Apse :: 27 mei 2007, AB Club

"Wij maken geen postrock maar post postrock rock", is het grapje waarmee Apse zich er van af maakt als ze weer maar eens ten onrechte dat label opgeplakt krijgen (we pleiten schuldig). Op het podium van de AB Club staat immers een regelrechte rockgroep die met veel overgave een indrukwekkende trip door zijn eigen spookhuis laat horen.

Van een slechte timing gesproken: het debuut van Apse werd slechts enkele dagen voor nieuwjaar uitgebracht. Lang nadat elke journalist zijn eindejaarslijstjes heeft opgesteld dus. Dat was verdomd jammer, want Spirit verdiende een prominente plaats in dat soort opsommingen.

Op die plaat serveert het Amerikaanse vijftal weidse, beangstigende instrumentale landschappen waarin de ijselijk vervormde stem van Robert W. Toher verdwaald rondwaart op de rand van de waanzin, voortgedreven door tribale percussie. Het is gothic sfeerschepperij vanuit de voorsteden, een manier voor frontman Toher om in het reine te komen met de innerlijke worsteling tussen goed en kwaad. Apse live heeft dan ook iets van een duiveluitdrijving. De groep gaat met veel inzet tekeer, Toher wisselt tussen de bewerkte zang ("de klank is belangrijker dan de woorden") en extra percussie.

Het is immers dat ritmische element dat de groep zijn eigen karakter geeft. Deze groep drijft op het ritme van de jungle, de manische drums van Konono N°1, maar sleurt die van evenaar tot pool voor een verkillende mistralkuur in het moeras waar Apse het verhaal van Spirit situeert.

Worden op plaat de woorden "Sigur Rós" en "postrock" richting recensentenhoofd gelokt, live is daar niets van te merken: op het podium staat een echte rockgroep die zijn nummers er recht door zee uit beukt. Dat heeft één nadeel: van de beklemmende sfeer die over Spirit hangt, is geen spoor te merken, en dat wordt nog meer gesaboteerd doordat problemen met de basdrum de vaart uit het optreden halen. Wat overblijft is niettemin nog altijd erg indrukwekkend: plaat en optreden zijn allebei iets anders, hebben hun eigen karakter.

"From The North" wordt een stuk harder aangezet dan op plaat, fungeert hier niet als sfeervolle opener, maar beukt meteen een eind weg. "Legions" barst halverwege daverend open met ratelende hi-hats, Toher die in tongen zingt en golven woeste gitaarnoise. De dansende bas die "Earth Cover US" aanzet, doet helemaal aan indianendansen denken.

Apse moet niet al te onnozel doen: wie zijn titelloze debuut-e.p. hoort, weet dat de groep ooit begon als postrockensemble. Dat is echter verleden tijd. Met die ervaring in de rugzak, heeft de groep dat geluid opnieuw in het formaat van de rocksong geduwd. "We willen niet blijven stilstaan. Volgende releases kunnen weer helemaal anders klinken", waarschuwt de groep. We kunnen ons ongeduld al bijna niet bedwingen om te weten waar het nu heen kan gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =