Domino 08 :: Efterklang + Our Broken Garden + Peter Broderick

Hoe kan je een festival beter aftrappen dan met pure schoonheid?
Bij het immer onvoorspelbare Dominofestival lapten ze al hun
spreekwoordelijke laars aan dergelijke esthetische verwachtingen
door Sunn O))) met een stel Moogs de hendel van de hellepoort open
te laten draaien, maar deze keer werden er geen organen verplaatst.
Efterklang gedijt namelijk niet in de buurt van de aardkern, maar
bezingt de luisteraar toe als engelenscharen, rijstpap en gouden
lepeltjes in de hand. Gezien de transformatie van glaciale
stilering naar vloeiende uitbundigheid die de Denen met Parades ondergaan
hebben, waren we dan ook volledig klaar voor een avond van
sprookjesachtig escapisme richting Sint-Pieter en de zijnen. En het
moet gezegd: de Scandinaviërs maakten er een concert van dat zelfs
de ijzige verstardheid van de grootste dogmaticus zou doen
ontdooien.

Voor de voorprogramma’s rekruteerde Efterklang binnen de eigen
gelederen: voor slechts een handvol mensen werd Domino in gang
gezwengeld door Peter Broderick, een naar
Denemarken uitgeweken Amerikaan die fungeert als gastmuzikant bij
Efterklang. De man situeert zich ergens in de desoriënterende
Bermudadriehoek tussen Final Fantasy,
Max Richter
en Jóhann
Jóhannsson
en we lieten ons graag meedrijven met zijn fraai
opgesmukte pianocomposities. Broderick puurde akoestische
soundscapes in popsongformaat uit zijn instrumenten, smaakvol
afgeboord met ruisende elektronica. Zijn korte set was dan ook een
staalkaart van ‘s mans talenten. Dankzij vele loops smeedde de man
pianopartijen, vioolinterventies, een zingende zaag en samples aan
elkaar en ook een akoestische gitaar maakte een gastoptreden. Het
leek wel of de dromerige soundscapes ons kwamen toegewaaid vanuit
een Deens havenstadje zonder kwaadaardige sirenes. Bovendien zorgde
de man voor een aandoenlijke intimiteit door in het laatste nummer
door het selecte kransje luisteraars te lopen. Een bescheiden
ontdekking, deze Peter Broderick!

Dat kan minder gezegd worden van Our Broken
Garden
. Onder deze noemer laat Anna Bronsted, de pianiste
van Efterklang, haar zielenroerselen op de wereld los. In
tegenstelling tot Broderick kon de hese blondine echter niet
beklijven. Haar verplichte nummertje had weinig van een tuin van
eden en des te meer van een slecht verzorgd paviljoentje. Eenzaam
aan haar instrument bracht ze enkele pianoballads met ijle
elektronica op de achtergrond, maar de songs waren te kleurloos om
de aandacht vast te houden. Gelukkig was het concert van het
zagerige elfje te kort om echt te gaan vervelen. Bronsted kreeg nog
een herkansing bij Efterklang zelf, een kans die ze met beide
handen zou grijpen.

De sound van Efterklang laat zich bijna
omschrijven als een lesje fysica. Hun sprookjesachtige geluid
speelt namelijk een verslavend spel van smelten, vriezen en
sublimeren. Op Tripper pakten de
Denen nog uit met ijskoude melancholie, maar Parades blinkt dan
weer uit in de sierlijke speelsheid van waterballet. De pracht
druipt van hun meeslepende trips als water van stalactieten en we
kregen de kans om ons flink te laten besprenkelen. Met hun bruine
broeken en witte hemden zag het achttal eruit als een stel
boekhouders met een blinde kleermaker, maar van bij opener
‘Polygyne’ werd duidelijk dat er van stijfheid geen sprake zou
zijn. De song is namelijk de perfecte samenvatting van waar de
huidige Efterklang voor staat: een meeslepende mix van blazers,
strijkers en koortjes dat afgewerkt wordt met subtiele toetsen
Kling Klang-tronica.

Vroeger moest Efterklang nog een beroep doen op visuals om voor een
boeiende kijk- en luisterervaring te zorgen, maar die tijden zijn
duidelijk voorbij. De band speelt met zoveel goesting en bezieling
dat er zowel voor oor als oog voldoende lekkers te rapen viel.
Bovendien waren ze in topvorm en de verschillende instrumenten
vloeiden moeiteloos in elkaar over. Bij andere acts zou een song
als ‘Carvan’ ontaarden in een chaotische kakofonie, maar de Denen
maakten er een meerstemmige conversatie van die geen seconde
verveelde. In het dreigende ‘Frida Found A Friend’ bewees Bronsted
dan weer dat ze beter gecast is als backing vocaliste dan als
frontvrouw en ook het vroegere, minimalere werk kwam aan bod met
‘Chapter 6’.

Breed gearrangeerde intimiteit of pompeuze verstilling: het lijken
contradicties, maar niet bij Efterklang. Met hun rijke bezetting
kunnen de Denen de gemiddelde living niet binnen, maar ze maakten
er een concert van met woonkamergezelligheid van. De muzikale bron
van schoonheid uit het Hoge Noorden is nog lang niet drooggelegd en
daar is Efterklang het beste bewijs van. Een aftrap in stijl, heet
zoiets dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + drie =