Destroyer :: 4 november 2015, Botanique

Gisteren leek het even alsof de nummers van Destroyers doorbraakplaat Kaputt toch een duidelijker statement maken dan de meer gelaagde songs van het laatste album. Al had een betere opbouw van de set de subtiele sterktes van Poison Season beter in de verf kunnen zetten.

De rotonde van de Botanique zat gisteren afgeladen vol voor het – hoe kon het ook anders – uitverkochte concert van Destroyer. Opvallend was dat het publiek zowel uit besnorde hipsters als minzame vijftigers bestond, en dat heeft veel te maken met de tijdloze sound van Dan Bejar en zijn groep: het stemgeluid van de Canadees wordt wel eens met dat van David Bowie vergeleken, al laat zijn recentste worp heel andere referenties horen. Het in september verschenen Poison Season haalt de mosterd immers bij jazz, klassiek en andere genres die dateren van vóór het rocktijdperk, en ook Bejars ontspannen zangstijl klinkt weer lekker anachronistisch.

Het is een publiek geheim dat de man geen groot vocalist is, maar zijn coole nonchalance werkt wel bijzonder goed in combinatie met de nostalgische melodieën die zijn band uit de mouwen schudt. Ook typisch Destroyer zijn de tekstloze passages die Bejar steevast aangrijpt om met wat nonsensicaal “pam pam padam” uit te pakken, een trucje dat hij gisteren plichtsbewust toepaste tijdens het uit doorbraakplaat Kaputt afkomstige “Savage Night At The Opera”. Het publiek leek er wel pap van te lusten, en de vlam sloeg tijdens het derde nummer een eerste keer echt in de pan. Eerder had de zanger zich ietwat gelaten doorheen opener “Bangkok” gecroond, en de toetsenist kwam in het midden van dat nummer tot de conclusie dat zijn keyboard zelfs nog niet aan stond. Vervolgens was een gezapig “Forces From Above” de revue gepasseerd, dat het in Brussel jammer genoeg zonder de speelse strijkers moest stellen.

Maar geen nood, want niet minder dan zeven achtergrondmuzikanten vergezelden Bejar gisteren op het compacte podium van de rotonde, en het waren vooral de trompet en de saxofoon die het geheel een warme, orkestrale sound meegaven. “Girl In A Sling” werd bovendien ingeleid door een noisewolk van de hand van de trompettist, die met een loopstation en enkele effectpedalen aan de slag ging, al kon die avontuurlijke aanpak niet voorkomen dat het nummer uiteindelijk nogal lauwwarm klonk. Neen, dan werkten de optimistische saxsolo’s van het uptempo “Times Square” toch aanstekelijker: het nummer vormt sowieso één van de hoogtepunten van Poison Season, en het publiek onthaalde het met een enthousiasme dat voordien enkel voor het oudere werk leek weggelegd.

Tijdens de eerste helft van het concert leek het inderdaad alsof Destroyers meest recente album toch enigszins moest onderdoen voor de songs van Kaputt, waarin de elektrische gitaar iets meer aanwezig is. De verleidelijke jazzrock van “Midnight Meet The Rain” veegde die twijfels echter resoluut onder de mat, en ook het opgewekte bisnummer “Dream Lover” maakte duidelijk dat ze met de nieuwe nummers het beste voor het einde hadden bewaard. Akkoord, Poison Season klinkt bij momenten iets meer bevreemdend dan zijn voorganger, maar dat boeiende enigma vormt juist Bejars handelsmerk. Dat de hoogtepunten van Kaputt, waaronder ook “Poor In Love” en “Chinatown”, gisteren niet optimaal werden uitgebalanceerd ten opzichte van het meer subtiele nieuwe werk, lag dan ook vooral aan de volgorde van de setlist.

Bejar zal er echter niet van wakker liggen, want entertainen is nooit zijn specialiteit geweest en tijdens de instrumentale intermezzo’s dook hij dan ook steevast ineen om van een plastic bekertje te nippen. Van de longontsteking waaraan hij naar eigen zeggen leed, was evenwel niet veel te merken: voorzichtigheid is weliswaar zijn tweede voornaam, maar met zijn sfeervolle songs vergeet hij nooit een fijne indruk na te laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × drie =