Seabear + múm :: 9 december 2007, Zaal België

Acht jaar na Agaetis Byrjun blijft IJsland zijn muzikale zonen uitzenden en Zaal België spreidt dan maar wat graag de armen om een warm Belgische welkom in een ijskoude Open Circuitzaal te bieden. Een sterk Seabear maakte goed waar een wat richtingloos múm het liet afweten.

Ze worden een beetje als de redders van het zieltogende Morr Music beschouwd: de piepjonge bende van Seabear. Singersongwriter Sindri Már Sigfússon verzamelde een hoop vrienden rond zich, liet hen alles meebrengen wat muziek maakt, en namen samen het speelse The Ghost That Carried Us Away op. Eindelijk leverde het label daarmee nog eens een plaat op die de oren deed spitsen.

Verzinkt de groep op dat debuut al eens in het drijfzand van de Morr-wazigheid, dan worden de songs op de planken een stuk helderder afgeleverd. In "Arms" fiedelt een viool als is ze net ontsnapt uit een masterclass Levellers, het spelplezier is ronduit aanstekelijk. De zes groepsleden rond Sigfússon gaan zich te buiten op belletjes, xylofoontjes en andere banjo’s en ook de droompop van "Cat Piano" wint meteen aan kracht.

Straf trouwens: openen met je drie beste nummers — ook "I Sing I Swim" wordt al meteen prijsgegeven — en vervolgens nog geen seconde vervelen. Nu eens speelt de groep een zwierig "country swing"-nummer, een song later schakelt hij naadloos over van klanktapijtjes à la Tunng naar regelrecht dansvloervoer. Voor het afsluitende "Sea Shell" mogen de leden van múm al even de temperatuur op het podium komen opnemen wat ontaardt in een jolig meezingfestijn. Alsof de leraar het muzieklokaal vergat af te sluiten en een bende olijke tieners zich te buiten gaan op al de instrumenten die er staan opgestapeld. Aanstekelijk, en dankzij de sterke songs van Sigfússon ook memorabel. Een groepje om in de gaten te houden.

Echt opgenomen in een muziekschooltje: Go Go Smear The Poison Ivy, de nieuwste van múm. Op die plaat resulteert dat in een hoop speelse liedjes die een verre echo zijn van de duistere voorganger Summer Make Good. Ook múm profileert zich vandaag dus als een vrolijke bende, maar overdrijft daar zwaar in: op het podium gaat leukheid vanavond voor de song, en dat wekt al eens ergernis of gaaplust op.

Het helpt ook niet dat de groep in de eerste paar songs van zijn set de elektronica grotendeels achterwege lijkt te laten. "Moon Pulls" gaat zo ten onder aan een gebrek aan spankracht. Als quasi-folksong wist "Oh How The Boats Drift" zich staande te houden op Summer Make Good, deze ingeklede versie glijdt met een geeuwtje voorbij, net als "Marmelade Fires" dat het knetterende en knisperende mist wat múmsongs hun intensiteit geeft.

Pas in de tweede helft van het concert weet de groep beterschap te creëren met de stevigere songs uit Go Go Smear The Poison Ivy. "Guilty Rocks" beukt heerlijk met zijn accordeonsample, in "I Little Bit, Sometimes" denderen de ritmeloops eindelijk als vanouds als een rotsverschuiving door de song. Ook in het vrolijke "Blessed Brambles" klopt alles plots, in tegenstelling tot het olijke rommeltje "Those Eyes Are Berries". "Is het dan écht nodig om in elk nummer "lalala" te zingen?", zucht iemand naast ons, en we kunnen de ergernis bijtreden. Wel leuk: de flard "I Was Made For Loving You" die de blokfluiten ergens weggeven.

In de bissen wordt nog wat oud werk opgevist, en verzinkt de band opnieuw in de zwijgzame afstandelijkere pose van vroeger. Het herinnert er in één tel weer aan waarom múm vroeger zoveel indrukwekkender en sterker was: die afstandelijkheid en mystiek droegen bij aan de spankracht die de nummers wat durven ontberen. De uitgelaten schooluitstapsfeer die bij momenten over dit optreden hing ondermijnde op die manier wat múm ooit zo goed maakte. Niettemin compenseerden de stevigere momenten dat wel wat, zodat de balans dan toch min of meer in evenwicht blijft. múm lijkt op dit moment nog altijd niet helemaal hersteld van het vertrek van zangeres Kristín Anna Valtýsdóttir, maar zoekt met veel enthousiasme een nieuwe richting. Dat ze die nog niet gevonden hebben, bleek niettemin.

Het zal niet lang meer duren of elke leraar, elke bankbediende, elke garagist in IJsland zal zijn kind op schoot kunnen nemen en vertellen over de tijd dat papa of mama met een groepje de Europese podia afdweilde. Maar hoort u ons klagen? Neen, zelfs niet nu múm langzamerhand een beetje lijkt weg te deemsteren in joligheid want met Seabear is de volgende generatie al weer aan zet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =