil opvrolijken) kan “Plaza Trinitad” checken. Maar niet komen klagen als het in een bad-trip resulteert.

Forceren we onszelf als we een poging doen om iets positiefs te zeggen? Eigenlijk wel, want liefst van al willen we de plaat zo ver mogelijk wegbergen. Maar goed. “Leopard of Honor” begint niet slecht, maar waaiert na een minuut of wat weer compleet de verkeerde richting uit. En openingssong “Blue Flower/Blue Flame” heeft een leuk gitaarriedeltje ergens halfweg. Jammer dat het maar zes seconden duurt.

Mogen we stilaan naar een conclusie streven of is die intussen overbodig geworden? Laten we het hierop houden: Trouble of Dreams, de achtste worp van Destroyer, heeft ons doorzettingsvermogen op de proef gesteld en ons schele hoofdpijn bezorgd. Een aspirientje, snel! Of nee, maak er maar twee van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + twee =