Murcof :: Cosmos

In het begin schiep de Heer de hemel en de aarde. Erna pas kwamen licht, seizoenen, vuur en verleiding. De Mexicaanse geluidsmagiër Fernando Corona, beter bekend als Murcof, keert met het onstandvastige geluid van zijn vierde langspeler Cosmos terug naar het begin.

Corona trakteerde ons dit decennium al op Martes en Remebranza, twee platen die
koppig een eigen koers voerden tussen alle sufgehypete dancestromingen in. Met haast microscopische precisie brouwde hij minimale neoklassieke minicomposities vol strijkers en piano, gevoed door subtiele elektronische stroomstootjes. Op Cosmos gaat de Mexicaan overstag en slaat hij een abstractere weg in: beats klinken er niet of nauwelijks, hapklare melodielijnen evenmin. In dit lege geluidsdecor lijkt Murcof geen last meer te hebben van smetvrees. Drabbige lagen noise en sporadische erupties zorgen er af en toe voor zelfverminking.

Als een vrome priester opent Corona de viering met "Cuerpo Celeste". Verwacht echter geen ceremonieel Gloria in excelcis, enkel een dreunend kerkorgel refereert aan het katholieke. Het lijkt er sterk op dat Corona zich bekeerde tot het boeddhisme, waarin de kosmos gekenmerkt wordt zonder begin en zonder einde. In dit niemandsland vol wazige tonen durft de Mexicaan al eens verdwalen.

De constante, onderhuids sluimerende spanningsvelden zijn zo goed als verdwenen. Alle zes schrijden de stukken statig voort en de boventoon wordt gevoerd door angstige klanksymbioses. Maar net zoals ons aardoppervlak slechts voor een kwart uit landmassa bestaat, is ook Murcofs Cosmos voor bijna drie vierden opgetrokken uit een onstabiel en bijzonder grillig brouwsel. "Cosmos I" en "Cosmos II" zijn langgerekte drones die de geest van Geir Jenssens Biosphere oproepen. Alles lijkt vast te zitten, de gitzwarte ruis bezit dezelfde densiteit als opeengepakte donderwolken. Het hier en nu is de enige zekerheid, zonder houvast en vrij ongeïnspireerd neemt Corona een duik in het ijle.

Ook "Cielo" laat geen blijvende inruk na. Onheilspellende spookgeluiden en minimale clicks ’n cuts moeten de spanning erin houden maar beklijven niet. Wellicht mede omdat jonge honden als Trentemoller en James Holden al die tijd voortdurend op de loer lagen en op een veel creatievere manier met het pionierswerk van Murcof aan de haal gingen, als palimpsest voor hun eigen creaties.

Enkel de haunting piano van "Cometa" weet meer dan louter de aandacht vast te houden. Acht minuten lang ontspint zich een complexe intrige van bovenzintuiglijke dreiging en uitputtende verontrusting met een meedogenloos fatalisme tot gevolg. Jammer genoeg ontbindt de Mexicaan zijn duivels slechts een enkele keer en weet de rest van de plaat minder te overtuigen.

De laatste tonen van afsluiter "Oort" laten dan ook een wrange nasmaak na. Op de vorige Murcof-platen wist Fernando Corona het weglaten van geluiden tot kunst te verheffen. Op Cosmos laat hij soms de essentie vallen, of bedekt hij ze onder een dikke laag ruis. Muzikaal betekent de plaat een aanzienlijke stap terug. Hopelijk heeft Corona tegen zijn volgende plaat het vuur teruggevonden, en smakt hij er dan een flinke scheut olie op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 3 =