Arcade Fire

Ik kan me voorstellen dat er een klein dozijn bandleden zenuwachtig
heen en weer schoven, daar in de backstage van Vorst, op een
druilerige post-allerheiligen vrijdagavond. Hoe groot de
livereputatie van de band én nieuwste worp Neon Bible ook mogen
zijn, België lag hun dit jaar niet. De sinussen van zanger Win
Butler weigerden dienst in Schaarbeek, zodat het concert node
diende te worden afgelast, en op Pukkelpop ging deze zomer alles
mis wat maar mis kon gaan, wat ‘slapstick’ misschien wel de beste
beschrijving maakte. Om maar te zeggen, ook zíj wisten dat het er
maar beter op kon zijn.

Het leuke aan bands als Arcade Fire is dat naast het auditieve ook
het visuele een grote rol speelt – je kan maar beter groter dan 175
cm zijn als je op het middenplein plaatsneemt. Een vijftal
identieke cirkels werd schijnbaar plompverloren op het podium
geplaatst, met daarachter een enig mooi orgel. Het instrument bleef
het hele optreden bijna onaangeroerd, maar esthetisch was het een
pareltje – de cirkels waren dat tot dusver allerminst. Tot de
lichten uitgingen en die cirkels kleine schermpjes bleken te zijn
waarop verschillende identiteiten (met een beetje goede wil kon je
zowel Oprah Winfrey als Don Quichote herkennen) de show inleidden.
Achter de band werden achtereenvolgens fluisterende mimespelers en
gigantische bijbels in neonlicht geprojecteerd. Het verhoopte
effect – een oase van gemengd geschreeuw bij zowel de projecties
als het publiek – werd perfect bereikt toen de band het podium
betrad. Helaas leek de vloek die Arcade Fire met de Belgische grond
bindt nog steeds hangende, want het stemgeluid van Butler was bij
die opener schel, nauwelijks hoorbaar en ronduit irritant, en ook
de instrumenten leken maar half gestemd. Wat een zee van
instrumentale kunst moest worden, mondde uit in een kakafonie die
aan de nabije veemarkt van Anderlecht deed denken.

Angst was dus het codewoord, maar die werd meteen de zaal
uitgeblazen met een sublieme ‘No Cars Go’. Het was al een van de
betere nummers op Neon Bible, maar live
komt het pas echt tot zijn recht. Telt u mee: hoogtepunt één. Enkel
tijdens ‘Rebellion’ zouden de problemen nog even opduiken, toen
Butlers microfoon dienst weigerde en de man zijn stem even
daadkrachtig was als de deelakkoorden van Leterme I. Maar zo zou de
band haar schuld langzaamaan dus wel inlossen. Want vervolgd werd
met een ander facet dat Arcade Fire zo uniek maakt: de stem van
Régine Chassagne. Chassagne klinkt zoals Tori Amos dat zou
moeten doen, en tilde ‘Haiti’ op tot een niveau dat Sir Edmund
Hillary groen kan maken. Hoogtepunt twee. Halverwege het concert
hadden we ‘Black Waves/Bad Vibrations’ als derde hoogtepunt
geboekstaafd, maar het was pas na de Violent Femmes-cover ‘Kiss
Off’ dat het échte Arcade Fire zich openbaarde. Bezeten als een koe
op diezelfde Anderlechtse veemarkt en visueel zowat vergelijkbaar
met Heima, de dvd die Sigur Rós op de mensheid loslaat, als ware
het parels voor … de zwijnen. “…And if the snow buries my,
my neighboorhood. and if my parents are crying then I’ll dig a
tunnel from my window to yours, yeah a tunnel from my window to
yours.”
klinkt het in ‘Tunnels’, een bewijs dat een hoop
overleden familieleden en steenpuisten live tot een catharsis komen
om “Aristoteles” tegen te zeggen. De trance die toen werd ingezet,
werd pas weer verbroken toen de laatste tonen van ‘Rebellion’ door
het ondertussen weke publiek werden overgenomen als aanmoediging om
alsjeblieft te besluiten met hitje ‘Intervention’ en perfecte
uitwuiver ‘Wake Up’. Sommige dingen kan je een bijna tot de nok
gevuld Vorst Nationaal nu eenmaal niet weigeren.

Wat maakt Arcade Fire anders dan de gemiddelde hedendaagse
rockgroep? Vooreerst is de band een zaligmakende kruisbestuiving
tussen Fitter Happier en Sonic Youth enerzijds, Beirut en U2
anderzijds, maar houdt hun sound (en daar moeten we naast de
violen, harp en originele drum alweer de stem van Chassagne voor
prijzen) de uniciteit die tegenwoordig zo zeldzaam is geworden
innig vast. Anderzijds zie je een bezetenheid die je tegenwoordig
nog maar zo zelden ziet. Daarnaast is het ook een van de weinige
hedendaagse bands die nooit gehypet zijn in deze of gene pers, het
zijn collega musici (en welke, oa David Bowie en Thom Yorke zijn
fan) die hen de nodige adelbrieven verstrekten. En die
livereputatie, die bleef overeind als ware het Jack Bauer in een
langzaam vergaande wereld. Op het rapport prijkt “80% voor het
auditieve, 100 voor het visuele, 18/20, grootste onderscheiding”.
Arcade Fire kan met dit resultaat zonder vrees het Laatste Oordeel
afwachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 15 =