Quantum of Solace

Soms wordt een film zo hysterisch enthousiast onthaald dat het
bijna onredelijk lijkt – een fenomeen dat je momenteel heel
duidelijk kunt waarnemen bij ‘Loft’: het is een bloody
whodunit, people,
niet de heilige graal. Twee jaar geleden
gebeurde iets gelijkaardigs toen ‘Casino Royale’ uitkwam. Wat een
goed gemaakte, grimmige reboot van de James Bondserie was,
werd al gauw de top 250 van de imdb in gestemd en opgehemeld tot de
beste film in de reeks sinds de dagen van Sean Connery (veelal door
dezelfde mensen die daarvoor eerst anti-Daniel Craigwebsites hadden
opgericht; je bent gepassioneerd of je bent het niet). ‘Quantum of
Solace’ had dan ook grote schoenen te vullen. Regisseur Marc
Forster keek aan tegen de kritische waardering van zijn voorganger,
en bovenal tegen diens box office cijfers, die fenomenaal
waren. Dat de gigantische hype van 2006 zich zal herhalen, lijkt me
weinig waarschijnlijk: we weten immers al min of meer wat we kunnen
verwachten van de “Bond nieuwe stijl”, wat meteen de verrassing
rond de ongepolijste toon van ‘Casino Royale’ elimineert. Maar
‘Quantum of Solace’ is wel, een aantal duidelijke gebreken ten
spijt, een waardige opvolger die er in slaagt om de reeks relevant
te houden voor de 21ste eeuw.

Wie niet verloren wil lopen in de plot, kan best eerst ‘Casino
Royale’ nog eens opfrissen: Bond gaat immers achter de mysterieuze
organisatie aan die verantwoordelijk was voor de dood van zijn
liefje Vesper Lynd. Die organisatie blijkt Quantum te heten (ter
vervanging van Spectre, uit de begindagen van James Bond), een wijd
vertakt misdaadsyndicaat dat verborgen is kunnen blijven voor MI6
en de CIA. Eén van de leden van Quantum, Dominic Greene (Mathieu
Amalric), is op het eerste zicht een rechtgeaarde ecostrijder en
ondernemer, maar smeedt ondertussen snode plannen: hij is van plan
om een militaire coup in Bolivië te ondersteunen in ruil
voor de controle over al het water daar. Bond, tegenwoordig
voorzien van een permanent pissige blik op zijn gezicht, schiet in
actie om Vesper te wreken en Greene tegen te houden een heel land
dorst te laten lijden.

De producenten willen er absoluut niets van horen en ontkennen
het in alle talen telkens er iemand over begint, maar laat u vooral
niets wijsmaken: de invloed van de ‘Bourne’-trilogie is duidelijk
voelbaar in ‘Quantum of Solace’. Niet alleen in de nieuwe, relatief
kwetsbare benadering van het personage James Bond (die hier net als
Jason Bourne wordt afgebeeld als een meedogenloze killer, maar dan
wel één met een paar motherfuckers van onderliggende
trauma’s), maar vooral ook simpelweg in de aanpak van de
actiescènes. Marc Forster, normaal gezien regisseur van drama’s als
‘Stranger Than Fiction’ en ‘The Kite Runner’, kiest net als Paul
Greengrass voor een hyperkinetische aanpak, met veel close-ups en
uitgebreid gebruik van een shaky cam. Een achtervolging
over de daken van Siena aan het begin van de film roept
overduidelijke herinneringen op aan een gelijkaardige scène in ‘The
Bourne Ultimatum’. Dat is niet erg – in tegendeel, als ‘Quantum of
Solace’ ergens in uitblinkt, dan is het wel in zijn actiescènes,
die continu overtuigend en opwindend zijn – maar het toont wel aan
dat Bond niet meer de trendsetter is die hij ooit was. Hij volgt nu
het voorbeeld van anderen, wat allicht precies de reden is waarom
de Bondmensen de naam Bourne niet willen horen.

