Picastro :: Whore Luck

Voor ers van: experimentele en ietwat
bevreemdende ‘sadcore’.

Het kan gebeuren dat u op een nutteloze zaterdagnamiddag vertier
bij de platenboer zoekt. Slenteren tussen de bakken volgepropt met
grote en kleine schijfjes, soms stoppen om eentje enkele keren
weifelend in je handen om te draaien en dan uiteindelijk naar de
toonbank te struinen om daar de vangst neer te poten. Vaak genoeg
gebeurt het dat tijdens dit proces de Eeuwige Twijfel opdoemt. Dit
kan over de prijs gaan, maar evengoed over een aankoop die hals
over kop gebeurt. Verliefd worden op de plaat omwille van de hoes,
zeg maar. Voor zij die zich hierdoor gaarne laten meeslepen, is
‘Whore Luck’ van Picastro een potentiële verleider. De
potloodtekening die de plaat verpakt, toont een mannelijk en
vrouwelijk gezicht die letterlijk in elkaar overgaan. Voor
liefhebbers van horror met teveel fantasie kon dit inderdaad een
schets geweest zijn van een project in kinderschoenen van één of
andere krankzinnige professor. Dit is het níet, maar de muziek zou
niet misstaan als soundtrack voor zo’n lugubere
ondernemingen.

Het is trouwens goed mogelijk dat u, nieuwsgierig naar de groep
achter de fantastische albumcover, nog nooit van Picastro gehoord
hebt. Afkomstig uit de mooie streken van Canada (wat de dag van
vandaag niet meer uniek zo is) is het gezicht van deze groep een in
het gehoor beperkte vrouw – wat als muzikant wel redelijk uniek is,
toch, Beethoven? Toch laat Liz Hysen het niet aan het hart komen;
haar rol als zangeres vervult ze trouw en bewonderenswaardig. Wij
liegen niet wanneer we zeggen dat alles grotendeels vasthangt aan
Hysens bevreemdende vocalen. Voorgaande platen ‘Red Your Blues’ en
‘Metal Cares’, ietsje chaotischer uitgevallen dan ‘Whore Luck’,
bewezen al dat de luisteraar hierdoor vaak gedwongen wordt tot
actief luisteren.

Dat actief luisteren kan intrige dan wel gefronste wenkbrauwen met
zich meebrengen. Vaak genoeg zijn de nummers op ‘Whore Luck’
opgebouwd uit een eenvoudige basisformule; simpel gitaartokkel,
cello en speelse piano zoals in ‘Hortur’. Soms is de compositie
echter meer obscuur; onvoltooide accordeon in ‘Ghosts’ gaat over in
de woestere stuipen van ‘Towtruck’. Als een zesde zintuig blijft
Picastro te werk gaan; ‘All Erase’ lijkt wel een gotisch
triomfstuk, met indringende melodie en dito stem.

Niet steeds wordt er in die grijze zone vertoefd. ‘Whore Luck’
bevat naast lichtjes ijselijke werkstukjes ook charmante momenten,
zoals het lieflijke ‘Friend of Mine’. Daarnaast doet de ietwat
nonchalante zang in ‘Car Sleep’ en ‘In The Weeds’ ergens wel denken
aan PJ
Harvey
, ook bij ons een graag geziene madam. Bijgestaan door
Jamie Stewart (Xiu Xiu), de heer van
trieste horror himself, wordt ‘Older Lover’ gecoverd,
oorspronkelijk van de Britse groep The Fall. Gezien Mark E. Smith
vandaag fulltime brompot is, geven wij een plaatsvervangende
goedkeuring: schaars in bezetting en macaber in uitvoering is dit
één van de beste nummers op de plaat.

Net als Picastro’s vorige albums is ‘Whore Luck’ ook gedrenkt in
dat melancholiek zwart. Door de dikwijls wat afwezige zang van
Hysen primeert de tekst niet op de muziek en laat zo voldoende
aandacht aan deze laatste, dit keer duidelijk product van een
consistentere muzikale aanpak. Dit is een plaat met heel wat
verborgen pracht, die meer aan de oppervlakte zal én moet komen
tijdens de donkerste maanden van het jaar.

MySpace

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 + vier =