The Savages




Oud worden is kut maar het is een al even zware dobber om te
moeten toekijken hoe je naasten uitdoven tot ijl voor zich uit
starende kamerplanten. Niemand wil dat de onverwoestbare papa (die
met zijn blote handen een huis kon opheffen, een huis zeg ik u!)
wegkwijnt in een kamertje zonder zonlicht. Niemand wil dat de
zorgzame mama (die zo’n ongelooflijk lekkere boterhammen met
confituur en choco kon smeren) met een overvolle pamper in een door
een TL-lamp verlicht gangetje naar het toilet strompelt. In ‘The
Savages’ worden ook broer Jon en zus Wendy geconfronteerd met hun
in de schemerzone verdwijnende vader. En ook al hebben ze niet
bepaald warme herinneringen aan hun teergeliefde vake, het blijft
diezelfde klootzak van een vent die hen heeft genegeerd tot de
neurotische en gedesillusioneerde losers die ze zijn. Thanks
dad!

Jon Savage (Philip Seymour Hoffman) is een professor in de
theaterwetenschappen. Interimspringertje Wendy Savage (Laura
Linney) probeert met een subversief autobiografisch toneelstuk een
prestigieuze beurs binnen te halen. Broer en zus Savage (ironische
knipoog naar The Darlings uit Peter Pan) hebben weing met elkaar
gemeen, behalve dan dat ze dezelfde dementerende vader (Philip
Bosco) hebben die met uitwerpselen op de muren schrijft. Dolletjes.
De twee trekken noodgedwongen naar het ironisch zonnige Arizona om
hun wegglijdende vader op te pikken en in een rusthuis te steken.
Ook al zijn Jon en Wendy gefrusteerd, verbitterd en nauwelijks op
hun vader gesteld, de oude zaag moet zijn laatste dagen toch een
beetje in peis en vree kunnen slijten. De zoektocht naar een
geschikt home confronteert broer en zus met hun eigen
teleurstellingen, hun lang vervlogen dromen en de stille hoop dat
hun leven toch nog iets zal worden.

Liefhebbers van studio independents (denk aan ‘About Schmidt’, ‘Sideways’ en ‘The Squid and the
Whale’
) mogen nu al hun plekje reserveren voor ‘The Savages’.
Deze bitterzoete zielsgenoot van het betere werk van Alexander
Payne (actief als producent hier) is een in azijn gedrenkt drama
dat de humor gaat zoeken in de pijnlijke en meer deprimerende
dingen des levens zoals doodgaan, afgaan en excrementen op de muur.
‘The Savages’, nog maar de tweede film van Tamara Jenkins (haar
vorige, ‘Slums of Beverly Hills’ dateert al van ’98) is niet
bepaald het zonnetje in huis, maar laat op een zwartkomische manier
een disfunctioneel duo zien op een ankerpunt in hun leven: de
laatste stap naar de volwassenheid (beter bekend als het
ongezellige moment waarop de kinderen de ouders moeten behandelen
als kinderen). Het resultaat is minder begeesterend dan ‘Sideways’ en niet zo
aanstekelijk als ‘Little Miss Sunshine’,
maar laat de kijker wel twee uur lang afwisselend stiekem grinniken
en stilletjes wegkruipen in het zeteltje.

‘The Savages’ blijft eigenlijk opvallend ver weg van de
disfunctionele tragikomedie en laat het quirky subgenre en
zijn kleurrijke kenmerken slechts vanop een afstand meegenieten van
wat Jenkins heeft klaargespeeld. Zo behoudt ze met veel oog voor
detail (let op de contrasterende setting van de surrealistische
cactusvoortuintjes in Arizona tegen het grijze sneeuw- en
regenlandschap van New York) de focus op het verhaal en de
karakters die erin rondlopen en tegen elkaar opbotsen. Met haar
scherpe pen heeft Jenkins een intelligent en bitterzoet verhaal
neergepoot dat als geheel misschien niet de som van zijn delen is,
maar door de rake observaties en relativerende toetsen toch een
blijvende indruk achterlaat. De reden? Een clever uitgekiend en
gevoelig scenario, gedreven door formidabele vertolkingen van
Linney en Hoffman én niet te vergeten Philip Bosco.

Jenkins gebruikt de relatie tussen de emotioneel geblokkeerde
Jon en zijn neurotische zus Wendy heel ongedwongen om het
intimistische verhaal subtiel te laten ontplooien. Ze weet
bijvoorbeeld perfect hoe ze met eenvoudige scènes en dialogen
(‘you killed my plant!’) personages kleur, dynamiek en
karakter kan geven. De scène waarin een panikerende Wendy haar
broer wakker belt om te melden dat het niet zo goed gaat met de
papa, zegt ongelooflijk veel over de personages en hun houding
tegenover het confronterende nieuws dat hen zal samenbrengen. Wendy
gebruikt een veilig schild van schuldgevoel, terwijl
mellow Jon voor de pragmatische en praktische aanpak gaat.
Wendy wil een luxerusthuis, maar voor Jon zijn die death
houses
allemaal hetzelfde, of ze nu een proper tuintje hebben
of niet. Via grappige (de nekconstructie van Jon, de openingsscène
met de cheerleaders op leeftijd!), pijnlijke (pa, wat moeten we met
je doen als je sterft?) en doodeerlijke (je vriendin graag zien is
nooit melig) momenten, werkt ‘The Savages’ zowel ontroerend,
inspirerend als ontnuchterend. En dan zijn de acteurs daar…

Dit is de wellicht de meest overbodige alinea ever,
maar hoe kan ik nu ‘The Savages’ aanprijzen zonder de lichtjes
fantastische vertolkingen te vermelden? Laura Linney (hier met een
Miranda July-kapsel) voorziet het emotioneel kloppende hart,
scruffy-looking Philip Seymour Hoffman levert elke dialoog
met een perfecte timing en een moedige Philip Bosco imponeert met
misschien wel de moeilijkste rol van de drie. Linney en Hoffman
zijn trouwens bijzonder geloofwaardig als broer en zus, zeker
wanneer het besef komt dat ze veel meer met elkaar gemeen hebben
dan dat ze aanvankelijk dachten. ‘The Savages’ zal Jenkins
definitief op de kaart zetten als schrijftalent, maar toch blijft
het een acteursfilm – zo goed zijn ze hier bezig.

‘The Savages’ is een kleine maar fijne tragikomedie die zijn
bitter cynisme evenwichtig in de pas laat lopen met een menselijke
herkenbaarheid. Tamara Jenkins only speaks the truth en
krijgt meer dan geloofwaardige spreekbuizen met Laura Linney,
Philip Seymour Hoffman en Philip Bosco. Een scherpe, eerlijke en
stiekem grappige film over sterven, volwassen worden en alles wat
ertussen ligt. Ja hoor, eigenlijk zijn we een klein beetje – komt
ie! – wild van ‘The Savages’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =