Lais :: ”Vroeger klonken we als één superzangeres, nu zijn we drie zangeressen”

Op The Ladies’ Second Song verlaat Laïs het smalle pad van de traditionele folk en kiest het resoluut voor een modern geluid, waarin plaats is voor Engelse teksten, smerige gitaren en wolkjes elektronica. “Deze plaat moest de geboorte worden van een nieuw Laïs”, aldus een bijzonder enthousiast drietal.

enola: Wat meteen opvalt bij het beluisteren van The Ladies’ Second Song is dat jullie een aantal nummers in het Engels zingen. Jullie wilden meer poppy klinken?
Bauweraerts: “We zijn eigenlijk gewoon in het Engels gaan zingen omdat we het een beetje moe waren om altijd Nederlandse teksten te zingen.”
Delcroix: “Ieder van ons had in zijprojecten al in het Engels gezongen en dat was ons zo bevallen dat we dat nu ook met Laïs wilden doen.“
Brosens: “Het was dus niet echt onze bedoeling om meer poppy te klinken. We wisten vooraf gewoon zeer goed dat deze plaat de geboorte moest worden van een nieuw Laïs, omdat we “het oude Laïs” met die vele Nederlandstalige traditionals ondertussen ontgroeid waren.”
Delcroix: “Het was zover gekomen dat we met Laïs totaal andere muziek maakten dan de platen waar we thuis zelf naar luisterden. Dat wilden we deze keer niet laten gebeuren, dit moest echt honderd procent onze plaat worden en dus moest ze ook onze invloeden bevatten. We zijn bijvoorbeeld anders gaan zingen.”

enola: Leg eens uit?
Delcroix: “We hebben op deze plaat het individuele karakter van onze stemmen explicieter in de verf gezet. Ik klink bijvoorbeeld nogal hees en waar we dat vroeger wilden laten opgaan in het geluid van één superzangeres, klinken we nu als drie zangeressen met elk onze eigen klankkleur.”

enola: Bij de zoektocht naar dat nieuwe geluid werden jullie geholpen door een nieuwe begeleidingsband. Hoe anders is het om met deze nieuwe band te spelen?
Delcroix: “Het is in de eerste plaats veel intiemer omdat we in een kleine bezetting spelen. Ons geluid zit minder vol, er is meer ruimte in de nummers, waardoor we elke noot die we zingen of spelen echt proeven.”
Bauweraerts: “Vroeger was er ook meer afstand tussen onszelf en de muzikanten, nu staat er een hechte groep op het podium.”

enola: Hebben jullie oude nummers in een nieuw jasje moeten steken om ze met de nieuwe band te kunnen spelen?
Delcroix: “We waren een beetje bang over hoe de combinatie van die oude nummers met de nieuwe band zou klinken, maar dat blijkt wonderwel te werken. We hebben geen songs moeten herwerken. Als deze band de oude nummers speelt, klinken die vanzelf anders, gewoon omdat de groep waarmee we nu spelen een heel uitgesproken sound heeft.“
Bauweraerts: “Er is dus niet veel veranderd aan de oude nummers. We spelen trouwens nog maar een handvol songs uit vorige platen.”

enola: The Ladies’ Second Song werd gemixt door de legendarische Dan Lacksman (voormalig lid van Telex en producer van onder andere Ozark Henry, rdp). De productie deden jullie zelf. Geen nood aan een externe hand?
Delcroix: “Neen. We wilden dat deze plaat echt helemaal van ons zou zijn. Daarom vonden we het dit keer een griezelig idee om de productie uit handen te geven. Geen evidente beslissing, maar achteraf bekeken wel een heel goede.“
Brosens: “We vroegen ons ook af of het wel nodig is om iedere keer met een bekende producer te werken, terwijl er in onze band mensen zitten die het misschien even goed of beter zouden kunnen. We voelden aan de samenwerking met onze muzikanten dat we helemaal op dezelfde golflengte zaten. Waarom zouden we er dan nog externen bij betrekken?”
Delcroix: “Elko (Blijweert, rdp) en Bjorn (Eriksson,van Zita Swoon en ook lid van Laïs’ liveband, rdp) reageerden heel enthousiast toen we hen vroegen om samen met ons de plaat te producen, zeker toen ze hoorden dat Lacksman zou mixen. De samenwerking met Lacksman heeft er zeker toe geleid dat we allemaal met zeer veel vertrouwen en enthousiasme aan deze plaat begonnen zijn. ”

enola: Stel dat jullie ooit over een oneindig groot budget zouden kunnen beschikken. Met wie zouden jullie dan de studio willen induiken?
Bauweraerts: “Ik zou ooit wel eens met Nick Cave willen samenwerken, omdat ik zijn nummers graag hoor en hem ook een interessante figuur vind. No More Shall We Part bijvoorbeeld, waarop Kate en Anna McGarrigle de backing vocals voor hun rekening nemen, is een erg imposante plaat. Ik denk ook dat Cave heel goed zou passen bij het nieuwe Laïs.”
Delcroix: “Mijn voorkeur gaat uit naar Bonnie ‘Prince’ Billy, vooral omdat ik zijn manier van opnemen interessant vind. Hij werkt heel low budget, met microfoons die een beetje lukraak in een kamer worden geplaatst en áltijd klinkt het. Aan de andere kant lijkt een samenwerking met een van die punkgoeroes van lang geleden me ook boeiend, omdat onze muziek dan vanuit een heel andere invalshoek zou worden bekeken.”
Brauweraerts: “Iemand met veel ervaring in de electroscene zou vast ook fascinerende nieuwe wegen kunnen inslaan met onze nummers.”

