Queens Of The Stone Age :: 2 maart 2008, Lotto Arena

Hoe vaak je Queens Of The Stone Age ook live ziet, keer op keer komt de band zo overdonderend uit de hoek dat het lijkt alsof het de eerste keer is. Ook in de Lotto Arena blaast de band rond Josh Homme het publiek gewoonweg omver. Of: het begrip triomf scherpgesteld.

Als er ooit een lijst opgemaakt wordt van de belangrijkste rockbands van de noughties dan verdient Queens Of The Stone Age een stek hoog op die lijst. Niet alleen omwille van vier steengoede, en één oké studioplaat, maar bovenal dankzij een livereputatie waar weinigen aan kunnen tippen. Die livereputatie heeft het gezelschap rond Josh Homme te danken aan reeds een vol decennium verbluffende concerten die hun gelijke niet kennen.

Dat de band qua bezetting al vele watertjes doorzwommen heeft, is meermaals voorwerp van polemieken geweest, maar het moet gezegd: Homme heeft elke nieuwe bezetting goed in de hand en staat vocaal ook almaar beter zijn mannetje wanneer er songs gebracht worden die op de studioalbums door anderen gezongen worden. Zo blijkt “You Think I Ain’t Worth A Dollar But I Feel Like A Millionaire” een gedurfde, maar trefzekere opener te zijn die het begin vormt van een groot muzikaal orgasme.

Daarbij wordt rijkelijk uit het stilaan omvangrijk wordend oeuvre geput met als belangrijkste vaststelling dat de nummers uit het recente Era Vulgaris live als een huis staan. Zo weet “3’s And 7’s” op plaat niet helemaal te overtuigen, maar wanneer de Queens het live als alibi gebruiken om een eerste keer al jammend buiten de lijntjes te kleuren, blijkt het potentieel van het nummer maar al te zeer.
Dezelfde tactiek wordt vervolgens toegepast op “Feel Good Hit Of The Summer.” Ooit was dat niet meer dan een uit de hand gelopen grap die van een baslijn voorzien was, nu is het een muzikale speeltuin waar, middels “A Hard Day’s Night”, zelfs The Beatles in mogen meespelen.

Een ander punt waarmee Queens Of The Stone Age meer dan een streep voor heeft op de doorsnee hard rockende groep, is hun mellow kantje. Met een bezwerende, kippenvel oproepende versie van “In The Fade” en een ronduit zwoel “I Wanna Make It Wit Chu” verheft het vijfkoppig gezelschap zich ver boven de eigen stonerroots. Al wil dat nog niet zeggen dat er niet met vol geweld over het publiek gewalst mag worden. “Someone’s In The Wolf” maakt wat dat betreft grote sier en blinkt uit in opbouw en meeslependheid om uiteindelijk met een loeier van een climax de genadeslag toe te dienen.

Tijd om bij te komen krijgt het publiek echter niet: met het onverwoestbare “You Can’t Quit Me Baby” en punkknaller “Sick Sick Sick” raast het gezelschap naar het einde. In die eerste song wordt nogmaals heerlijk gejamd en lijken Homme en Co. erop uit het publiek te bewijzen dat het hoogtepunt van psychedelische rock niet in de jaren zestig gezocht moet worden. Met prijsbeesten “No One Knows” en “Song For The Dead” volgt bovendien een toegift om duimen en vingers af te likken, waarbij vooral in het laatste nummer nog eenmaal de grenzen van eigen kunnen afgetast worden. Queens Of The Stone Age speelt zo meeslepend dat het moeilijk wordt niet te vergeten waar je bent en welk nummer alweer gespeeld wordt. Met een moordend drumsalvo zet Joey Castillo uiteindelijk het publiek opnieuw met beide voetjes op de grond en komt er een einde aan een verbluffende passage van wat sowieso al een van de spannendste bands out there is. Vijf sterren? Zes!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =