Eerst was er de muziek :: Joy Division

Joy Division: Unknown Pleasures

joydiancurtis.jpg Op 18
mei 2005 was het precies vijfentwintig jaar geleden zijn dat Ian
Curtis, zanger en tekstschrijver van het legendarische Joy
Division, op 23-jarige leeftijd een einde maakte aan zijn leven.
‘Unknown Pleasures’, de officiële debuutplaat die precies een jaar
daarvoor verschenen was, had een hectisch jaar ingeluid voor de
band en haar frontman, die leed aan epilepsie en ook nog eens kreeg
af te rekenen met huwelijksproblemen. Dat Curtis geen fulltime
Vrolijke Frans was, bleek al uit zijn songteksten. Diegenen die bij
leven nog twijfelden aan zijn integriteit en meenden dat hij een
poseur was, gaf hij met zijn fatale daad dan ook lik op stuk,
uitgerekend op het moment dat een tweede elpee (‘Closer’) net was
ingeblikt en de koffers letterlijk klaar stonden voor een eerste
tournee in de Verenigde Staten.
Na de dood van Curtis gingen de drie overige leden verder als New
Order. Deze groep bracht vorige maand haar achtste plaat uit en speelt deze
zomer voor het eerst in twintig jaar nog eens in België. Meteen
twee goede argumenten om nog even terug te blikken op de
geschiedenis van één van de belangrijkste bands uit de
popgeschiedenis en op ‘Unknown Pleasures’, de plaat die destijds om
diverse redenen insloeg als een bom…

Op 4 juni 1976 speelden de Sex Pistols voor het eerst in
Manchester, voor amper 42 toeschouwers. Als we echter de film ’24
Hour Party People’ mogen geloven (gebaseerd op het gelijknamige
boek van Madchestergoeroe Tony Wilson), waren die 42 echter niet
van de minsten: leden van beginnende (of op dat moment nog op te
richten) bands als The Buzzcocks, Magazine, Joy Division en Simply
Red. Peter Hook, een 20-jarige dokwerker, was dermate onder de
indruk van de Pistols, dat hij een maand later (bij de volgende
doortocht van Rotten en co) zijn ex-schoolmakkers Bernard Dicken en
Terry Mason meevroeg naar de Free Trade Hall. De drie zagen met hun
eigen ogen dat je blijkbaar echt niks hoefde te kunnen om in een
band te spelen, en besloten zelf ook hun kans te wagen. Mason werd
drummer. Zowel Dicken als Hook wilden gitarist worden; Dicken was
echter de eerste die voldoende geld bijeen had gespaard voor een
instrument, zodat Hook zich noodgedwongen een bas aanschafte. De
advertentie ‘bnd. zkt. zngr.’ lokte een zestal Johnny Rotten-klonen
naar het repetitiehok voor een auditie. Even snel als ze gekomen
waren, mochten ze weer beschikken. Nummer zeven kenden ze: een
ietwat rare vogel die ze al enkele keren hadden ontmoet tijdens
concerten, bevriend was met de Buzzcocks, een uitgebreide
platencollectie had en zelf gedichten schreef. Ian Curtis was
meteen ‘in’, zonder auditie.

joydcontrol2.jpg Op 29
mei 1977 speelde de groep haar eerste concert, als voorprogramma
van de Buzzcocks. Vlak vóór dat optreden veranderden ze van naam
(The Stiff Kittens werd Warsaw) en van drummer: bevangen door
plankenkoorts gaf Mason er de dag voor hun livedebuut de brui aan.
Hij werd de eerste manager van de band en vond nog net op tijd een
vervanger. Tony Tabac speelde zes optredens met Warsaw en werd vijf
weken later op zijn beurt vervangen door een andere punkdrummer:
Steve Brotherdale. Met deze slagwerker werd in juli een eerste demo
opgenomen, maar ook hij ‘zong’ het niet lang uit bij Warsaw:
Stephen Morris, de volgende drummer, was net als Curtis afkomstig
van Macclesfield. Hij speelde klarinet en was een geoefend
stijldanser, maar in tegenstelling tot zijn voorgangers was hij
geen meedogenloze vellengeselaar. Morris – de man met de lange kin
en de brede smile – speelde als het ware nog beter in de maat als
een metronoom en voerde subtiliteit en creativiteit hoog in het
vaandel. De juli-demo was allang niet meer representatief voor het
groepsgeluid, dat door de komst van Morris flink was geëvolueerd.
Dit had voor gevolg dat aanvragen voor optredens eerder schaars
bleven. In december ’77 werd de EP ‘An Ideal For Living’ opgenomen.
De opnamekwaliteit was echter zo slecht dat de groep zich
aanvankelijk verzette tegen de release van de 7″. (In juni ’78 werd
de plaat toch uitgebracht op verzoek van de fans, vier maanden
later verscheen een 12″ van veel betere kwaliteit.)

In november ’77 bracht een Londense band, Warsaw Pakt, haar eerste
plaat uit. Om verwarring te voorkomen, werd op zoek gegaan naar een
nieuwe naam. De naam Joy Division werd ontleend aan een boek van
Ka-Tzetnik 135633 (‘The House of Dolls’), waarin het verhaal wordt
verteld van een veertienjarig joods meisje uit Polen dat tijdens
W.O.II belandde in de ‘hoerenafdeling’ van een
concentratiekamp.
In januari ’78 werd voor het eerst opgetreden onder de nieuwe naam,
medio april won de groep een talentenwedstrijd. Ze trokken de
aandacht van Tony Wilson (die op dat moment een cultprogramma
presenteerde op tv, waarin geregeld controversiële bands werden
uitgenodigd) en van Rob Gretton, die kort daarop hun manager zou
worden. Wanneer Curtis een paar dagen later probeerde enkele Iggy
Pop-posters te bietsen in het plaatselijke RCA-kantoor, liet hij
een tape achter van de ‘An Ideal For Living’ sessies. RCA had wel
oren naar de muziek van Joy Division, en reserveerde vier dagen
studiotijd voor de band: dat moest volstaan om een elf tracks
tellende debuutelpee op te nemen. De opnames zelf verliepen vlot,
maar achteraf bleek dat de groep zich nog geen beetje had laten
ringeloren: enkele tracks waren achteraf bedolven onder een laag
synthesizers, bovendien werden er erg (dubieuze) contracten
getekend. Pas na een rechtszaak kon de band zich ontdoen van haar
verplichtingen aan RCA. (Joy Division werd weer de rechtmatige
eigenaar van haar songs, maar kon niet vermijden dat de opnames
later als bootleg de wereld werden ingestuurd onder de naam
‘Warsaw’.)

In diezelfde maand opende Tony Wilson de Factory Club, enkele
maanden later gevolgd door het gelijknamige platenlabel.
Mede-eigenaars waren onder andere JD-manager Gretton, ontwerper
Peter Saville en producer Martin Hannett. Factory was een zegen
voor de Manchester-scene. Ook de ster van Joy Division begon te
rijzen: als songschrijvers werd het viertal beter en productiever
en werden de optredens uitzinniger dan ooit. Joy Division zette
live een stevige wall of sound neer, met de molenwiekende,
haast spastische Curtis als eyecatcher. Een nummer dat erg populair
werd bij het publiek en waarin hij kronkelde als een stervende
vlieg was ‘She’s Lost Control’. Het nummer ging over een meisje dat
Curtis had leren kennen toen hij in een Job Centre werkte. Ze had
epilepsie, verloor steeds vaker de controle over zichzelf en
pleegde uiteindelijk zelfmoord. Later zou blijken dat Curtis zelf
ook aan epilepsie leed.
Eind ’78, tijdens de terugrit naar huis na een desastreus verlopen
eerste concert in Londen, kreeg hij een eerste hevige aanval in de
wagen. Zware medicatie en een regelmatig leven moesten de ziekte in
bedwang houden. Curtis nam zijn pillen, maar dacht er niet aan het
rustiger aan te doen. Ook op het podium bleef hij tekeer gaan als
een wildeman, zodat het voor de overige groepsleden niet altijd
duidelijk was of hij nu een aanval had (teweeggebracht door
stroboscopisch licht) of niet.

joydunknownpleasures.jpgUnknown Pleasures

In april 1979 trok de groep de studio in met Martin Hannett voor de
opnames van wat één van de meest legendarische debuten uit de
popgeschiedenis zou worden. Vijftien songs werden opgenomen in de
Strawberry Studios, waarvan er tien uiteindelijk op de elpee
belandden. De groep had eerder al eens samengewerkt met Hannett,
maar nu pas scheen ‘s mans ware aard naar boven te komen: die van
een geniale producer die zijn muzikanten het onderste uit de kan
doet halen door hen aldoor te jennen en te irriteren. Bovendien
kende hij de groepen met wie hij in de studio kroop door en door;
hij legde pijnpunten bloot en probeerde leemtes in te vullen. In
het geval van Joy Division betekende dit dat ‘Unknown Pleasures’
niet de plaat werd die de groep voor ogen had. Pas nadat de eerste
enthousiaste reviews waren verschenen en ook de fans helemaal ‘mee’
waren met het nieuwe geluid, kon de band zich verzoenen met de
plaat.
Van de rauwe, ongepolijste sound viel op ‘Unknown Pleasures’ niet
veel meer te merken; de geluidsmuur werd gesloopt en zo kwamen er
heel wat leemtes bloot te liggen in de songs. Daar werd aan
verholpen door de ‘functionele’ synthesizerpartijen van Hannett en
Albrecht, door het toepassen van nieuwe technieken zoals ‘digital
delay’ en door allerlei geluiden zoals liften en slaande deuren.
Bovendien mocht Morris naar hartelust gebruik maken van zijn pas
aangekochte syndrums en ontdekte Curtis dat hij door minder hard te
schreeuwen best een aardige baritonstem had. De enige die
(relatief) ongemoeid werd gelaten was Hook, wiens bas in heel wat
songs de (melodie)lijnen mocht uitzetten. Opener ‘Disorder’ is een
klassieke Joy Division-song: niet alleen ‘klassiek’ vanwege de
eeuwigheidswaarde, maar omwille van de herkenbaarheid:
achtereenvolgens vallen drums, bas en gitaar in, waarna Curtis
aanvankelijk eerder onderkoeld (maar naar het einde toe met de
stembanden tot het uiterste gespannen) de angsten en onzekerheden
van de Britse jeugd anno ’79 verklankt. In ‘Day of the Lords’ lijkt
het alsof de zanger een zware loden bol achter zich aansleept, in
‘Candidate’ kruipt hij in de huid van een teleurgestelde politicus
die met de beste bedoelingen aan zijn taak is begonnen maar zich
uiteindelijk door alles en iedereen bedrogen voelt. In ‘Insight’,
waarin de sullige “poe poe’s” van Morris’ nieuwe speeltje en
Curtis’ stem(men) als botsballetjes in het rond stuiteren, klinkt
hij bij momenten als een oude man die terugblikt op een ver
verleden, toen het leven nog waard was geleefd te worden, maar
intussen heeft geleerd dat dat leven in feite niks voorstelt. Aan
‘New Dawn Fades’ is alles monumentaal: de bas van Hook, de gitaar
van Albrecht die de atmosfeer aan stukken rijt en de stem van
Curtis die weerom ingetogen begint maar stilaan naar een climax
toewerkt.
De tweede kant van de plaat begint met ‘She’s Lost Control’, de
bewuste epilepsiesong. ‘Shadowplay’ en ‘Interzone’ zijn de meest
conventionele nummers van de plaat, en laten er bij de fans van het
eerste uur geen twijfel over bestaan dat het hier wel degelijk gaat
om een plaat van die groep met die rare zanger. ‘Shadowplay’ en
‘Interzone’ zijn zuivere gitaarsongs die stamden uit de tijd van de
RCA-plaat. Tussen deze songs zit het als geschiedenisles vermomde
‘Wilderness’ (martelen door de eeuwen heen) geprangd. Het meest
door en merg en been gaat afsluiter ‘I Remember Nothing’. De song
klinkt als een verbaal gevecht tussen Curtis en de stemmen die
rondtollen in zijn hoofd, terwijl Hooks bas als een hond aan zijn
ketting rukt en blaft naar de spoken die zijn baasje belagen.

Na het verschijnen van ‘Unknown Pleasures’ was het zeker niet zo
dat men op grote schaal weddenschappen begon af te sluiten over de
datum van Curtis’ nakende zelfmoord. De lovende perskritieken
focusten op de productie van Hannett, het groepsgeluid en over hoe
de band perfect de tijdsgeest in muziek had weten te vangen. De
enige die zich echt persoonlijk geraakt en gekrenkt voelde (en
verontrust was), was zijn vrouw Deborah, omdat bepaalde teksten tot
haar gericht leken. In de groep zelf werd niet gepraat over de
lyrics van Curtis, die door zijn collega’s herinnerd wordt als een
ietwat gesloten, maar joviale practical joker met af en
toe eens een memorabele uitbarsting. Het was pas na zijn dood dat
hij het etiket van wan wandelende treurwilg kreeg opgeplakt en dat
de mythe haar eigen leven begon te leiden. De echte ellende begon
na ‘Unknown Pleasures’. De band verdeelde haar tijd tussen het
repetitiehok en het podium. Joy Division trad voor het eerst op in
het buitenland: in Nederland, Frankrijk, Duitsland en België. In
totaal trad de groep drie keer op in ons land, op 16 oktober ’79 in
Brussel, op 14 januari ’80 in Antwerpen en drie dagen later nog
eens in Brussel. Het was tijdens het eerste concert in Brussel dat
Curtis de Belgische Annik Honoré leerde kennen, met wie hij – geen
half jaar eerder vader geworden – een buitenechtelijke relatie
begon.

Terwijl ‘Unknown Pleasures’ niet onaardig verkocht, werkte de groep
volop aan nieuwe nummers voor een nieuwe plaat. In maart 1980 doken
Joy Division en producer Martin Hannett de Britannia Row Studios in
en werden de elpee ‘Closer’ en de klassieke single ‘Love Will Tear
Us Apart’ ingeblikt. Na de opnames trad de groep enkele keren op,
maar haast evenveel optredens werden voortijdig afgebroken of
geannuleerd omwille van Curtis’ epilepsieaanvallen.

In april ondernam hij een eerste zelfmoordpoging en werd hij enkele
dagen opgenomen in een kliniek. Diezelfde maand startte zijn vrouw
Deborah de echtscheidingsprocedure. Ondertussen maakte de groep
zich op om voor het eerst de grote plas over te steken voor een
toer in de Verenigde Staten. De dag vóór het vertrek naar de States
trof Deborah haar echtgenoot dood aan in de keuken. Naar verluidt
had hij eerst nog naar een film van Werner Herzog gekeken en ‘The
Idiot’ beluisterd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 11 =