enola: Jullie vorige plaat werd uitgebracht door platenmaatschappij EMI. Tegenwoordig brengen jullie, zoals heel wat groepen, de plaat zelf uit en laten ze verdelen door BANG. Is dat ook bij jullie het gevolg van de recessie in de muziekindustrie?
Delcroix: “Jazeker, maar we vinden het eigenlijk geen slechte zaak.“
Brosens: “Hoe meer je zelf doet, hoe meer je zelf in handen hebt. Als je met een major werkt, heb je al snel de neiging om veel aan anderen over te laten omdat je denkt dat zij specialisten zijn die betaald worden voor wat ze doen. Daardoor gebeurt er heel veel boven je hoofd. Door alles zelf te doen zijn de foto’s, de teksten en de muziek echt een totaalpakket geworden. Het was leuk dat we aan alles konden meeknutselen. Het gaf ons heel veel energie dat we voor het eerst inspraak hadden in alles wat met de plaat te maken had.”

enola: Op The Ladies’ Second Song vormen muziek, teksten en artwork een bijzonder mooi geheel. Alles lijkt te draaien rond de mythe van “Leda en de zwaan”. Het gedicht “Leda And The Swan” van W. B. Yeats passeert zelfs in het Nederlands én in het Engels de revue.
Bauweraerts: “De zwaan was al een tijdje het symbool van Laïs, en toen ben ik op die teksten van Yeats gebotst die we zowel in het Engels als het Nederlands de moeite vonden, door de duisternis die ze uitstralen. Daarom staat ook een kwaad kijkende zwaan op de cover.”

enola: En een doodshoofd.
Brosens: “Ja, leg het nu maar uit Jorunn.“
Bauweraerts: “Ik ben inderdaad geïntrigeerd door schedels. Omdat we met deze plaat toch de meer persoonlijke toer op gingen, vond ik het wel kunnen om mijn fascinatie voor doodshoofden ook binnen Laïs aan bod te laten komen. De schedel past als symbool trouwens ook bij de mythologische thema’s van dood en leven waar verschillende teksten op het album over gaan.”

enola: Jullie schrijven voor het eerst ook zelf een aantal teksten. Vanwaar deze behoefte? Op jullie vorig werk zongen jullie vooral traditionals.
Bauweraerts: “De beslissing om zelf teksten te gaan schrijven is opnieuw iets dat bij het maken van deze plaat geleidelijk aan gegroeid is. Vroeger dachten we er niet eens aan om onze eigen teksten te zingen.”
Delcroix: “Dat kwam natuurlijk omdat we toen voornamelijk in het Nederlands zongen en omdat een songtekst schrijven in het Nederlands een pak moeilijker is dan je verhaal doen in het Engels. Omdat we toch al Engelse teksten van Yeats zongen was de drempel om ook zelf aan de slag te gaan dit keer lager.”
Bauweraerts: “We hebben evenwel absoluut niet de pretentie om te beweren dat onze teksten naast die van Yeats kunnen staan. Ons eigen werk is heel eenvoudig, maar misschien zorgt net dat voor evenwicht op de plaat.”

enola: In “Item” voeren jullie een soort heksenritueel uit. Interesseert Wicca jullie?
Bauweraerts: “Op zich vind ik dat zeer intrigerend. Heksen waren sterke vrouwen die bezig waren met de natuur en met kruiden, wat mij ook interesseert. Voor deze tekst heb ik inspiratie geput uit een boekje dat ik vond op de rommelmarkt, met als titel ‘Heksenprocessen’. Het beschrijft hoe je een heks kan herkennen en hoe je ze kan vermoorden. We gebruiken in deze tekst trouwens ook het zogenaamde verboden akkoord.”

enola: Het verboden akkoord?
Bauweraerts: “Een akkoord dat verboden was in vroegere tijden, omdat het te veel spanning opgewekt zou hebben bij al wie het te horen kreeg. Alles moest in die tijd harmonieus zijn, terwijl dit een heel dissonant akkoord is. Scherpe kantjes waren verboden.”
Brosens: “Dat was vroeger ook bij ons zo, scherpe kantjes vijlden we vakkundig weg. Deze keer hebben we evenwel afgesproken dat we soms wel eens hard wilden gaan. De gitaren mochten al eens lekker smerig klinken. Dat past gewoon bij onze karakters.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 4 =