The Italian




90 min. / Rusland/ 2005

Vroeger betekende ‘een kindje kopen’ in ons onschuldig dialect
nog gewoon ‘bevallen’, maar tegenwoordig is de letterlijke
betekenis van deze uitdrukking even gebruikelijk. Steeds meer
verhalen duiken op waarin een kind verhandeld wordt, alsof het een
krop sla betreft. Madonna, die in één van haar grillen plots een
kind wil en zich een lief negertje aanschaft, maar vergeet dat zo’n
kleine nog ouders heeft. Een draagmoeder in België, die op haar
beslissing terugkomt en ervoor kiest om de baby te verkopen aan de
hoogste bieder. Met centen is alles te koop, dus ook ‘ouderschap’.
Het kind met de schattigste foto en het liefste snoetje wint de
jackpot: een reis naar een ver land. De nieuwbakken ouders laten de
en over de toonbank rollen en onder het mom dat zo’n kind beter
af is in het rijke westen dan in z’n arme land van afkomst,
degraderen we het ouderschap tot een teken van standing.

Met kinderen valt tegenwoordig meer te verdienen dan met drugs-
of wapenhandel. In Rusland hebben ze het slim bekeken: weeshuizen
vormen er de perfecte dekmantel voor een corrupte handel in
adoptiekinderen. Regisseur Andrei Kravchuk legt in zijn debuut
‘Italianetz’ op een realistische manier de raderen van deze
illegale praktijk bloot. Hij had er evengoed een documentaire over
kunnen draaien, maar hij koos ervoor om het thema te verwerken in
een fictiefilm, bekeken vanuit het standpunt van een zesjarig
jongetje, dat er ongewild in verwikkeld raakt. Vanya is uitgekozen
door een Italiaans koppel om geadopteerd te worden. Hij weet dat
hij gelukkig moet zijn, want al zijn vriendjes in het weeshuis zijn
stikjaloers op het betere leven dat hem ginder te wachten staat.
Iedereen noemt hem vanaf dan ‘de Italiaan’, maar in de twee maanden
vóór zijn vertrek, waarin de papieren in orde worden gebracht,
begint de uk te twijfelen of hij wel écht een Italiaantje wil
worden. Wat als zijn moeder hem nog terug wil? Wat als ze op een
dag aan de deur van het weeshuis staat en hij zit sinaasappels te
eten in het zonnige Italië? De dappere Vanya is vastbesloten om
haar terug te vinden…

Het eerste uur van de film schetst de sfeer in het weeshuis. De
oudste jongeren voeren er een “allen voor één” schrikbewind:
iedereen moet zijn bijdrage leveren om voedsel en kledij te kopen:
de jonge meisjes prostitueren zich aan vrachtwagenbestuurders, de
oudsten gaan uit stelen en de kleintjes verdienen wat extra centen
met het wassen van autoramen – of toch ten minste de koplampen
(Vanya is te klein om aan de voorruit te kunnen). Boven dit straf-
en beloningssysteem staan het hoofd van het weeshuis, – dat wel
begaan is met zijn kinderen, maar toch vooral uitgeteld van de
drank de dag op de sofa doorbrengt- en Madame met haar
bodyguard, die contacten legt met mogelijke ouders en wiens dure
kleren bewijzen dat de adopties haar geen windeieren leggen. De
kinderen zijn gehard door de situatie, verkopen stoere praat, roken
sigaretten en doorspartelen de barre winters zonder veel gemor,
maar ‘s avonds willen ze toch allemaal een verhaaltje voor het
slapengaan. Het blijven kinderharten die spreken: ze dromen
allemaal naïef weg van een beter leven in het westen, zelfs al zit
de kans erin dat er tussen de lieve adoptieouders al eens een
vermomde orgaandonor zit.

Het verhaal wordt verteld door de ogen van een zesjarige, maar
een typische kinderfilm zou ik het zeker niet noemen. Regisseur
Kravchuk registreert alles met een feeling voor mooie
beeldvoering, maar zonder de zaken te verbloemen of het iets
dromerigs mee te geven. Wat die kinderen meemaken is geen kattenpis
en bevestigt alleen maar het negatieve imago dat rond de Russische
arme buurten hangt: iedereen is er omkoopbaar en de vodka wordt al
van ‘s morgens uitgeschonken. De enige naïviteit in de film zit in
het feit dat Vanya zonder enige aanwijzing dat zijn moeder nog
leeft (laat staan dat ze terug wilt) vertrekt om haar te zoeken,
maar hij stelt deze daad puur op instinct, in zijn rotsvaste
overtuiging van de goede afloop van de zaak. Voor alle narigheid
die hem overkomt, vlucht Vanya echter niet weg in een
fantasiewereld – hij gaat de confrontatie aan.

Het idee voor zijn debuut haalde regisseur Andrei Kravchuk
trouwens uit een fait divers over een weesjongen die net
als Vanya zichzelf had leren lezen om het adres van zijn moeder te
kunnen vinden. Er zitten dus wel meer feiten in de fictie. Alleen
in het tweede deel van de film, de ontsnapping uit het weeshuis en
zijn zoektocht naar zijn moeder, merken we een breuk met de
grimmige realistische sfeer: de film neigt dan meer naar een
avonturenfilm en een kat- en muisspel ontspint zich tussen Vanya en
Madame, die hem op de hielen zit. Positief is dat er eindelijk wat
vaart komt in het verhaal, maar het realistische trekje smelt wel
zachtjes weg als sneeuw voor de zon. Het toeval speelt net iets té
netjes mee, en de nevenpersonages krijgen iets karikaturaals.

Maar over het algemeen liegt Kravchuks ervaring als
documentairemaker er niet om: hij legt het verhaal van deze kleine
held vast in een observerende stijl, zonder een oordeel te vellen
of melodramatiek op te zoeken. Ook op vlak van beeldvoering houdt
Kravchuk het eerder sober en alleen de beelden van de de kinderen
die zitten te staren achter de wazige, aangedampte ruiten, lijken
iets meer te willen zeggen dan gewoon de werkelijkheid. Ze tonen
hun hunkering naar de warmte van een gezin.

Kolya Spiridonov als Vanya zet een prachtige prestatie neer. Hij
is zo fotogeniek dat als hij een Amerikaan was, Steven Spielberg
hem waarschijnlijk al lang tegenover Dakota Fanning had gezet in
een romantische komedie voor kleuters. Je raakt hopeloos verliefd
op het kleine kereltje. Als hij Winnie the Pooh aan zichzelf zit
voor te lezen, kan je alleen zitten glunderen; wanneer hij in het
dorp de weg probeert te vragen, voel je je geroepen om hem bij te
springen. Het raakt, maar de zakdoek blijft wél mooi in de handtas
zitten. Dat Kravchuk zeker niet de melodramatische of
melancholische toer op wou gaan, blijkt nog het meest uit de
muziek, die beperkt blijft tot een zachte vingeroefening op de
allerhoogste tonen van een piano. Maar subtiel is anders. Het
getokkel is duidelijk bedoeld om afstand te creëren, maar stoort
mateloos en roept een verkeerde sfeer op. Het had beter gepast bij
een documentaire gefilmd op een verlaten concentratiekamp of iets
dergelijks. Zonder muziek of met iets melodieuzere muziek? Het was
allebei beter geweest.

‘The Italian’ is de ontdekking van een fantastische beginnende
acteur, maar door de storende muziek die je steeds uit de film
haalt en de iets te gladgestreken eindrace is het er niet eentje
geworden die ons nog lang zal nablijven. En daar hadden we
natuurlijk stilletjes op gehoopt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + vijftien =