Bill Callahan :: Woke On A Whaleheart

Het is geen verrassing dat Bill Callahan voor het eerst een plaat
uitbrengt onder eigen naam. Het was al toen hij vorig jaar aan het
toeren was dat hij zijn alter ego (smog) van zich had afgeworpen en
wellicht staat het voor enigmatische singer-songwriters om af en
toe eens van naam te veranderen. Vraag maar aan Will Oldham en
Jason Molina.
Het kan ook zijn dat zijn verhouding met Joanna Newsom zijn
vertrouwen de hoogte heeft ingejaagd. Dat dat voorheen met Chan
Marshall niet het geval bleek, valt te begrijpen. Hij was dan wel
te horen op haar Ys, van Joanna is
geen spoor op ‘Woke On A Whaleheart’. Wie we wel ontwaren, is de
iets minder bekende Deani Pugh-Flemmings, die af en toe haar
soulstem achter Callahans typische bariton, ook wel zijn grote
handelsmerk, laat gelden.

Een belangrijk jaar in de biografie van Callahan, toen nog Smog,
was 1991. De Amerikaan kwam op de releaselijst van Drag City te
staan en verwierf de middelen om zijn muziek een stuk
professioneler aan te pakken. In de late jaren tachtig had de lo-fi
artiest op zelfgemaakte cassettes geëxperimenteerd. Het was in
1993, met ‘Julius Caesar’, dat Smog zich voluit op de Amerikaanse
indiekaart zette en er met hem werd rekening gehouden. Tot ‘A River
Ain’t Too Much To Love’ van twee jaar geleden bracht Smog, sinds
2001 (smog), tien langspeelplaten uit waarvan wij en wellicht vele
anderen ‘Red Apple Falls’ uit 1999 de nipte uitschieter vinden. De
gloednieuwe ‘Woke On A Whaleheart’ is in het lijstje ergens in het
midden te plaatsen. Het is geen hoogvlieger, maar het is verre van
slecht.

Een opvallende evolutie in het werk van Callahan is die van de
begeleiding. Het was toen hij in het begin van de 21e eeuw zijn
naam naar (smog) veranderde dat hij zijn ondersteunende
instrumenten begon te beperken in hun experiment en zijn eenvoud
opzocht. De patronen werden eenvoudig en repetitief en dat is op
‘Woke On A Whaleheart’ niet anders. Het vervelende aan deze nieuwe
plaat is dat er geen song op staat die je op een best of van de man
zou plaatsen. Anderzijds is er geen duidelijk minder nummer
aanwezig, want Callahan durft al eens slaapverwekkend uit de hoek
komen. Zo ver komt het niet op ‘Woke On A Whaleheart’, wat niet
wegneemt dat enkele songs hun langdradige momenten hebben. Neem nu
opener ‘From the Rivers to the Ocean’. Klassieke piano-intro,
chamber pop à la Lambchop, maar dan
duurt het toch te lang voor er iets opwindends gebeurt. In het
midden kennen de rivieren waarin de personages het hele nummer
zwemmen een tweetal stroomversnellingen en komt backing vocal
Pugh-Flemmings even piepen. Van het weinig creatieve einde was wat
ons betreft de helft al voldoende geweest.

Heel anders gaat het er aan toe op het swingende ‘Footprints’, dat
behoorlijk vrolijk is en door de drums op repeat een marsritme met
zich meekrijgt. Aangezien beweging een van de belangrijkste thema’s
is, valt deze keuze functioneel best te verantwoorden. Minstens
even opgewekt, zij het dit keer met een soort carrouselbegeleiding,
is ‘Day’. Het eenvoudige en drammerige pianospel lijkt zo door
Daniel Johnston
geschreven. Een van de leukste momenten op deze schijf zijn de
lijntjes “Learn from the animals / Monkeys do” waarin de
“monkeys do” door een korte stilistische variatie en een
van de steeds zeer korte interventies van Deani Pugh-Flemmings een
aangename verrassing biedt.

Afsluiter ‘A Man Needs a Woman or a Man to Be a Man’ bevat het
fijne “It’s pretty womanly in here” en bezit het meest
catchy refrein op deze release. Samen met ‘Sycamore’, dat opvalt
door zijn zachtheid en verfijnde gitaarbegeleiding, behoort het tot
het betere op ‘Woke On A Whaleheart’. Opvallend is ‘The Wheel’, dat
in typische country uit de zuidelijke staten flarden evangelie
spuit. Minder uitgelaten dan The Soggy Bottom Boys’ ‘Man of
Constant Sorrow’ uit ‘Oh Brother, Where Art Thou?’, maar met die
onmiskenbare zuiderlijke stempel.

‘Woke On A Whaleheart’ is een van de meest toegankelijke platen die
Bill Callahan tot op heden op zijn conto heeft staan. Het is een
aardige release die echter weinig substantieels aan zijn oeuvre
toevoegt en wellicht zal onthouden worden als de eerste die hij
onder eigen naam uitbracht. Niet dat hij er wakker van zal liggen.
Dat zal dan eerder van Joanna zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 15 =