Hooverphonic :: The President of the LSD Golf Club

PIAS, 2007


Blaas op de hoorn. Zet uw runderen op stal. Open ramen en deuren.
Hang de vlag buiten… En zet de warmwaterkraan aan, want het is weer
tijd om te baden in chauvinisme. Wereldklasse van eigen bodem is
altijd reden voor gejubel binnen onze grenzen en met wat anders dan
onze tennisgodinnen/draken steekt België zo nu en dan zijn kleine
kopje eens boven de wereldzeeën uit? Juist ja, steengoeie muziek.
En vaste waarde Hooverphonic bestuift die al meer dan tien jaar
over ons landje en hun nieuweling valt zonder twijfel ook onder die
noemer.

Alex Callier en de zijnen trokken vorige zomer voor elf dagen naar
de werklozere, naaldboomrijkere wederhelft van ons land en kwamen
na veel studioleute terug in hogere sferen met alle materiaal voor
een zevende studioplaat: ‘The President of the LSD Golf Club’. Die
titel zweefde al een tijdlang door Calliers hoofd, maar mocht nooit
eerder een hoes sieren door toedoen van de mannen-met-kinderen bij
platenfirma Sony BMG. Maar nu Hooverphonic in eigen beheer de
schijfjes op de markt gooit, kan er naar hallucinogene middelen
gerefereerd worden dat het een lust is en krijgt de taxichauffeur
uit San Francisco die in de jaren ’60 een meute trippende golfsnobs
naar de holes-in-one aanvoerde alsnog de eer die hem
toekomt. Wie zegt dat er geen gerechtigheid meer bestaat in de
wereld?

‘The President of the LSD Golf Club’ is een nieuw begin voor
Hooverphonic, niet alleen professioneel, maar ook muzikaal. Het is
het eerste album dat Alex, Geike en Raymond live opnamen in de
studio met hun vaste concertmuzikanten, en die moesten een paar
serieuze snaren bijspannen in hun bereik, want de synthesizers en
strings die vroegere albums domineerden zijn immers opgeborgen en
hebben plaats geruimd voor instrumenten uit de oude doos waar enkel
nog de klas-nerds mee geassocieerd worden. Fluit, cimbaal,
klavecimbel en orgel mogen elk eens proberen opboksen tegen de
drums en gitaren om vervolgens te vervallen in verrassend
melodische symbiose. Zo doen de begintonen van ‘The Eclipse Song’
de magistrale intrede van Lodewijk de Veertiende in de kamer
verwachten, waarna geruststellend basgeluid de brug pleistert met
Geikes hypnotiserende “But I ain’t ever gonna love you”
refrein dat zo vaak herhaald wordt dat je het haast persoonlijk
gaat opvatten. Deze tekstuele ellipsen die in andere nummers ook
opduiken, zetten het algehele psychedelische karakter van het album
en de referenties naar de garage rock uit de jaren ’60 nog eens
kracht bij. “Move on, you better move on, we’re walking in tiny
circles”
is zowat het enige vers in ‘Circles’ en ook eerste
single ‘Expedition Impossible’ blijft met “This is no colonial
ship… This is no pond or a lake… Every wave does ask for more”

draaien rond dezelfde watermetaforen voor relatieleed.

De dromerige toets die er altijd al was bij Hooverphonic wordt hier
ten volste uitgespeeld en weegt zwaarder door naar het albumeinde
toe. Waar ‘Stranger’ nog recht van ‘Jackie Cane’ gerukt had kunnen
zijn, gaan de laatste tracks een meer zweverige richting uit.
‘Strictly Out of Phase’ komt in de buurt van Portishead-fantasma’s
en Geike snijdt als een soort Björk doorheen
‘Bohemian Laughter’, dat eindigt in een geestelijk verheffend
instrumentaal slotakkoord waar Radiohead trots op
zou zijn. Vocaal is Geikes stem de leidende ster, maar voor het
eerst mag ook Alex een keer mikken naar hemelse grootheid, zoals
hij dat doet op ’50 watt’ en ‘Gentle Storm’. Iemand heeft de smaak
duidelijk te pakken en wil precies meer doen dan enkel een gitaar
vasthouden tijdens concerten. En wij kunnen dat alleen maar
aanmoedigen.

Alex Callier liet in een interview ooit vallen dat hij betere
liedjes schrijft als hij niet in een relatie zit. Wel, de man moet
minstens een jaar doodongelukkig seksloos gestaan hebben, want ‘The
President of the LSD Golf Club’ is op maat gezette kommer en kwel
van de bovenste plank. Het is het muzikale equivalent van een dagje
Amsterdams smart-shoppen met songs die in je hoofd kruipen en daar
blijven rondtollen. Opmerkelijk is dat ondanks alle nieuwe
elementen de Hooverphonic sound en sfeer intact is gebleven. Het
klinkt allemaal nog heel grauw en introvert, met hier en daar een
glimp van levensvreugde. Vernieuwd en vertrouwd goed dus. En we
hadden niets anders verwacht van de mensen van Hooverphonic.

http://www.hooverphonic.com/
http://www.myspace.com/hooverphonic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 13 =