Thurston Moore



Thurston Moore zwaait al enkele jaren met de witte vlag naar pure
popmuziek. De laatste studioplaten van Sonic Youth brachten geen
vernielde kamer meer teweeg, hoogstens verschenen er enkele bruine
vlekken op het behangpapier. Het voornamelijk akoestische Trees Outside The
Academy
, zijn tweede soloplaat na ‘Psychic Hearts’ uit 1995,
mocht dan ook geen verrassing heten. De tijd van vuur vattende
versterkers lijkt achter Moore te liggen, maar voor een goed
gevulde AB en met een straffe band achter zich bewees hij dat een
oude vos z’n streken niet verliest.

Naar de oude AB-gewoonte traden er voor de komst van onze
gitaarheld twee voorprogramma’s aan, een tactiek die vaak ergernis
bij het publiek veroorzaakt. Dat was deze avond niet anders, al zal
het niet aan het comedy-gehalte van Jos Steen
gelegen hebben. Op het eenzame stoeltje op het podium nam geen
popdiva met een stem van satijnen soul plaats, maar een poor
lonesome cowboy met een schuurpapieren, door whisky gerijpte strot.
De man speelde improvisatorische bluesnoise waaraan Ignatz zich
waarschijnlijk zou wagen op pensioengerechtigde leeftijd en na een
paar fikse alcoholverslavingen. Zijn opener bleek een ode aan de
pas overleden componist Karlheinz Stockhausen. Sympathiek
uiteraard, maar het stuk was weinig meer dan zat gebrabbel (zonder
bier weigerde Jos te spelen) en wat geklooi op zijn gitaar met een
rekkertje. Met zijn titels zat het nochtans goed: ‘Crazy Crocodile
Walk’ leek in de verste verte ergens op een song, maar ‘Terrible
Snowman Walk’, aangekondigd als dwaze popsong, klonk dan weer als
een Yeti die gedwongen wordt om naar ’16+’ te kijken. Het publiek
vroeg zich waarschijnlijk af of een Brusselse psychiatrische
kliniek een patiënt kwijt was, maar toch konden we ‘s mans
verzopen, tussen Waits en Beefheart oscillerende blues best
pruimen.

De door Thurston Moore zelf meegebrachte Heather Leigh
Murray
was even zot als Jos Steen, maar de langbenige
blondine kon zelfs geen greintje sympathie bij het publiek
opwekken. Murray bleek een vals zingend spook en kwijlende heks die
bij menige zang- en gitaarleraar nachtmerries zou opwekken. Gezeten
op hetzelfde stoeltje bracht de in Glasgow residerende Murray een
halfuurtje ongeïnspireerd feedbackend lawaai met een zo mogelijk
nog schabouwelijkere schreeuwstem. Het nut van haar plaats op deze
triple bill ontging ons volledig, want haar richtingloze noise
staat volledig haaks op het solowerk van Thurston Moore. Het was
dan ook lang geleden dat we zo’n ravissante verschijning zo graag
zagen vertrekken.

Popliefhebber of noisefetisjist? Thurston Moore
weigert te kiezen en gelukkig maar. Beide elementen zijn altijd
aanwezig geweest in het werk van deze muzikale omnivoor, alleen
slaat de slinger de laatste jaren meer in de richting van de
properder steegjes van de muziekgeschiedenis. Dat bleek
onmiddellijk uit prachtige versies van ‘Frozen Gtr’ en ‘The Shape
Is In A Trance’: deze keer geen geil gevecht met Kim Gordon, maar
een verterende conversatie met de viool van Samara Lubelski en de
akoestische gitaar van Chris Brokaw.

Thurston Moore met een akoestische gitaar in de pollen lijkt een
even logische combinatie als Elio Di Rupo met een das in plaats van
een strikje, maar de man bespeelt het instrument met dezelfde
passie en cool als anders. Een mooi voorbeeld was de lange
instrumentale sequentie waarmee ‘Honest James’ op gang werd
getrokken. Het spannende gitaarwerk weefde een web van klanken,
maar in tegenstelling tot bij Sonic Youth kon de lieve popsong
ontsnappen in plaats van verteerd te worden door de noise-spin.
‘Off Work’ ging dan weer van start met een feedback-intro waarbij
alle bandleden hun instrument tegen hun versterkers
schuurden.

De grootste Sonic Youth-echo kwam er echter met ‘Wonderful Witches
+ Language Meanies’, een korte noisy rocker met gekarteld
gitaarwerk die zo op ‘Dirty’ of ‘Goo’ had gekund. Naarmate het
concert vorderde, kwam ook de klasse van de band bovendrijven.
Sonic Youth-drummer Steve Shelley was zoals steeds een ultrasolide
sluitstuk, maar ook ex-Codeïne-gitarist Chris Brokaw kweet zich
uitstekend van zijn taak en de vioolinterventies van Lubelski
zorgden voor een vertederend randje zonder in stroperige bijdragen
te vervallen. Prachtige versies van ‘Silver>Blue’, ‘Fri/End’ en
‘Trees Outside The Academy’ werden dan ook op luid gejuich
onthaald.

Voor de bissen werd dan voor het eerst de elektrische gitaar
omgegord en Moore diepte enkele snedige parels uit ‘Psychic
Hearts’, zijn vorige solo-album, op. Onder meer ‘Queen Bee And Her
Pals’ en ‘Patti Smith Math Scratch’ barstten open als zweren die al
een concert lang etter aan het vergaren waren. Hoewel Moore zich
tijdens het optreden allesbehalve als een zoutpilaar gedroeg, leek
hij dan pas echt los te komen. Voor het eerst martelde hij z’n
gitaar in plaats van ze hoofs te beminnen en de man voelde zich
duidelijk als een kind in een ballenbad. Met dit uitstekende
concert heeft Thurston Moore alvast opnieuw onze innerlijke snaar
betokkeld.

(Afbeeldingen TM)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − elf =