Trois Couleurs :: Bleu




Krzysztof Kieslowski is één van die regisseurs die steeds wordt
gecategoriseerd onder het vakje “moeilijke filmmakers”, samen met
roemruchte namen als Ingmar Bergman en Andrei Tarkovski. U kent het
type wel – ze dwingen automatisch een enorm respect af onder
iedereen die zichzelf graag cinefiel noemt (met een glaasje wijn
erbij en een artistiek verantwoord gezicht), maar wie heeft hun
films ooit allemaal vrijwillig gezien en wie zou er met enig
plezier aan beginnen? Niet al te veel mensen. Wat op de keper
beschouwd best wel jammer is. Want ongeacht zijn reputatie als
“zware” regisseur, zijn zijn films meer dan de moeite waard, en
niet alleen uit intellectuele overwegingen. Kieslowski wist ook
regelmatig een emotionele diepgang te bereiken die indrukwekkend
was, en hij bediende zich dikwijls van een prachtig mooie beeldtaal
die verrassend helder en duidelijk was. Kieslowski was geen
regisseur die moeilijk deed om toch maar moeilijk te doen – hij
gebruikte vaak uiterlijke eenvoud om een inhoudelijke rijkdom te
suggereren die niet veel mensen hem hebben nagedaan. De ‘Trois
Couleurs’-trilogie werd zijn filmisch testament. In 1993 en 1994
maakte hij drie companion pieces, ‘Bleu’, ‘Blanc’ en
‘Rouge’, genoemd naar de kleuren van de Franse vlag en thematisch
opgebouwd rond de drie kernwaarden van de Franse democratie,
liberté, égalité en fraternité.

‘Bleu’ is de openingsfilm van de trilogie en gaat over Julie
(Juliette Binoche), een jonge vrouw die haar man en dochtertje
verliest in een auto-ongeluk. Haar echtgenoot was een gevierd (en
rijk) componist, die toen hij stierf bezig was aan een speciale
compositie voor een Europese viering. Maar terwijl de autoriteiten
en kunstliefhebbers overal ten lande om ter luidste treuren om zijn
dood, besluit Julie om zichzelf helemaal van haar verleden af te
zonderen. Ze verhuist naar een klein flatje in Parijs, doet alle
spullen weg die haar kunnen herinneren aan haar man of dochter en
neemt zelfs haar meisjesnaam terug. Ze bouwt een muur tussen
zichzelf en hetgeen er gebeurd is, maar erg sterk is die muur niet.
Enkele maanden na haar vlucht naar de hoofdstad ontdekt Julie
immers dat een bevriende componist van plan is om de onafgewerkte
compositie van haar man te vervolledigen. En op die manier wordt ze
toch gedwongen om het verleden onder ogen te komen.

Vanuit dat basisgegeven creëert Kieslowski een portret van een
onconventioneel rouwproces. Aan het begin van de film, wanneer
Julie net thuis is uit het ziekenhuis, zien we een huishoudster van
het gezin troosteloos staan huilen in de keuken. Wanneer Julie haar
vraagt waarom ze weent, antwoordt de huishoudster: “Omdat u het
niet doet.” Julie geeft haar een knuffel, troost haar, doet wat ze
hoort te doen onder de omstandigheden, maar we zien in haar ogen
dat ze enkel doet wat er van haar verwacht wordt, omdat ze de
andere vrouw niet nog meer wil kwetsen. De indruk die je krijgt, is
dat Julie na het ongeval emotioneel helemaal geblokkeerd raakt; een
halfslachtige poging tot zelfmoord in het ziekenhuis leidt tot
niks, en omdat ze dan toch verder moet leven, besluit ze
systematisch alles te verwijderen dat haar aan vroeger doet denken.
Ze breekt haar leven doelbewust, steen voor steen af, in de hoop
achteraf van nul opnieuw te kunnen beginnen. Ze belt zelfs een
vriend op van wie ze weet dat die al lang een oogje op haar heeft,
enkel om met haar te komen vrijen. Dat doen ze, maar de volgende
ochtend gedraagt ze zich ijskoud: “Doe de deur goed dicht voordat
je vertrekt.” En dat was dan dat – waar die vrijpartij over ging,
was niet affectie, laat staan liefde. Het ging niet eens over lust,
maar enkel om de behoefte die ze had om met iemand anders naar bed
te zijn geweest dan haar man. Om de herinnering – zelfs seksueel –
van haar echtgenoot te verdrijven met een ander.

Kieslowski observeert die scènes sober, zonder te oordelen. Hij
dwingt het publiek niet om te sympathiseren met Julie, maar daagt
ons wel uit om te oordelen over wat ze doet. Hij gaat zelden of
nooit voor openlijk emotionele scènes (geen Hollywoodiaanse
huilbuien in zijn cinema, no way!) maar verbergt de
gevoelens van zijn hoofdpersonage vlak onder de oppervlakte.
Uiterlijk is Julie doorgaans onbewogen, alsof ze verdoofd door het
leven gaat, maar we voelen wel aan dat er daaronder heel wat meer
aan de gang is. De regisseur geeft hints naar Julie’s ware
gevoelens, maar hij weigert om het er dik op te leggen – het
publiek moet zelf maar een deel van het werk doen. En hij wordt
natuurlijk geholpen door Juliette Binoche, in de rol die haar
ticket naar Amerika betekende. Op de basis van deze film castte
Anthony Minghella haar in ‘The English Patient’, en sindsdien
pendelt ze tussen Frankrijk en de VS. In ‘Bleu’ waagt ze zich aan
een staaltje understatement dat om te beginnen al punten
verdient wegens pure lef. Het vergt moed om weinig te doen voor een
camera, om op te houden met acteren en gewoon jezelf toe te laten
om een emotie te voelen, in de overtuiging dat het zal er zal
uitkomen in de film.

De regisseur structureert de film helemaal vanuit de ervaring
van Julie, en om dat gevoel te versterken maakt hij erg veel
gebrukt van close-ups en visuele symbolen. Iedereen die ooit iets
traumatiserends heeft meegemaakt zal begrijpen hoe je nà zo’n
voorval plots andere dingen begint op te merken. Details worden
vaak erg belangrijk, gaan in je hoofd zitten en willen niet meer
weg. De manier waarop de regen tegen de ramen klettert. Een klontje
suiker dat langzaam bruin wordt naargelang er koffie in doordringt.
Ga zo maar door. Kieslowski steekt z’n film vol met dat soort van
details, om de lichtjes gedesoriënteerde
“waar-ben-ik-en-waarom”-metaliteit van Julie tot leven te wekken.
En zoals het hoort in een film die ‘Bleu’ heet, gebruikt hij ook
regelmatig die kleur als metafoor – het blauw in de film
vertegenwoordigt de herinnering aan Julie’s man en dochter, en het
is dan ook prominent aanwezig (wat té prominent, misschien –
Kieslowski melkt dat ene symbool wat al te gretig uit).

‘Bleu’ is het liberté-gedeelte van de ‘Trois
Couleurs’-trilogie, maar Kieslowski behandelt dat concept al met
even grote vrijheid als de Tien Geboden in zijn beroemde
‘Dekaloog’. Het gaat hier niet zozeer om politieke of fysieke
vrijheid, als wel om emotionele vrijheid. Hoe snij je jezelf los
van het verleden? Als er nu één vraag is waar miljoenen mensen elke
dag mee worstelen, dan is het die wel. Kieslowski lijkt hier te
willen zeggen dat we allemaal onvrij, gebonden door het leven gaan.
Gebonden door onze familie, ons werk, onze vrienden, alles wat ons
leven op z’n plaats houdt. Is liberté in die zin dan wel
echte vrijheid? En als het al echte vrijheid is, is het dan iets
waar we naar moeten streven? Of dat we kunnen volhouden? Kieslowski
stelt misschien hoogdravende vragen als je er echt op wilt
doorbomen, maar in eerste instantie verpakt hij dat in een krachtig
maar subtiel drama waar iedereen zich in kan laten meeslepen. Niks
hermetisme, niks dikdoenerij – dit is simpelweg een mooie film. Wie
daarna in de symboliek wil duiken, mag dat altijd doen, maar is
daartoe niet verplicht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 17 =