Brett Anderson :: 24 april 2007, Botanique

Wat hem op plaat niet lukte, werkte wel op het podium van de Botanique: Brett Anderson werd een solo-artiest. En dat door eigenlijk niks te veranderen in vergelijking met vroeger. Ouder, milder, wat dan ook geworden, hij blijft nog altijd hetzelfde podiumbeest.

”Je hoort zijn gitaar niet, maar zijn naam staat wel op de plaat. Ik wist dat dit zou gebeuren, want het gebeurde ook met Johnny Marr”, grinnikte Sice van Boo Radleys toen hij ooit de eerste single van McAlmont & Butler besprak. Net als die gitaarheld van The Smiths destijds, was ook Bernard Butler opgestapt uit Suede om zijn creatieve partner Brett Anderson.met de gebakken peren (en een te promoten album) te laten zitten. En met al de spanningen tussen gitarist en frontman, flamboyante trekjes en de titel van Koningen van de Britse Indierock, was Suede altijd al een beetje de nieuwe Smiths geweest.

Suede kwam er bovenop met een nieuwe gitarist, maar we wisten dat het er, onvermijdelijk, ooit van zou komen: net als Morrissey ging ook Anderson onlangs solo, zij het met iets minder succes bij de critici dan die Smiths-frontman. Zijn titelloze debuut ontlokte zelfs bij de meest overtuigde Suedehead niets meer dan een “bof”, maar slaagde er toch in genoeg enthousiasme te creëren om het concert van dinsdag niet links te laten liggen. Al was het maar for old times sake.

Ze staan er dus: de bubblegum-meisjes zij aan zij met de wat ouder wordende dramaqueens mét madam. En ze staan er vroeg, want net als bij Morrissey is er bij Anderson enige idolatrie gemoeid. De narcistische frontman laat zich dat maar al te graag welgevallen en geeft meteen maar wat handjes aan de eerste rij, vooraleer in opener “To The Winter” de open deur in te trappen: “There’s a monster in me”.

De miserabilistische single “Love Is Dead” (“Nothing ever flows / Nothing ever goes in my life”) wordt in dit live-arrangement een regelrecht hymne, en twee nummers in de set is dat slappe debuut al vergeven. Op de planken krijgen deze nummers immers wél het juiste potige arrangement, en met de op plaat al te dominante strijkers en synths naar de achtergrond verdrongen, blijkt het nieuwe materiaal helemaal niet zo flauw tegenover wat vooraf ging. Gitarist Dare mag meer dan eens wat loos gaan terwijl een grijnzende Anderson toekijkt. Dit heeft wel degelijk punch.

Ook “One Lazy Morning” krijgt de lading die het op plaat miste, “Dust And Rain” blijkt een killer van een song die enthousiast wordt meegezongen. “Back To You” was zo’n sterke song dat Anderson hem maar met node afstond voor de plaat van zijn schrijfpartner en toetsenist Fred Ball (van de Noorse band Pleasure), maar live brengt de zanger het nummer alsof het wel degelijk van hem had horen te zijn: met verve en aplomb.

Want eigenlijk is er niets veranderd. Anderson blijft Anderson, een arrogante, zelfingenomen poseur, die met zijn lange lijf en een perfecte timing een podium weet in te palmen. Dat het microonfoonzwieren en kontkletsen er niet meer bij is, valt niet eens op: zo vertrouwd doet het aan om Anderson op een podium bezig te zien.

Ten tijde van The Tears, dat tussentijdse nieuwe project met Butler, weigerde Anderson oude Suedenummers te spelen. Die fobie is vanavond weg. “Het zijn uiteindelijk goeie songs, en ze zijn ook van mij”, stelde hij daarover ’s middags. “By The Sea” wordt al halverwege opgediept en tot groot jolijt van het publiek zijn de bissen helemaal gewijd aan het verleden. En hoé: Anderson waagt zich akoestisch aan een Franse brabbelversie van “The Power” (“La Puissance”) en een meegekeelde versie van “The Wild Ones”.

Heerlijke elektrische versies van “Trash” en “Beautiful Ones” maken die finale vol, en tegen dan is het publiek al lang overtuigd: Brett Anderson is anno 2007 geen voer voor nostalgologen, maar een herboren frontman die, met een goede vijftien jaar aan geweldige songs onder de arm, nog minstens even lang door kan gaan. We hadden het eigenlijk moeten weten: het is Morrissey immers ook overkomen.

DE FOTO'S

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien − drie =