Flip Kowlier :: ”Als ik begin te drinken, is het vaak voor dood”

"Naarmate je ouder wordt, heb je meer vrede met jezelf, en je wordt ook eerlijker." Een uitspraak van Flip Kowlier in 2001 in Humo over zijn toen net uitgebrachte debuutplaat, Ocharme Ik. Zes jaar later worden deze woorden meer dan bevestigd, want met De Man Van 31, heeft Kowlier zijn meest eerlijke plaat tot nog toe gemaakt. We ontmoeten de man op een zonovergoten terras in Gent, en steken van wal met volgende vraag:

enola: Deze plaat, De man van 31, is je meest melancholische en persoonlijke plaat tot nu toe. Tekenend voor deze periode in je leven?
Kowlier:"Dat heeft er zeker mee te maken. Een mens wordt nu eenmaal al wat ouder, en mijn platen zijn toch altijd een afdruk van wat ik op dat moment aan het doen ben. Het is wel niet zo dat ik me echt op een overgang in mijn leven voel, dat loopt altijd wat door elkaar. Maar wat ik wel voel, is dat de generatie die achter mij komt ondertussen volwassen is geworden. Ze hebben hun eigen leven, hun eigen bezigheden, muziekinteresses, enzovoort. In die zin is er wel wat veranderd."

enola: Bij het verschijnen van je debuutplaat in 2001 maakte je zelf nog deel uit van die jongere generatie. Intussen ben je min of meer een gevestigde waarde. Ben je je bewust van die evolutie?
Kowlier:"Wel, ik heb nu in ieder geval meer vertrouwen in wat ik doe. Alhoewel, in het begin had ik veel te veel zelfvertrouwen. Bij mijn tweede plaat was dat al veel minder, en nu is het tot op zijn normale waarde gekomen. Toen ik deze plaat aan het opnemen was, wou ik gewoon doen waar ik goesting in had. Dat heb ik wel altijd gedaan, maar nu was het gevoel toch beduidend sterker aanwezig. Meer de idee van: "mochten er toevallig geen geschikte singles op staan, dan is het maar zo." Ik wou gewoon mijn ding doen. Er zijn genoeg kanalen om op de radio te komen als ik dat per se wil. Uiteindelijk merkte ik dat er toch een lijn in zat, en dat er toch weer dingen opstaan die op de radio kunnen. Maar daar zat geen enkel plan achter. Ik wil altijd zo breed mogelijk gaan, en als de nieuwe nummers nu ook op Q Music of op Donna gedraaid zullen worden, zou dat fantastisch zijn. Maar ik begin niet bewust aan een plaat met de gedachte om hits te scoren, dat heb ik nog nooit gedaan."

enola: De plaat wordt gekenmerkt door een voortdurende tweestrijd tussen de drang naar de roes (bijvoorbeeld in "Donderdagnacht") en de drang naar romantiek en huiselijkheid (zoals in "Caravan" en "Niemand"). Zuipen en liefhebben dus. De twee belangrijkste dingen in het leven, volgens jou?
Kowlier:"De liefde speelt inderdaad een erg grote rol in mijn leven. Maar ook op café zitten, met min moaten, en wat pinten drinken. Zonder dat te willen romantiseren of verafgoden, kan ik door op café te gaan wel eens goed stoom aflaten."

enola: In het titelnummer zing je: "ik i een kljin probleem/kdrienke veel te ville". Is het dan echt zo erg?
Kowlier:"Ik heb het zeker nog onder controle, maak je geen zorgen (lacht). Maar als ik begin te drinken, dan is het vaak voor dood, echt serieus doordrinken. Vaak drink ik dagen niet, en meestal drink ik ook overdag niet (neemt rustig nog een slok van zijn frisse pot gerstenat), maar als ik er aan begin, dan ben ik moeilijk te stoppen. En helaas klopt het wel wat iedereen zegt: naarmate je ouder wordt, worden de katers steeds hardnekkiger om door te spoelen. Vroeger had ik daar nooit last van, maar tegenwoordig duurt het wel even alvorens ik gerecupereerd ben. Maar bon, dat neem je er dan maar bij… In het beste geval word ik wat energieker als ik wat pinten opheb, maar meestal blijf ik aan de toog hangen tot ik dronken ben. Het gebeurt wel dat ik begin te dansen, maar dat hangt allemaal af van de omstandigheden. Mijn stemming, het gezelschap, de muziek die gedraaid wordt… Met de vriendenkring van mijn vrouw bijvoorbeeld gebeurt dat wel vaker, dat ik me op de dansvloer waag."

enola: Nu je er zelf over begint: je bent intussen getrouwd. Aan je romantische teksten te horen, een juiste beslissing. Met het wondermooie "Niemand" bijvoorbeeld breng je een ongegeneerde ode aan je vrouw. Weinigen komen er mee weg, en de meest pakkende liefdesliedjes gaan dan ook vaak over het stuklopen van een relatie. Vind jij het makkelijk om zo’n nummer te maken?
Kowlier:"Het mag niet al te melig zijn ook natuurlijk. Anders is, zoals ik ook zing, het Vlaamse levenslied niet ver af. Een goed voorbeeld van hoe het niet moet, is volgens mij "Oh Yoko" van John Lennon. Dat vind ik echt een vies nummer, zeker als je weet hoe die relatie eigenlijk in elkaar zat. Zo moet het volgens mij niet. Maar het gaat op dit moment erg goed in onze relatie, dus heb ik weinig moeite om daarover te zingen. Als het op een aanvaardbare, geloofwaardige manier gebeurt, welteverstaan."

enola: Welke teksten laten zich eigenlijk het makkelijkst schrijven, die voor ’t Hof of die voor je solowerk?
Kowlier:"Die voor mijn solowerk, zonder enige twijfel. Om de praktische reden dat ik voor mijn solonummers niet zo veel tekst nodig hebt. Ik kan blijven schrappen tot ik vind dat de tekst echt goed zit. Bij ’t Hof hebben we veel meer tekst nodig, en dan zit er, volgens mij, wel eens iets tussen dat minder geslaagd is. Je moet ook meer rekening houden met juiste klemtonen, het aantal lettergrepen, enzovoort. Maar al bij al komen mijn teksten er erg vlot uit. De meeste teksten van deze plaat stonden binnen het kwartier op papier. Ik heb dan ook niet het gevoel dat ik ooit al echt moeite heb moeten doen om een tekst te schrijven."

enola: In "Donderdagnacht" heb je het ergens over mee zijn met de tijd. Je bent intussen 31, en op die leeftijd word je, of je het nu wilt of niet, niet meer tot de jeugd gerekend. Heb jij desalniettemin het gevoel dat je mee bent met je tijd?
Kowlier:"Op muzikaal vlak niet echt. Als ik mijn maten soms bezig hoor, kom ik tot het besef dat ik eigenlijk weinig van muziek weet. Als Gabriel (Rios, ld) of Junior of Aldo (Struyf, ld) tegen elkaar bezig zijn over welke platen ze onlangs hebben ontdekt, denk ik vaak "freaks, kunnen jullie echt over niets anders babbelen?" (lacht). Dan kan ik zelden meepraten. Momenteel luister ik bijvoorbeeld veel naar de Unplugged-cd van Jay-Z van enkele jaren geleden. Allesbehalve hip en nieuw dus… De mensen rondom mij weten veel meer over muziek dan ik. Ik heb het gevoel dat ik nog erg veel moet ontdekken, maar eigenlijk gaat het mij er niet om al die namen te kennen. Ik ben veel liever zelf met muziek bezig dan dat ik als een bezetene in de bakken ga zoeken naar de juiste platen. Maar op andere vlakken voel ik me wel best mee. Over computers en Internet bijvoorbeeld weet ik heel wat. Ik heb ook mijn eigen MySpace-pagina, al onderhoud ik die niet zelf. En om nu te zeggen dat ik hele dagen op msn zit, dat nu ook weer niet. Ik zit wel vaak op Skype, maar mijn maten zitten er bijna nooit op, dus ja… (lacht)"

enola: Ben je bang om de luxe die je nu hebt, zowel materieel als mentaal, ooit te verliezen? In "Onder nen buom" zing je daarover: "ik è geljird dat rap kan kjirn/bie dit wilt of niet". En even verder ook: "tgoa veel te goed/da makt mie ollesis benauwd/ik geraeke vee te vee vertrouwd".
Kowlier:"Ik ben me er altijd wel al bewust van geweest dat het tij rap kan keren, soms misschien wat te veel… Nu het goed gaat, profiteer ik ervan. Maar het gevoel dat het straks weer minder kan gaan, is toch steeds aanwezig."

enola: Zie je jezelf binnen de komende paar jaar eigenlijk terugkeren naar de heimat, het landelijke Izegem?
Kowlier:"Nee, daarvoor heb ik het hier in Gent te veel naar mijn zin. Ik heb hier alles wat ik moet hebben, dus is een terugkeer niet voor meteen. Het enige wat ik hier wel af en toe mis, is wat groen. Ik heb ook geen tuin bij mijn huis, dat is wel spijtig."

enola: Wat een bizarre carrière heb jij eigenlijk al achter de rug. Van de pop bij My Velma tot de hiphop van ’t Hof Van Commerce, en na je intieme, dromerige soloplaten, kwam daar dit jaar ook het stevig rocken bij de Ex Drummer-band bij. Tot welke vreemde carrièrewendingen zie jij jezelf nog in staat?
Kowlier:"Van alles eigenlijk. Kindermuziek, R&B, hiphop, een reggaeplaat, een rockplaat, … Ik ben van plan om binnenkort een paar dagen in het repetitiehok te kruipen en te beginnen repeteren om een echte rockplaat op te nemen. Na de optredens met de Ex Drummer-band heb ik de smaak wel wat te pakken, dus dat gaat er zeker nog van komen. Ik wil dat zeker niet overhaasten, maar allicht wordt dat het eerstvolgende wat ik ga doen. Toen ik De Man van 31 aan het opnemen was, was ik nog niet klaar om stevige rockers te maken. En trouwens, als ik een rockplaat wil maken, moet het een volledige rockplaat zijn, en zouden de rustige nummers op die plaat nog anders moeten zijn dan de rustige nummers die nu op de plaat zijn beland. Een beetje à la Foo Fighters, waar de ballads ook elektrisch gekruid zijn. En dat zat er nu nog niet meteen in. Ik wil vermijden om mijn akoestische songs te combineren met de elektrische, omdat dat volgens mij te ver uit elkaar ligt."

enola: Toen je zes jaar geleden Ocharme Ik uitbracht, werd je her en der nog smalend beschouwd als die rapper die het eens als Serieuze Artiest wou proberen. Het zingen in het West-Vlaams werd nog vaak als een soort gimmick beschouwd. Intussen is er een hele reeks aan artiesten gepasseerd die in hun streektaal zingen: Fixkes, Het Zesde Metaal, Gèsman, Tom Pintens, en noem maar op. Voel jij je als de voortrekker van die artiesten?
Kowlier:"Wel, toevallig staat er vandaag een artikel in De Morgen (toont zijn pas gekochte exemplaar) waarin ik door verschillende van die mensen die je daarnet hebt opgesomd, de titel ’Peetvader van de dialectpop’ krijg toebedeeld. Dat streelt natuurlijk wel mijn ego. Het is tof dat er over wordt gesproken, en dat ze mij zo noemen. Maar niet in die mate dat ik nu overal ga lopen verkondigen dat Ik, Flip Kowlier, dé voortrekker van al die muzikanten ben geweest. Het is wel zo dat er, op het moment dat ik ermee ben begonnen, niemand anders echt mee bezig was, en dat ik het zo allicht wat gemakkelijker heb gemaakt voor die mannen. Maar als ik het niet had gedaan, had iemand anders het misschien gedaan, dat weet je natuurlijk nooit."
"Voor mij had je ook al mensen als Wannes Van De Velde en Willem Vermandere, al was dat toch nog anders, want zij maakten geen echte popmuziek… En na mij zullen er wel weer anderen komen. Dat gaat volgens mij allemaal in golven. Maar tenslotte mogen ze zeggen en schrijven wat ze willen over dialectpop, behalve Fixkes die nu een immens commercieel succes heeft gehad, blijft het allemaal behoorlijk in de marge. De moeilijke doorbraak van Gèsman bijvoorbeeld toont dat het allemaal zo simpel niet is, en dat ik heel wat geluk heb gehad."

enola: Wie beschouw jij eigenlijk als je belangrijkste muzikale invloeden?
Kowlier:"Ween heeft mij erg beïnvloed. Nog voor mijn eerste soloplaat uit was, heb ik eens een cassette gekregen van Serge (Buyse, aka Buzze, aka Domestiek, ld) met allemaal Ween-nummers, en vooral hun minder geschifte songs vond ik vree goe. Ik denk dat je die invloed wel hoort in mijn muziek. Verder moet ik zeker ook Elvis Costello vermelden. En op dit moment luister ik veel naar country en bluegrass.

enola: Tot slot: van welke band had je graag deel uitgemaakt als je tien jaar eerder was geboren, als je 31 was geweest in 1997?
Kowlier:"Geef mij dan maar Faith No More. Ik ben altijd al een fan geweest, en de carrière van Mike Patton fascineert me echt wel."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =