The Last Mimzy




Als er één ding is dat de ‘Harry Potter’-films hebben bereikt,
dan is het wel een verhoogde zichtbaarheid voor jeugdfilms.
Kindervoer beperkte zich tot voor een paar jaar hoofdzakelijk tot
animatiefilms – al de rest verdween al snel naar de videotheek, of
werd rechtstreeks voor tv geproduceerd. Dat is nu anders – in het
kielzog van de tovenaarszoon kregen we high profile
koterpellicule à la ‘Chronicles of Narnia’ en ‘Bridge to
Terabithia’ in de maag gesplitst. Met wisselend succes. ‘Narnia’
was een irritant katholiek sprookje, ‘Therabithia’ dan weer een
verrassend mooie tranentrekker. ‘The Last Mimzy’ probeert qua
inhoud ergens een plaatsje te veroveren tussen die twee films in.
Er zit fantasy in, maar lang niet zoveel als in ‘Narnia’, en er zit
sentiment in, maar lang niet zo succesvol als in ‘Therabithia’.
Regisseur Robert Shaye maakt hier een nogal geforceerde cocktail,
samengesteld uit science fiction, new age-geneuzel, en
zowel ecologische als politieke boodschapjes.

Noah en Emma (Chris O’Neil en Rhiannon Leigh Wryn) zijn twee
kinderen van hun generatie: hij is ongeveer tien, zij een jaar of
vijf en ze groeien op in een gezin waar iedereen z’n eigen tv
heeft, z’n eigen videospelletjes, z’n eigen iPod en z’n eigen dvd.
Vader Timothy Hutton is een workaholic, die het niet slecht bedoelt
maar in de praktijk de opvoeding van zijn kinderen maar al te vaak
overlaat aan moeder Joely Richardson. In een poging om wat
quality time met het gezin door te brengen, vertrekken ze
tijdens het paasweekend naar hun strandhuis, waar Noah en Emma een
kistje met eigenaardige voorwerpen vinden. Een pluchen konijn,
enkele stenen en een soort van blauwe console waarvan ze geen flauw
idee hebben wat het kan zijn. Kort na hun vondst beginnen er dingen
te veranderen in het huishouden: Noah en Emma vertonen plots
tekenen van bizarre intelligentie, en ze kunnen schijnbaar enkel
met hun wilskracht de stenen doen bewegen. Het wordt al snel
duidelijk dat er iets heel vreemds aan de hand is met de voorwerpen
uit het kistje.

Vanaf dat punt wordt de plot van ‘The Last Mimzy’ steeds gekker
en gecompliceerder. Eén van de personages zegt aan het einde: “Ben
ik de enige die niet snapt wat er gaande is?,” en de kans is groot
dat het antwoord “nee” is. De regisseur en scenaristen sleuren er
zoveel verschillende dingen bij, het één al zweveriger dan het
ander, dat het zelfs voor een volwassene soms al moeilijk is om nog
bij te houden waar die verdomde stenen vandaan komen en wat hun
functie wel mag zijn. Laat staan voor kinderen. Robert Shaye geeft
ons aliens, mandalas, handlezers, kinderen die hypergevoelig zijn
voor de één of andere psychische kracht en telekinese. Genoeg
new age-geitenwollensokkenonzin om een thema-avond met
Geena Lisa te vullen. Want ziet u, onder invloed van de voorwerpen
die ze gevonden hebben, begint Noah onwillekeurig mandala’s te
tekenen op zijn schoolschriften. Wanneer zijn leraar fysica, een
gesjeesde alternativo die net terug is van Nepal, dat ziet, trekt
hij meteen een gezicht alsof er iemand in de kamer net een scheet
heeft gelaten en hij zich afvraagt wie. We begrijpen: dit is
betekenisvol. Zijn al evenzeer van de pot gerukte vriendin gaat de
handpalmen van zowel Noah als zijn zusje lezen, en wanneer zij haar
mond open laat zakken en zich een gezichtsuitdrukking aanmeet alsof
haar string is verschoten, weten we opnieuw: dit is betekenisvol.
“Oude culturen geloofden dat er af en toe kinderen worden geboren
die héél bijzonder zijn,” fezelt die vriendin in een poging ontzag
weer te geven. “En die kinderen… die zijn héél bijzonder.” Jaja,
de mechaniek achter het verhaal is ei zo na feilloos.

Heel wat sillyness dus in deze ‘Last Mimzy’, maar dat
alles verhindert de film wel om een echte samenhang te vinden. Wat
is nu de clou van de film, waar gaat het nu echt over, waar leidt
het allemaal naartoe? Zelfs aan het einde is dat nog steeds niet
helemaal duidelijk – een epiloog die zich afspeelt in de toekomst
beantwoordt wel een paar vragen, maar de prent blijft een
samenraapsel van half uitgewerkte ideeën en thema’s.

Er zit zeker en vast een ecologisch standpunt in ‘The Last
Mimzy’, wat onmiskenbaar duidelijk wordt uit de proloog en epiloog,
waarin een in gewaden geklede dame ons weet te vertellen dat “de
aarde bijna op was”, en uit een scène waarin de fysicaleraar een
slang met twee koppen toont aan zijn klas. “Dit is wat wij doen
door te vervuilen.” In die enkele individuele scènes komt dat idee
naar de oppervlakte, maar verder doet Shaye er zo goed als niks
mee. Ook een politieke subtext komt nogal overbodig over. Noah en
Emma veroorzaken immers een stroompanne in hun buurt (dat heb je
als je met mysterieuze stenen en konijnen zit te spelen), met als
gevolg dat homeland security er ogenblikkelijk op
afgestormd komt om hen te arresteren “voor hun eigen veiligheid”.
Maar ook hier heb je weer een idee dat in de groep gegooid wordt en
vervolgens verzuipt tussen het scheefgetrokken spiritualisme.

De twee kinderen die hier de hoofdrollen spelen brengen het er
opvallend goed van af – ze zien er onvermijdelijk schattig uit, ja,
maar ze worden verrassend genoeg niet irritant en ze krijgen hun
dialogen met een zeker naturel uit hun mond. Dat is meer dan je
kunt zeggen van sommige volwassenen. Timothy Hutton en Joely
Richardson staan overduidelijk onverschillig te wezen in een film
waar ze verder geen enkele voeling mee lijken te hebben en maken
zich er van af met ijskoud professionalisme, onder het motto:
“hier, je hébt je vertolking, laat me nu verder met rust”. En
Michael Clarke Duncan, de grote vriendelijke reus uit ‘The Green
Mile’, loopt te schmieren in een zinloos bijrolletje als
FBI-agent.

‘The Last Mimzy’ is een film die bestaat uit losse ideeën die
maar niet aan elkaar willen blijven kleven. De plot is dan ook een
warboel, met spirituele mumbo jumbo zover het oog kan
zien, zonder dat er ergens naartoe gewerkt wordt. Ergens halverwege
wilde ik ‘Simpsons’-gewijs uitroepen: “The children! Won’t
somebody please think of the children?!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − 16 =