General Mindy :: Delusions Of Grandeur

Op Delusions Of Grandeur persen de zelfverklaarde kroonprinsen van de Belgische indie een inventieve rockplaat en een wat lauwe popplaat samen tot een geheel. Het resultaat is een half geslaagd debuut.

Laat ons beginnen met het goede nieuws: de eerste vijf tracks die General Mindy serveert zijn zeer goed tot goed. Niet toevallig zijn het nummers die binnen het brede geluidsspectrum van de groep eerder naar rock dan naar pop neigen. Neem nu opener “Max Harris”, waarin een withete gitaar de plaat hortend en stotend op gang trekt. Zanger Johan Verckist houdt dankzij zijn Mark-Laneganiaanse cool prima stand te midden van het gitaargeweld, terwijl een mondharmonica met kinkhoest en in acid gedoopte synths op de achtergrond een guerrillaoorlog uitvechten. En of dat klinkt!

“Frequently Obscene” is dan weer een tegendraadse rocker zoals ook The Germans ze maakte, voor de groep zich op avant-gardistische krautrock ging richten. “Abusive Fire” klinkt alsof het van de schrijftafel van Millionaire is gevallen: een driftkikker van een riff, een ritmesectie die met de spierballen rolt en dissonant klinkende keyboards. Enige minpunt is dat het refrein niet echt aan de ribben blijft kleven, maar voor de rest wel sappige rock-‘n-roll.

In het puntige “Prozac Candy”, de eerste single van het album, schuift de groep op in de richting van Brits aandoende gitaarpop met een retrofeel à la The Coral. Bij het aanhoren van deze dartele stuiterbal van een song kregen we zowaar zin om ons haar tot een kuif te kammen, de kraag van onze jas recht te zetten en op een Vespa ervandoor te scheuren. Een song om heel veel kauwgombellen bij te blazen. Via “Features” maken we verder kennis met de poppy kant van de groep. Een orgeltje dat weggelopen lijkt uit het universum van Eels nodigt ons uit om de huppeldepup te dansen. En intussen prikkelt Verckist onze verbeelding, door te illustreren hoe de met moderne wetenschappelijke technieken verwekte zoon van Tom Barman en Bent Van Looy zo ongeveer zou klinken. Niet slecht, zo blijkt.

Na dit sterke openingskwintet gaat echter drie nummers lang het licht uit. “Superfuck Fried Big Bang”, General Mindy’s halfslachtige poging om punkrock nieuw leven in te blazen, vergeten we liefst zo snel mogelijk. Het toepasselijk getitelde, want op automatische piloot gespeelde “Cruise Control” en het ronduit slaapverwekkende “Bad Rumours” zijn lofi-popsongs waarin we de invloed van producer Pascal Deweze (Metal Molly, Sukilove) menen te horen. Blijkbaar heeft Deweze zijn gave om gouden popmelodieën neer te pennen niet kunnen over brengen op zijn Antwerpse pupillen, want wij hoorden niks dat onze aandacht kon vasthouden.

Gelukkig hervindt de band in het naar de dansvloer lonkende “Love Without A Reason” de goede vorm van het openingskwintet en weet hij dit ook in het uitbundige “All I Got” vol te houden. Het tot de rand gevulde kopje tranen genaamd “The Kid” was met zijn weemoedig pruttelende elektronica zelfs de perfecte afsluiter geweest. Helaas breidt de groep met “Temporality Blues” en “It Don’t Matter (To Me)” een veel minder boeiend einde aan de cd. Zonde.

General Mindy heeft op zijn debuut de soundtrack bij een rondrit door Zwitserland gemaakt: hoge toppen en diepe dalen wisselen elkaar vlotjes af. Wij durven er echter onze Zwitserse klok om verwedden dat de opvolger van Delusions Of Grandeur nog een pak beter en consistenter zal zijn, want potentie hebben deze jongens zeker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =