Cronica de una Fuga




103 min. /
Argentinië / 2006

Onlangs een pijnlijke tragedie meegemaakt op de autostrade, waar
ik toch wel een poos van moest bekomen. Een moeder eend met zeven
kleintjes, die besloot dat het gras aan de andere kant van de
snelweg véél groener moest zijn. Stoer en vastberaden stak ze de
baan over met haar gele donsjes trippel trippel achter haar. Onze
auto kon hen op miraculeuze wijze nog net ontwijken, maar je kan je
voorstellen wat een dramatische eendenpaté dat achter ons geworden
is. Op zo’n momenten besef je toch hoe oneerlijk het leven is. Je
zal maar een moeder met zulke geweldige ideeën hebben. Dus voor wie
het even vergeten was: het leven is onrechtvaardig. Niet alleen de
parabel van de zeven eendjes leert ons dat, ook ‘de kroniek van een
vlucht’ van regisseur Adrián Caetano weet ons dat te melden, via
een waar gebeurd verhaal waar je met je vredelievend verstand niet
bij kunt. Onschuldig zijn wil niet automatisch zeggen dat je
gespaard blijft van de hel…

Er zijn van die stukjes geschiedenis die we eerlijk gezegd een
beetje vergeten waren. Zo verdwenen eind jaren ’70, begin jaren ’80
zo’n 30.000 mensen in Argentinië. Politiek links geëngageerde
jongeren die opkwamen tegen het toenmalige dictatoriale regime,
maar vaak ook willekeurige en onschuldige slachtoffers. De
militaire Junta plukte hen van de straat, ondervroeg en martelde
hen en velen onder hen eindigden aan de executiepaal. ‘Crónica de
una fuga’ is de verfilming van het levensverhaal van Claudio
Tamburrini, een amateur-doelman, die op een dag ontvoerd wordt en
naar de clandestiene ‘gevangenis’ in het landhuis ‘Sere Mansion’
wordt gebracht. Claudio heeft geen idee wat ze van hem verlangen,
heeft in de verste verte niets met de zaak te maken en kent zelfs
niemand die ooit met rebellen in aanraking is gekomen. Er is geen
enkel bewijs tegen hem, maar niemand gelooft hem en ze blijven hem
ondervragen, martelen en vernederen. Na vier maanden van
mishandeling hangt de executie hem boven het hoofd. Claudio en drie
andere gevangenen besluiten in een wanhoopsdaad om te ontsnappen.
Met lakens aan elkaar geknoopt, klimmen ze uit het raam, vanuit de
hel de onbekende nacht in…

De film begint met een knappe voor- en achteruitgestuurde
collage van de gijzelneming van Claudio (Rodrigo de la Serna, buddy
van Gael García Bernal in ‘The Motorcycle
Diaries’
). We zien tegelijk hoe zijn moeder hardhandig wordt
ondervraagd, hoe de jongen die hem ‘verraden’ heeft hem aanduidt en
hoe hij zelf nietsvermoedend wordt opgepakt. Wanneer Claudio in het
‘griezelhuis’ aankomt (er hangt een Duits-expressionistisch
sfeertje), valt de film qua actie stil in een soort van
Spaanstalige verre verwant van ‘Das Experiment’. Zijn
verblijf in het huis wordt verteld als een marteldagboek,
gestructureerd volgens willekeurige tijdssprongen.

Dat middenstuk van de film kent zo zijn sterkten en zwaktes. Te
beginnen bij het slechte nieuws. Er wordt soms te snel
overgesprongen van de ene scène naar de andere, zonder die vorige
echt af te ronden. Daarnaast durft Caetano zijn accenten al eens
verkeerd te leggen. Hij kiest bewust niet voor een
geschiedenislesje en houdt de omkadering beperkt tot een inleidend
tekstje aan het begin van de film, waarin de basisideeën van de
politieke achtergrond worden geschetst. Hij gebruikt het
dictatorschap dus alleen als framework, maar omdat er later nergens
meer op wordt teruggekomen, valt zo de context voor een groot stuk
weg. De afgelegen locatie krijgt iets abstracts: het had evengoed
over een ander land, een andere situatie, zelfs een andere tijd
kunnen gaan en dat kan niet zijn bedoeling geweest zijn. Hij wou
toch wel zeker het verhaal van zijn vergeten Argentijnen
vertellen.

De nauwelijks uitgewerkte psychologie van de personages helpt de
film ook niet echt verder – een gezicht geven aan een gebeurtenis
helpt nochtans altijd om de betrokkenheid van het publiek te
vergroten. Er wordt gefocust op Claudio, maar van de andere
personages komen we niet veel te weten. De beweegredenen van de
jongens zijn vaag gehouden, de personages zijn moeilijk uit elkaar
te houden en de vriendschapsband die de vier overblijvers zogezegd
opbouwen, is niet echt tot me doorgedrongen. We krijgen daardoor
een meer algemene schets van de strijd tussen de gevangenen en
degenen die hen martelen. De gevangenbewaarders worden redelijk
eendimensionaal als sadistische doodmeppers voorgesteld, terwijl er
binnen de groep van de gevangenen wel ruimte is voor nuancering in
de onschuld: er zitten verraders tussen. Maar dat is dan weer een
relatief begrip, als je halfdood gemarteld wordt. Dan beken je op
den duur alles. Onder dwang begin je verhalen uit te vinden en ze
nog zelf te geloven ook.

En dat brengt ons naadloos bij dé sterke troef van de film: de
manier waarop angst wordt getoond. Meer dan een film over de
Argentijnse wanpraktijken van de Junta, is dit een film over angst.
Angst, die voelbaar en grijpbaar is. In andere films staat er al
eens iemand te bibberen op zijn beentjes als er een revolver op hem
wordt gericht, maar hier hebben we het over doodsangst. De mannen
huilen, schreeuwen, zien af, panikeren, staan stijf van de schrik,
zweten, kotsen… Die vier muren moeten hen compleet paranoïde
gedreven hebben. Ze zijn op den duur nog slechts schimmen van
zichzelf. Ze zien er niet alleen fysiek uit alsof er steeds minder
van hen overblijft, ook van de buitenwereld zijn ze aan het
vervreemden en zelfs heel hun persoonlijkheid vervaagt onder die
allesoverheersende angst. Zot van angst voor de dood die zich
mogelijk aankondigt telkens als de deur van de kamer opengaat en er
iemand wordt uitgepikt om misschien niet meer terug te komen.
Caetano slaagt erin om ons de gruwelijke marteldaden duidelijk te
laten voelen, terwijl we er niet zoveel expliciete beelden van te
zien krijgen. Hoe bereikt hij dat resultaat dan toch? We zien niet
de daden, maar wel de gevolgen: hun uitgemergelde lichamen vol
blauwe plekken en bloeduitstortingen én de psychologische
mishandeling. Het beeld dat de gruwel van de hele situatie het
beste illustreert is dat van de vier naakte, geblinddoekte mannen,
die elk gehandboeid en vastgebonden op een bed liggen, waarna het
hoofd van de ondervragers binnenkomt met zijn gevolg en een schaduw
werpt op de weerloze lichamen. Knappe cinema.

Het middenstuk sleept uiteindelijk wel te lang aan, maar dat wordt
goedgemaakt door het venijn in de staart: de eerste
ontsnappingspoging is op een hartstilstand af spannend en de
uiteindelijke ontsnapping grenst aan het absurde. Dat noem ik pas
een ontsnapping, daar kan ‘Prison Break’ nog een puntje aan zuigen,
dit is bloedstollend echt. Vier doodsbenauwde naakte mannen, die
gehandboeid uit het huis ontsnappen, zonder enig idee te hebben van
waar ze naartoe moeten gaan en elke seconde ontdekt kunnen worden.
Dit vergeet je niet snel. Dankzij deze scènes wordt ‘Crónica de una
Fuga’ toch nog een sterke thriller, weliswaar met z’n gebreken,
maar niettemin een aangrijpend stukje cinema. Een film die
eigenlijk pas thuis tot zijn recht komt, als je begint na te denken
over hoe zo’n mishandelde ooit nog geacht wordt een normaal verder
leven te leiden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − elf =