In contrast met ‘Casino Royale’ heeft Forster duidelijk voor een
snelle, economische aanpak gekozen – de film is zowat de kortste in
de hele reeks met z’n 106 minuten speelduur, en bevat geen
grammetje vet. De prent racet van de ene actiescène naar de andere,
met tussendoor net tijd genoeg om de plot uit te leggen. Het gevolg
daarvan is dat ‘Quantum of Solace’ nooit de kans krijgt om ook maar
een seconde te vervelen, maar anderzijds kan de film ook nooit even
ademen. Een groot deel van de menselijkheid van ‘Casino Royale’
wordt uit ‘Quantum of Solace’ geweerd. Bond is hier de ultieme
koele killer geworden, die om niemand geeft en meer gemotiveerd
wordt door wraak dan door een geloof dat Dominic Greene afgestraft
moet worden voor zijn misdaden. De enige menselijke relatie waar je
een klein beetje om kunt geven, is die tussen Bond en M (Judi Dench
krijgt hier relatief veel te doen, wat een goeie zet was). Voor de
rest is er zo weinig plaats voor emoties of rustpunten in ‘Quantum
of Solace’ dat de hele prent koud en lichtjes mechanisch
aanvoelt.

Niet dat je daar echt van wakker ligt zo lang het duurt. Daniel
Craig is alweer een geweldige Bond, die naarmate de film vordert,
zienderogen meedogenlozer wordt. Hij gooit lijken in
vuilniscontainers, plant een bijl in de voet van een schurk en gaat
zelfs zo gewelddadig te keer dat M hem eraan moet herinneren “dat
je niet elke mogelijke informant meteen moet afmaken”. De Bond
rough style wordt hier duidelijk verder gezet, en dat
werkt prima om ook in ‘Quantum of Solace’ het mottenballengevoel
tegen te gaan dat zich aan het einde van Pierce Brosnans contract
duidelijk liet opmerken.

Wat ik wel miste, was een sterke Bondgirl. Olga Kurylenko neemt
de honneurs waar als Camille, die zo haar eigen redenen heeft om
Dominic Greene uit de weg te willen, maar de interactie tussen haar
en Bond levert niet echt vuurwerk op. De twee personages worden
allebei gedreven door wraak, wat op het niveau van het scenario wel
werkt, maar er hangt geen seksuele spanning tussen hen. Een Britse
agente, Strawberry Fields (o nee, ze zijn daar weer met hun
onnozele namen!) is weinig meer dan een kortstondige afleiding. Dat
gebrek aan een goeie Bondgirl is voor een gedeelte eigen aan het
concept van de film: na Vesper Lynd gooit deze James Bond zich niet
zomaar terug in een zinderende affaire – maar als gevolg daarvan
ontbreekt er wel duidelijk iets in ‘Quantum of Solace’, iets dat de
vroegere films pittiger maakte.

Daar staat wel tegenover dat de plot beter geconstrueerd is dan
die van de vroegere, meer traditionele Bondavonturen. De
ouderwetse, vertrouwde opzet “Bond krijgt opdracht van M – Bond
reist halve wereld rond – Bond redt de wereld” wordt hier door
elkaar geschud om meer het gevoel te geven van een echte
spionagefilm, waarin aanwijzingen (relatief) natuurlijk naar elkaar
leiden. Geen evil masterminds die in een draaistoel met
een kat op schoot zitten en dingen zeggen als “I’ve been
expecting you, Mister Bond”
waarna ze hun hele plan voor
werelddominantie uit de doeken doen. In plaats daarvan krijgen we
een uitstekend opgebouwde scène waarin Bond tijdens een
operavoorstelling een clandestiene meeting van de slechteriken
afluistert. Het blijft allemaal fantasie, natuurlijk, maar ditmaal
wel fantasie die thuishoort in het lichtjes paranoïde post-9/11
tijdperk, in plaats van het ‘Die Another
Day’-la-la-land.

‘Quantum of Solace’ heeft dus zo z’n zwakkere punten, maar hij
bewaart genoeg van de charmes en krachten van ‘Casino Royale’ om
z’n mannetje te kunnen staan. Bond is nog steeds meaner than
ever.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + een =