Manufacturing Dissent




In zijn nieuwe film ‘Sicko’ neemt Michael
Moore enkele reddingswerkers van 9/11 mee naar Guantanamo Bay, op
Cuba, om daar de gratis ziekteverzorging te krijgen die hen ontzegd
wordt in Amerika. Ze mogen er uiteraard niet binnen, en dus trekken
Moore en co het land zelf in, waar ze hartelijk onthaald worden
door bekwaam medisch personeel dat hen met de glimlach – en gratis
– verder helpt. Naar aanleiding van die scène kwam er een onderzoek
naar Moore door de autoriteiten, om uit te zoeken of hij het
handelsembargo met Cuba had geschonden. Moore reageerde door
luidkeels in de pers uit te schreeuwen dat hij vervolgd werd door
de regering, en dat hij de negatieven van de film zou verstoppen om
te verhinderen dat ze in beslag genomen zouden worden. Zelfs fans
van Moore moeten toegeven dat dat – op z’n zachtst uitgedrukt – een
overdreven reactie was. Je kunt veel van de Amerikanen zeggen, maar
dat ze een kritische film zouden confisqueren en vernietigen,
klinkt als louter paranoia.

Maar dat soort anekdotes hoor je vaker waar het Moore betreft:
hij is nooit vies geweest van een stunt op z’n tijd (Charlton
Heston een foto van een neergekogeld schoolmeisje onder z’n neus
duwen, om maar iets te zeggen), en heeft met die kamikaze-aanpak
gemengde resultaten geboekt. Enerzijds heeft hij de documentaire
vorm van filmmaken zeker nieuw leven ingeblazen, met docu’s die
grappig, entertainend en tegendraads waren, en die ook een
broodnodige, levendige spreekbuis boden voor de linkerkant van het
politieke spectrum. Anderzijds vereiste die showstoppende
mentaliteit ook heel wat vindingrijk monteerwerk en gefoefel met de
feiten, dat hem kwetsbaar maakte voor felle kritiek. Zijn films
waren zo populair, dat er al snel vanuit de rechterhoek een respons
kwam, met producties die hun eigen standpunt vertegenwoordigden. De
meeste van die films (‘Michael Moore Hates America’, ‘Fahrenhype
9/11’) waren haastig in elkaar geflanste werkjes, die nog erger
naar propaganda roken dan Moore’s eigen films, maar dan veel
slechter gemaakt. ‘Manufacturing Dissent’ is wellicht de sterkste
anti-Moore film tot op heden, hoewel ook dit exemplaar niet vrij
blijft van de nodige manipulaties.

De Canadese documentairemakers Rick Caine en Debbie Melnyk zijn
allebei zelfverklaarde fans van Moore, die de regisseur volgen
tijdens zijn promotietournee voor ‘Fahrenheit 9/11’ in
2003. Ze zien de film in première gaan in de VS en daarbuiten, zien
Michael Moore de publiciteitsronde doen, een Gouden Palm in
ontvangst nemen en ga zo maar door. De hele tijd lang proberen ze
een interview met Moore los te krijgen, maar telkens worden ze
afgewimpeld – security agenten vragen hen vriendelijk te
vertrekken, telefoontjes en e-mails blijven onbeantwoord en wanneer
ze Moore dan toch zien op een algemene persconferentie, lijkt hij
nauwelijks te weten wie ze zijn of waar ze het over willen
hebben.

Tussen die frustrerende pogingen om Moore te spreken door (een
premisse die doet denken aan Moore’s eigen doorbraakfilm ‘Roger and
Me’) krijgen we een chronologische geschiedenis van zijn carrière.
Zijn vroege dagen als liberale journalist, die schijnbaar met
iedereen ruzie had omdat hij zijn willetje te veel wou doordrijven.
Zijn begin als filmmaker, zijn triomf met ‘Roger and Me’, zijn
eerste tegenslag met ‘Canadian Bacon’ en vervolgens zijn
controversiële successen ‘Bowling For Columbine’
en ‘Fahrenheit
9/11’
. Doorheen dat hele verhaal vinden Caine en Melnyk altijd
wel mensen die bereid zijn om Moore een egotripper, paranoïde
mafketel of verrader te noemen, en (wat belangrijker is), ze duiden
ook voorbeelden aan van manipulaties en doodgewone leugens die
Moore in z’n films heeft gestopt. U herinnert zich vast nog de
openingsscène van ‘Bowling For Columbine’,
waarin hij een bank binnenstapt, een zichtrekening opent en
vervolgens met een gratis geweer buitenstapt. In werkelijkheid was
zijn redactie er blijkbaar een maand mee bezig om die ontmoeting in
scène te zetten. Het ergste voorbeeld dat Caine en Melnyk aanhalen,
is dat uit ‘Roger and Me’. De premisse van die film was dat Michael
Moore, als vertegenwoordiger van de gewone werkende mens, probeerde
om Roger Smith te spreken te krijgen, de grote baas van General
Motors. GM had kort daarvoor beslist om zijn fabrieken in Flint,
Michigan te sluiten, met verschrikkelijke economische gevolgen voor
het stadje. In ‘Roger and Me’ lukt het Moore nooit om met Smith te
praten, maar in ‘Manufacturing Dissent’ komen we te weten dat hij
wel degelijk twee keer met hem gesproken heeft – korte gesprekken,
weliswaar, die niet vergelijkbaar zijn met het doel dat Moore
zichzelf in ‘Roger and Me’ gesteld had (om Smith naar Flint te
laten komen), maar toch… Alles is manipulatie. De waarheid, zoals
die wordt voorgesteld in eender welke film, wordt geconstrueerd aan
de hand van wat er op de vloer van de montagekamer blijft
liggen.

Dat laatste zinnetje geldt voor Moore, maar ook voor Caine en
Melnyk – de kritische blik die ze op hun voormalige held werpen,
hadden ze eigenlijk net zo goed op zichzelf kunnen richten.
Enerzijds is er het feit dat we veel oude vrienden en medewerkers
van Moore horen, die de regisseur omschrijven als een liberale
prediker, voor wie geen enkele mening telt behalve de zijne. “Hij
is een egotripper met paranoïde neigingen,” horen we één van hen
zeggen, en elk publiek met een anti-Moore mentaliteit zal hem
allicht geloven. Maar weten wij veel – wat we hier te horen
krijgen, is een mening, geen feit. En zo gaat dat op voor veel van
de getuigenissen die we te horen krijgen. Spreken ze de waarheid of
geven ze uiting aan persoonlijke wrok?

Bovendien zijn sommige scènes even misleidend als eender wat uit
het werk van Moore zelf. Caine en Melnyk kletsen zich naar binnen
op een speech van Moore voor de Democraten, onder het voorwendsel
dat ze van de Canadese tv zijn. Tijdens de speech wordt hen
gevraagd te vertrekken, omdat is gebleken dat ze hebben gelogen om
binnen te raken. In de film wordt die scène gebruikt om van Moore
een soort van nazi te maken, die iedereen die het niet met hem eens
is met harde hand laat verwijderen. Maar is het niet logisch dat ze
worden buitengesmeten, nadat ze hebben gelogen?

Waar de makers hier zeker en vast een punt hebben, is in het
feit dat Moore altijd erg selectief is geweest in de manier waarop
hij de dingen voorstelde, om zijn grote gelijk te behalen. Moore’s
technieken roepen interessante vragen op over de ethiek van
journalistiek: is het gerechtvaardigd om kleine leugens te
vertellen, als je er een grotere waarheid mee dient? De
wapenindustrie in Amerika is compleet verziekt, wat leidt tot een
enorme hoeveelheid doden elk jaar. Dat is quasi-onontkenbaar. Zorgt
dat ervoor dat het oké is om de scène in de bank te faken?
Daar, zoals een beroemde Engelse toneelschrijver het zou zeggen,
zit ‘m de kneep. General Motors zorgde voor immens menselijk lijden
in Flint door z’n fabrieken te sluiten. Is het dan gerechtvaardigd
om een paar korte gesprekken met Roger Smith te verdonkeremanen? De
films van Moore (evenals ‘Manufacturing Dissent’ zelf), zouden
fascinerende onderwerpen zijn voor elke les deontologie in elke
cursus journalistiek. Pasklare antwoorden zijn er niet, wat eens te
meer aangeeft hoe moeilijk het is om in het overaanbod aan
informatie waarmee we gebombardeerd worden, feiten nog van fictie
te onderscheiden. Elk nieuwsverhaal, of het nu van Moore of iemand
anders komt, is precies dat: een verhaal. De vraag is dan maar welk
verhaal je wenst te geloven. ‘Manufacturing Dissent’ is
allesbehalve een perfecte film, maar hij biedt op z’n minst wel een
boeiend ander standpunt op het verhaal Michael Moore.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + drie =