Coming Soon :: New Grids

Zeven jongelingen die al hun songschrijverstalenten bij elkaar voegen en een plaat maken die de lente omarmt: ziehier Coming Soon. Dit Franse gezelschap debuteert met een plaat die balanceert tussen frivool en diepzinnig, maar evengoed permanent op het scherp van de snee. Een aanrader, quoi?

Een nieuwe generatie staat klaar om de macht over te nemen, zoveel is duidelijk. Werden vroeger de tienerjaren vooral aangewend om een zoektocht te ondernemen naar een band, een repetitiehok, songs, drank, meisjes, instrumenten, nog meer drank en alle andere zaken die clichégewijs met rock-’n-roll geassocieerd worden, dan is dat vandaag even anders. Zie de laatste edities van de Rock Rally, maar zie evengoed de zuiderburen.
Daar is namelijk een gezelschap van zeven tieners opgestaan voor wie muziek maken niet zomaar een vrijblijvende hobby is. Hun leeftijd getrouw kozen ze met Coming Soon een nogal onnozele groepsnaam, maar verder valt nergens uit op te maken dat deze dames en heren nog niet eens oud genoeg zijn om gemotoriseerd de openbare weg te betreden.

Met The Velvet Underground en Bob Dylan als grote idolen getuigt het zevental van behoorlijk wat smaak, en hoeft het niet te verwonderen dat New Grids veelbelovend klinkt. Luister bijvoorbeeld naar die intro van opener "Memento Mori" en hoor de baslijnen die zo afkomstig lijken uit een of andere cult-politieserie uit de seventies. Tel daar dan nog de zang van Leo Bear Creek bij, die hier doet denken aan Adam Greens "Dance With Me", en je hebt een plaat die zeer veelbelovend opent.

En in de dertien nummers die volgen, worden we geen enkele keer ontgoocheld. Goed, hier en daar mag een en ander nog wat bijgeschaafd worden, maar deze indiefolktrash klinkt verdomd goed en belooft het beste voor de toekomst. En wat die toekomst in petto heeft, dat kan blijkbaar nog alle kanten uit, afgaande op de hoeveelheid stijlen die op New Grids de revue passeren.

Zo doet "Home From The Blues" denken aan de plattelandskant van The Dandy Warhols en dingt de eerste helft van "Music From The Ceiling" naar de omschrijving "stijlvolle crooner". Tot de band efficiënte stoorzendertjes door het nummer jaagt die een spel van aantrekken en afstoten spelen met de luisteraar, en het efficiënte songschrijverschap van het gezelschap blootleggen. Een zelfde principe volgt de band in het van een stevige en bij momenten zelfs dreigende gitaar voorziene "Howard’s Mood". Zuiderse elementen verzoenen zich met afstandelijke zang en doen zo een geheel ontstaan dat zowel aan Beck, Leonard Cohen als Mudhoney doet denken.

"Jack Nicholson Style" is dan weer heerlijk naïeve hippiefolk, die klinkt als een akoestische variant op The White Stripes. Tel daar nog een aandoenlijk slepend liefdesnummer als "New Territories" bij en het moge duidelijk zijn: deze zeven tieners barsten van het talent. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat ze er bijna allemaal nog andere projecten op nahouden die, na enkele uren op MySpace, stuk voor stuk de moeite blijken te zijn. Maar zoals steeds is ook hier — voorlopig — het geheel beter dan de som der delen, wat maakt dat we al die indrukwekkende ontluikende songschrijftalenten het liefst samen aan het werk zien en horen, zoals op dit intrigerende en lichtjes verslavende debuut.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + vier =