Alatriste




Een film met Viggo Mortensen! Heb ik meteen de aandacht
getrokken? Dan werkt de niet zo geheime marketingstrategie van
Spanjes eerste echte blockbuster ‘Alatriste’ toch. De
doodgeknuffelde Aragorn uit de ‘LOTR’-sage kreeg in deze
voor de rest 100% Spaanse productie een duidelijk omlijnde missie:
hij is het grote houten paard dat voorop wordt gestuurd om ook het
internationale publiek uit zijn kot te lokken. Geen slecht idee als
je film gaat over een zekere ‘kapitein’ Alatriste, een held uit een
dozijn, opgevist uit de Spaanse geschiedenis van de 17de eeuw, waar
bij ons nog geen hond van gehoord heeft.

De paardenfluisterende dichter mag ditmaal dan wel zijn
felbegeerde gezicht lenen aan een middeleeuwse huurmoordenaar, toch
verschilt deze rol niet veel van het typetje dat hij sinds LOTR
steeds opnieuw heeft uitgemolken: een mysterieuze actieheld (al dan
niet bijgestaan door zijn paard) die zwijgzaam en met een
getormenteerde blik (ik twijfel nog of het uit overconcentratie of
afwezigheid is), de klus klaart. Dat geldt zowel voor ‘Hidalgo’, als voor
‘A History of
Violence’
, als voor deze ‘Alatriste’. De ogen schijnen ramen te
zijn in de ziel, maar Mortensen laat zo weinig in zijn kaarten
kijken, dat je je nooit echt verbonden voelt met het personage
Alatriste of zelfs maar begaan bent met zijn lot. En toch ligt het
stuklopen van deze Spaanse droom niet aan Mortensens matige
prestatie. Daarvoor brengt hij het er met dit lamlendige excuus
voor een scenario nog te degelijk vanaf. Nee, het echte probleem
ligt in de manier waarop de regisseur visuele eye candy
boven inhoudelijke samenhang koos. Spanje’s duurste film ooit heeft
het licht gezien en moest er blijkbaar zodanig spectaculair,
flamboyant en tijdsgetrouw uitzien, dat er op alle andere vlakken
veel slachtoffers zijn gevallen.

Het verhaal samenvatten is bijvoorbeeld al een onmogelijke
karwei – een korte personageschets zal dan maar moeten volstaan.
Diego Alatriste y Tenerio (Mortensen) is een dappere strijder, die
vecht in oorlogen in Vlaanderen, die al eens graag zijn zwaard
verhuurt ten dienste van koning Felipe IV en wanneer hij kan nog
eens langsgaat bij zijn grote liefde, de actrice Maria de Castro
(Ariadne Gil). Wanneer tijdens een gevecht één van z’n vrienden het
leven laat, belooft hij om voor diens zoon te zorgen. Hij neemt de
jonge Íñigo (Unax Ugalde) onder zijn hoede en doopt hem om tot zijn
‘schildknaap’. De twee krijgen een sterke band die steunt op
respect en loyaliteit: iets dat kan tellen in een wereldje waar
iedereen elkaar verraadt voor een stuk goud. En dat is nog maar het
begin – de film beslaat een periode van enkele decennia, waaruit
wij de ‘highlights’ te zien krijgen: veldslagen, duels, nog meer
duels en langdradige gesprekken, starring Diego en íñigo,
elk met hun eigen liefdesmiserie.

De film is gebaseerd op het omvangrijke literaire werk van
Arturo Perez Reverte. Een vijftal boeken in een film van twee uur
en half wringen, is ongeveer even belachelijk als alle Harry
Potterboeken in één film proppen, maar dat is wél wat ze hier
geprobeerd hebben. Was regisseur/scenarist Agustín Díaz Yanes nu
echt zo naïef om te denken dat hij op die manier ‘Alatriste’ alle
eer kon aandoen? Het scenario is een volgestouwde opsomming van
scènes en losse anekdotes, alsof een echte historische film in de
eerste plaats álle historische feiten moet bevatten. Zijn
gulzigheid maakt daarmee de kijker nog niet verzadigd. Yanes had
zich beter op enkele gebeurtenissen geconcentreerd, waar een beetje
dramatische kracht in school. De te grote chronologische
bokkensprongen die worden genomen, maken de geschiedenis van
Alatriste immers alleen maar langdradig en ingewikkeld (zowat
iedereen wordt gearresteerd of is halfdood en komt weer tot leven).
De coherentie is dan ook meermaals zoek. Er worden steeds nieuwe
personages geïntroduceerd, die hun lijntjes komen opzeggen en dan
weer naar de achtergrond verdwijnen, zonder iets van identiteit te
hebben getoond of een bijdrage te hebben geleverd aan het verhaal.
Voor Alatriste wordt iets meer de tijd genomen (hij is ten slotte
het hoofdpersonage), maar veel komen we niet over zijn ideeënwereld
te weten. Hij is een antiheld, die ‘trouw’ levensbelangrijk vindt
en niet graag nieuwe schoenen koopt, maar daar blijft zijn
triestige uitwerking bij. Doordat het scenario op een kangoeroebal
door de belevenissen van Alatriste springt, is hij slechts een
schim van de held uit het boek.

Na ‘Goya’s
Ghosts’
eerder dit jaar, een flop van jewelste waarin de focus
gelegd werd op een ander stukje Spaanse historia – de inquisitie –
kon het eigenlijk niet anders dan beter gaan: ditmaal tenminste
geen Javier Bardem die wanhopig degelijke Engelse zinnen uit zijn
keel probeert te laten glijden. ‘Alatriste’ is gelukkig volledig in
het Spaans opgenomen (Viggo Mortensen heeft lang in Zuid-Amerika
gewoond). Zoiets verhoogt uiteraard de authenticiteit, maar jammer
genoeg luiden de Oud-Spaanse dialogen in ‘Alatriste’ iets te
oubollig en geforceerd en heb je er als kijker zelden een boodschap
aan. De holle gesprekken duren veel te lang en gaan echt nergens
over. Ze proberen zelfs niet om je als kijker uit te nodigen om
eraan deel te nemen.

Een overdosis aan informatie en fletse dialogen, dat kunnen
zelfs de grootste rasacteurs niet goedmaken, hoewel die zijn genoeg
aanwezig zijn. Je kan er met gemak een wedstrijdje “Spaanse sterren
plukken” van maken. We zien het jongetje Nacho Pérez (met de
flaporen) uit ‘La
Mala Educación’
terug in de rol van de kleine Íñigo, Blanca
Portillo als de geschoren monnik (een vreemd zicht, maar het
verklaart haar korte snit in ‘Volver’), Eduardo
Noriega uit ‘El método’, enz. Geen wonder dat ze in Spanje meteen
weg waren van hun nonchalante heldenverhaal. De film kreeg drie
Goya’s voor categorieën waar ze gelukkig wél terecht trots op mogen
zijn: de costume en production design. Er hangt
in de smalle straatjes waar de duels plaatsvinden steeds een blauwe
of zandbruine nevel die de juiste mistige sfeer beroert en ook aan
de kostuums is duidelijk een fortuin besteed. Hier en daar lijkt
het zelfs of er een schilderij uit die tijd tot leven is gekomen.
De tweegevechten hebben dan weer een westerntintje (de manier
waarop Viggo wandelt en zijn met hoed omgaat alleen al) en de
gevechtsscènes (de opening in Vlaamse wateren) en veldslagen
(vooral het deel tussen de lansen) zijn indrukwekkend, zonder dat
je er evenwel van uit je stoel zult vallen. Er zitten nog wel foute
keuzes in de film: de scène in het slavenschip ziet er fake uit en
nieuwkomer Unax Ugalde is dan wel prima vlees om te keuren, maar
hij gaat iets te hip gekleed om waar te zijn. In z’n bruingelakte
vestje heeft hij soms meer weg van Michael Jackson in de clip van
‘Thriller’ dan van een doodvermoeide huursoldaat.

Twee uur en half met veel bla bla en weinig (indrukwekkende)
kling kling. Holle dialogen die naar goede actie doen verlangen en
actiescènes die smeken om zingeving. ‘Alatriste’ lijdt onder een
scenario waar onmogelijk een degelijke film uit kon komen. Een
fragmentarisch slagveld, waarbij de kijker zelf op zoek moet naar
de overlevende leidraad én truken om de verveling tegen te
gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =