The Singing Detective

Wie was er het eerst: de auteur of het personage? Het antwoord op die vraag is minder eenduidig dan je denkt. Tijdens het creatieve proces steekt een auteur soms meer van zichzelf in een personage dan hij wil toegeven. Ian Fleming leidde tijdens de Tweede Wereldoorlog een leven dat niet moest onderdoen voor dat van zijn beroemdste personage, James Bond. Soms geven auteurs zelfs ruiterlijk toe dat hun personages een nauwelijks verhulde versie zijn van zichzelf. Henry Chinaski uit het boek en de film ‘Factotum’ is niemand minder dan schrijver Charles Bukowski zelf. Op het vlak van de internationale cinema is het al niet veel beter. Zo voert Woody Allen in zijn films regelmatig een personage op dat niet meer maar ook niet minder is dan een uitvergroting van zijn eigen joodse, neurotische zelf. De Italiaanse grootmeester Federico Fellini loste zijn creatieve bloedarmoede na ‘La Dolce Vita’ op door ‘Otto e Mezzo’ te maken,  een film over….. zichzelf. Conclusie: als u niet meer weet van welk hout pijlen te maken, schrijf, schilder of film over jezelf. Wie weet heeft u er wel succes mee.

Dat idee vormt een belangrijk gegeven in ‘The Singing Detective’. Misdaadauteur Dan Dark heeft het de laatste tijd erg moeilijk om feit en fictie van elkaar te scheiden. De man lijdt al van zijn achtste aan een ernstige vorm van psoriasis, een huidziekte die zijn lichaam bedekt met zweren en etterende builen. Zijn laatste aanval van de ziekte doet hem zelfs in het ziekenhuis belanden. Hij weet amper nog wie hij is en waar hij zich bevindt. Zijn koortsige geest haalt heden en verleden door elkaar en mixt werkelijke met fictieve personages. In kritieke toestand wordt hij aan psycholoog Gibbon toevertrouwd. Een uitgebreide psychotherapie moet Dark helpen om met zichzelf in het reine te komen. Het hek is nu echter volledig van de dam en Dan Dark is nu overgeleverd aan de grillen van de dokters en van zijn verzonnen personages.

De film splitst zich op in drie werelden: het verleden, waarin een jonge Dan Dark ziet hoe zijn moeder een affaire begint met een andere man en hoe zijn vader niet voor zijn gevoelens wil uitkomen. Het heden, waarin Dark worstelt met zijn huidziekte en zich als een echte rotzak gedraagt tegen de dokters en verpleegsters. En tenslotte een fictieve wereld waarin Dan Dark, ditmaal verlost van psoriasis, een moordzaak moet oplossen. Daar blijft het echter niet bij. Naarmate de toestand van de auteur verslechtert, worden deze werelden door elkaar geklutst. Fictieve personages komen in het verleden en in het heden van Dan Dark terecht met vaak hilarische situaties tot gevolg. Gelukkig weet regisseur Keith Gordon een goed overzicht te bewaren over de verschillende tijdsperiodes en smeedt hij ze aaneen tot een boeiend en aantrekkelijk geheel. Gordon laat zich in elk van de tijdsperiodes op geheel eigen wijze gaan.

In de fictieve wereld van de pulpmisdaadromannetjes van Dark steekt de regisseur zijn liefde voor de film noir niet onder stoelen of banken. De expressionistische low key belichting, die zo typisch is voor de klassieke film noir, is aanwezig, evenals de spitse en scherpe dialogen van toen. Hij laat Robert Downey Jr. opdraven als een soort Humphrey Bogart die met een sigaret in de mondhoek gevatte oneliners afvuurt op zijn tegenstanders. In een scène waarin Dark een ontmoeting heeft met zijn opdrachtgever, pikt hij een beeldje op van een Maltese Falcon, een directe verwijzing naar de gelijknamige klassieke film noir van John Huston. In het heden valt vooral de erg steriele vormgeving van het ziekenhuis op. Witte kamers, witte muren en witte gangen. Als kijker begin je haast te begrijpen waarom Dark gek wordt van die omgeving. Het heden is in de film een afspiegeling van het verleden. Dan Dark ervaart in het ziekenhuis dezelfde soort eenzaamheid als in zijn jeugd, toen hij in een stoffig en desolaat dorpje woonde met zijn onverschillige vader en zijn nymfomane moeder. Hij heeft ook problemen met seks. Hij verdenkt er zijn vrouw Nicola van dat ze hem bedriegt. Onbewust schuift hij de negatieve ervaring die hij in zijn jeugd opdeed, toen hij zijn moeder overspel zag plegen, op haar af. Zelf beschouwt hij seks als iets bruut en lichamelijk. In de drie verschillende tijdsperiodes wordt dit treffend geïllustreerd door de ruwheid van de seksscènes en het vrij grafisch bediscussiëren van seks. Hoewel Dan veel problemen heeft met gezondheid, seks, relaties en werk, is er gelukkig nog de muziek die hem af en toe wat verlichting brengt. De film barst op sommige momenten uit in enkele onvervalste surrealistische musicalsequenties. Hierbij doet iedereen mee, verzonnen personage of niet. De muziek in de film bestaat uit onvervalste fifties klassiekers zoals ‘How much is that Doggie in the Window’ van Patti Page en ‘Mr. Sandman’ van The Chordettes.

Regisseur Keith Gordon baseerde zijn film op de gelijknamige BBC miniserie uit de jaren ’80 waarin acteur Michael Gambon de show stal. Het originele filmscenario van Dennis Potter circuleerde al jaren in Hollywoodmiddens tot Keith Gordon het vond en er prompt verliefd op werd. Hoewel de film de serie vrij trouw volgt, zijn er toch enkele belangrijke veranderingen. De setting werd verplaatst van Engeland naar de Verenigde Staten. De oorspronkelijke jazzy musicalnummers uit de jaren ’40 werden vervangen door popsongs uit de jaren ’50. De belangrijkste aanpassing was de naamsverandering van het hoofdpersonage, Dan Dark in plaats van Philip Marlow. De acteerprestaties zijn ronduit subliem. Robert Downey Jr. excelleert als de misantropische, zichzelf beklagende “menselijke pizza” Dan Dark. Vooral de scènes met psycholoog Gibbon, een opgemerkte bijrol voor Mel Gibson, zijn van een ongekend komisch niveau. Een schattig bijrolletje is er voor Katie Holmes als verpleegster Mills. Verder verdienen ook Adrien Brody en Jon Polito, een Coen Brothers habitué, een eervolle vermelding als de twee gangsters uit de fictieve wereld van Dark die de auteur ter verantwoording willen roepen.

Hoewel de film, zoals zijn ondertitel zegt, veel aanwijzingen en weinig echte oplossingen heeft, stoort dit niet in het minst. Van een echte plot is immers geen sprake. Het feit dat niet alles uit de doeken wordt gedaan, draagt bij tot het unieke karakter van deze zonderlinge maar vrij amusante comedy noir.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 1 =