Interpol :: 23 november 2007, Vorst Nationaal

Op de hoes van Our Love To Admire overmeesteren twee roofdieren een weerloze prooi. Een treffend gekozen beeld, want Interpol deed net hetzelfde met het publiek in Vorst. De band haalde verschroeiend uit zodat niemand zonder kleurscheuren de zaal kon verlaten. De herinneringen aan een indrukwekkend concert likken de wonden wel.

De cd-hoes wordt, alsof het een statement is, tijdens het verbluffende openingsnummer “Pioneer To The Falls” levensgroot op een wit doek geprojecteerd. Uit die song, die live nog indringender klinkt, blijkt wat een goede zaak het is dat de geblindeerde ramen van Interpols geluid op een kier mochten op Our Love To Admire. Het mag dat ietsje weidser en sierlijker, zonder ook maar iets aan strakheid in te boeten. Verderop in de set zal ook “The Lighthouse” dat verkillend mooi bevestigen.

En wat een uitstraling heeft de band. Carlos Dengler speelt geen basgitaar, hij verleidt haar en bedrijft er vervolgens de liefde mee op een zachte, strelende, haast tantristische manier, waarbij hij het instrument alle hoeken van de zaal laat zien. De cool die die gast uitstraalt moet Marlon Brando doen woelen in zijn graf. Daniel Kessler, zoals altijd stijlvol in het pak, is een lust voor het oog wanneer hij, getuige zijn moves, de songs als LSD door zijn aders laat gutsen. Paul Banks kijkt tijdens de eerste nummers als een gekwetste, in zichzelf gekeerde arend de zaal in, maar ontdooit wanneer de bijwijlen extatische respons van het publiek tot hem doordringt. Sam Fogarino regisseert hen op een heerlijke, dwingende wijze: zijn drumwerk geeft ook vanavond songs als “PDA” of “Say Hello To The Angels” een geraamte dat uit onbreekbare botten bestaat.

Interpol ontkracht op lichtjes imposante wijze van de pot gerukte verwijten als zou hun muziek “kil” of “klinisch” klinken. Veel songs gooien hun witte doktersjassen misschien pas na enkele luisterbeurten af, maar krijgen vanavond een strak Italiaans maatpak aangemeten. Na “Pioneer” ontpoppen “Obstacle 1”, “Narc” en het heerlijk snedige “C’Mere” zich tot vuurwerkpijlen die van op het podium worden afgeschoten. Het haast uitzinnige publiek doet Banks na “C’Mere” dan ook voor een eerste en allesbehalve laatste keer glimlachen.

Dat Turn On The Bright Lights een van de beste debuten van dit decennium is, zet een al even uitgekookt, brandwonden bezorgend “Say Hello To The Angels” in de verf. Net als “Hands Away” daarna, dat zo bezwerend mooi klinkt als het best denkbare argument pro jaren tachtig. Banks is trouwens opvallend spraakzaam vanavond, en zijn brede grijns naar Kessler bij de openingsakkoorden van “Slow Hands” is onbetaalbaar.

Dat is blijkbaar een sein voor de hele band om nóg een versnelling hoger te gaan spelen. Het einde van de reguliere set kent dan ook een niet minder dan memorabel einde: “Evil” groeit vanavond helemaal uit tot een stomend anthem, “The Heinrich Maneuver” volgt en zet de ambities voor “single van het jaar” kracht bij, waarna een duizelingwekkend “Not Even Jail” de heilige drievuldigheid compleet maakt: een enorm genietende Kessler geeft het nummer een versie mee waarna het voor eeuwig gelukzalig zou kunnen inslapen.

“You made us feel really good tonight”, prevelt Banks na de traditionele drie bisnummers uit Turn On The Bright Lights waarin Fogarino zich helemaal uitleeft. Vorst krijgt dan ook, zoals alleen Madison Square Garden tot dusver, een tweede bisronde waarin het onvolprezen “Untitled” er nog in slaagt de schoonheidsprijs van de avond te winnen. “Brussels, magnifique!” roept Fogarino na afloop de zaal in, waarbij hij zijn glas rosé opheft en zo eigenlijk de hele avond perfect samenvat. Interpol donderde over het publiek als een vrachtwagen over een weerloos, rondzwervend plastic zakje op de autosnelweg.

Enig minpunt is dat de set van het voortreffelijke Blonde Redhead, noodgedwongen als voorprogramma, even kort was als het kleedje van de verrukkelijke Kazu Makino. Ook die band speelde een onberispelijke, bevlogen en bijwijlen intrigerende set, waarbij grotendeels gepuurd werd uit prachtplaat 23. Vooral het titelnummer en “Dr. Strangeluv” wisten te imponeren en doen hard verhopen dat Blonde Redhead volgend jaar ons land nog eens aandoet als hoofdact, opdat gerechtigheid zou geschieden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 11 =