Roland Van Campenhout :: Never Enough

Roland Van Campenhout, dat is de pionier van de Vlaamse deltablues (de Rupeldelta in zijn geval, mocht die bestaan). De veteraan bewees echter al van meerdere (wereld)markten thuis te zijn en ook Never Enough is een bloemlezing van nauw aan het hart liggende genres die u en mij overtuigen van hun bestaansrecht.

De rauwe foto van Roland op de hoes (door Stephan Vanfleteren) legt onmiskenbaar de groeven in zijn gelaat bloot, veel dieper dan die van een lp, aanvankelijk het enige draagmiddel om ’s mans muziek in huis te halen. Het hoeft niet gezegd dat deze knar al een eind meegaat: ongeveer 40 jaar bezielt hij middels micro en gitaar allerlei kroegen en zaaltjes ten lande en daarbuiten. Ook andere artiesten als Miek en Roel, Rory Gallagher en Arno (Charles et les Lusus) waren maar al te blij het bebaarde gezelschap naast zich te mogen dulden. De blueskop van Roland overstijgt het genre: op The Great Atomic Power uit 2005 schenen zelfs Afrikaanse invloeden door.

Admiral Freebee, die andere baard en bij de dienst bevolking als Tom Van Laere door het leven gaand, kent zijn pappenheimers en neemt Roland voor deze plaat op sleeptouw. Het is zijn eerste job als producer en daarom geen onlogische keuze: Van Campenhout hoeft niet gekneed te worden als een via sms-wedstrijd gewonnen debutant en bovendien groeide de admiraals laatste album een flink stuk richting biotoop van Roland. Het lijkt er dan ook op dat die gelijkgezindheid en dat wederzijdse respect een resultaat garandeert waarbij geen van de twee het gevoel moet hebben veel toegiften te hebben gedaan, hoewel het soms wel duidelijk is welk idee van wie komt. De meeste nummers werden samen geschreven en Van Laere is ook regelmatig te horen.

De wisselwerking zorgt voor aardig wat variatie. “Hissing O’ The Heath” is een heerlijk sidderende parlando waarin Roland –“made her come my way”– de rol van oude viezerik op zich neemt en Van Laere die van de jaloerse bok. Het nummer is echter helemaal niet representatief voor de rest van de plaat. Het parlandotrucje wordt nog eens herhaald tijdens het losse “Officer, Kiss Me Please” (met een geleende tekst van Beat Generation-dichter Gregory Corso), maar is ditmaal heel wat minder geslaagd. Wat op dit album vooral opvalt, is het indrukwekkende verschil waarmee Roland zijn stem hanteert. Tijdens “Midnight Star” bijvoorbeeld klinkt hij bijna akelig hard als Nick Drake, geen wonder dat “Northern Sky” ooit op zijn coverplaat Waltz belandde.

Daarmee is het echter nog niet gedaan: de prachtige pianoballade “In My Time” zou niet misstaan tussen het latere werk van Johnny Cash en tijdens het uitgesponnen “It All Has To Do With It” klinkt Van Campenhout als Mark Lanegan die met een jerrycan benzine een mond vol spijkers doorgespoeld heeft. Op “Fire In The Morning” doet eindelijk de smoelenschuiver zijn intrede, die nochtans rijkelijk aanwezig is op de achterkant van de hoes. Daardoor wordt het verleidelijk om richting Dylan te gaan verwijzen, maar ook zonder al die vergelijkingen blijft het eigen gezicht van de meeste songs moeiteloos intact. “Almost Home” ten slotte is het een slotakkoord van een 40 minuten durende betoog dat Roland weer wat steviger tussen de nationale muziekcoryfeeën zet. Wij hebben er in ieder geval nog niet meteen genoeg van.

Roland speelt op 26 april in de AB Club en op 8 juni in de Roma Foyer

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + achttien =