Infamous




Van een ongelukkige timing gesproken: regisseur Douglas McGrath
begon in 2004 te werken aan ‘Infamous’, een gefictionaliseerd
verslag van de ervaringen die Truman Capote had tijdens het
schrijven van zijn meesterwerk ‘In Cold Blood’. Hij was daar nog
maar goed en wel mee bezig toen hij moest vaststellen dat
gelijktijdig een andere filmploeg met identiek hetzelfde verhaal
aan de slag was. Regisseur Bennett Miller haalde als eerste de
eindstreep met ‘Capote’ en werd op
superlatieven onthaald. ‘Capote’ werd beschouwd
als één van de beste films van 2005 en hoofdacteur Philip Seymour
Hoffman kreeg een (overigens welverdiende) Oscar voor de moeite.
McGrath, die ondertussen ‘Infamous’ had afgewerkt, moest een jaar
wachten voordat de studio het aandurfde om zijn versie van het
verhaal in de zalen te brengen en toen dat dan toch gebeurde, waren
de reacties bijna unaniem: goed… maar ‘Capote’ was toch beter.
‘Infamous’ verwelkte al gauw in de schaduw van zijn bekendere
evenknie. Fair is dat misschien niet, maar gezien de situatie is
het onvermijdelijk dat je gaat vergelijken en ja hoor, het cliché
klopt: ‘Infamous’ is niet echt slecht, maar ‘Capote’ deed alles wat
‘Infamous’ doet aanzienlijk beter.

Het verhaal is over de hele lijn hetzelfde als dat van ‘Capote’:
in november 1959 wordt in Holcomb, een slaperig boerengat in
Kansas, het gezin van een rijke landbouwer om het leven gebracht.
Truman Capote, schrijver van ‘Breakfast at
Tiffany’s’
, societynicht, opschepper en meesterlijke verteller
van sappige roddels, leest een artikel over de moord en besluit er
een eigen verhaal over te schrijven. Samen met zijn beste vriendin
Nelle Harper Lee (schrijfster van ‘To Kill a Mockingbird’)
trekt hij naar Holcomb, waar hij aanvankelijk als een buitenaards
wezen wordt nagekeken, maar na een tijdje toch wordt aanvaard.
Wanneer de moordenaars worden gepakt, komt Capote echter in een
lastige emotionele situatie terecht: hij gaat zich identificeren
met één van de daders, Perry Smith (Daniel Craig) en wordt zelfs
stilletjes verliefd op hem. Capote komt in tweestrijd tussen zijn
wens om z’n boek af te maken (wat de dood van Perry betekent) en
zijn hevig seksueel geladen vriendschap met Smith.

Het opvallendste verschil tussen de beide ‘Cold Blood’-films, is
de toon ervan. ‘Capote’ was een
duistere, kille film, die net zo goed in zwart-wit gedraaid had
kunnen worden en continu een diepe soberheid en ingehoudenheid
uitstraalde. De emotie van het verhaal kwam langzaam maar zeker
naar de oppervlakte, maar werd nergens uitgemolken. ‘Infamous’
daarentegen, is conventioneler in z’n opbouw en daardoor ook
makkelijker toegankelijk. We krijgen tijdens het eerste half uur
een in rijkelijke kleuren gedrenkte episode over het bruisende
sociale leven van Capote in New York, en ook nadat hij z’n intrek
neemt in Holcomb, blijft er erg veel humor en leven in de film
zitten. Het is pas tijdens het tweede uur, wanneer Perry Smith
wordt geïntroduceerd en de relatie tussen de twee mannen centraal
komt te staan, dat de toon van de film omslaat en serieuzer
wordt.

‘Infamous’ lijkt met die aanpak meer te hengelen naar de
sympathie van de kijker: Truman Capote is een beetje een windei,
dat wel, hij roddelt graag en hij hangt graag sterke verhalen op –
maar hij is ook, bij gebrek aan een beter woord, schattig.
Hij heeft iets knuffelbaars. De Capote van Bennett Millers film,
daarentegen, was een man die duidelijk continu met z’n eigen
demonen aan het worstelen was en zichzelf een
party-identiteit aanmat om z’n kwetsbaarheid niet te
moeten tonen. Zelfs wanneer hij met een cocktail in z’n handen de
dandy stond uit te hangen op een cocktailfeestje, merkte je dat er
daaronder nog andere dingen schuilgingen, die veel minder vrolijk
waren. Dat is een dimensie die in ‘Infamous’ verloren gaat, omdat
de regisseur het makkelijker wil maken voor het publiek. Hij wil
Truman Capote aan het begin van het verhaal introduceren als iemand
die in essentie vrolijk en onschuldig is – hij heeft hooguit een
kinderlijk egoïsme waarmee hij anderen voor het hoofd kan stoten.
Het schrijfproces van ‘In Cold Blood’ verandert hem. In ‘Capote’ haalt dat
proces enkel de duistere kant in de schrijver naar boven, die
altijd al aanwezig was.

Daaraan gekoppeld is er het sentiment van de film. ‘Capote’ was resoluut
onsentimenteel: de moorden zelf werden niet getoond, de executie
van de daders aan het einde werd kort en to the point
gehouden. In ‘Infamous’ drukt McGrath meer op de voor de hand
liggende emotionele knopjes. We krijgen lange monologen over de
kindertijd van zowel Capote als Perry Smith, geïllustreerd met in
flou artistique gefilmde flash-backs. De seksuele spanning
tussen de twee mannen, een subtiele subtext in de eerste film,
wordt hier helemaal naar de oppervlakte gebracht. De executiescène
wordt – typerend – uitgemolken voor alles wat hij waard is en we
krijgen zélfs een moment waarop Smith een liedje zingt voor Capote.
Een liedje, zeg ik u!

De acteurs zijn in hetzelfde bedje ziek: goed, maar niet van
hetzelfde niveau als hun concurrenten. Toby Jones, een Brits acteur
die laatst te zien was in ‘The Painted Veil’,
heeft de maniertjes van Capote perfect ingestudeerd, maar waar je
bij Philip Seymour Hoffman na een tijdje de verwijfde maniertjes
vergat om het personage te zien dat eronder schuilging, blijft
Jones duidelijk tot het einde een performance geven. Toby
Jones speelt, en hij speelt goed. Maar Hoffman wàs gewoon Capote,
hij ging dieper. Hetzelfde geldt voor Sandra Bullock, die hier
Catherine Keener opvolgt als Harper Lee en nog niet tot aan haar
enkels reikt. Enkel Daniel Craig vormt een aanzienlijke verbetering
op Clifton Collins Jr. Zijn personage wordt beter uitgewerkt en
Craig geeft een geloofwaardige menselijkheid en lichamelijkheid aan
zijn rol.

En dan zijn er nog een paar zelfbewuste filmische trucs die
Douglas McGrath beter achterwege had gelaten: zo onderbreekt hij af
en toe zijn verhaal om nep-interviews te tonen waarin vrienden en
kennissen van Capote commentaar geven op het hele gebeuren. Telkens
wanneer hij dat doet, worden we uit de film gehaald. En bovendien
besteedt de regisseur teveel aandacht aan het roddelcircuit van New
York, waarin Capote druk de ronde doet. Ongeveer een half uur van
de film wordt opgeofferd aan sterke verhalen die worden verteld
over dure lunchen – tegen die tijd hebben we het al lang gesnapt,
hoor. Die New Yorkse society wordt gespeeld door een
pleiade aan bekende gezichten in betekenisloze rolletjes, waaronder
Sigourney Weaver, Hope Davis en een Gwyneth Paltrow wiens
aanwezigheid zo goed als onverklaarbaar is.

Wat zou ik van deze film gedacht hebben als ‘Capote’ nooit had
bestaan? Ik zou ‘m allicht beter hebben gevonden, waarschijnlijk
meer waardering hebben kunnen opbrengen voor de acteurs. Maar goed,
de kans is groot dat wie geïnteresseerd is in ‘Infamous’ ook
‘Capote’ wel
gezien zal hebben, dus fair of niet, de film hangt nu eenmaal onder
die schaduw. En dan kun je weinig anders zeggen dan: voor de acht
euro die je betaalt voor een bioscoopticket, kun je tegenwoordig de
dvd van ‘Capote’
al in huis halen. Doe dat liever.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × vier =