Kieran Hebden And Steve Reid :: Tongues

‘”k hou niet van improvisatie. Bij improvisatie weet je niet wat je
doet”: dat heeft David Lynch ooit laten
optekenen in een interview. Op dat vlak verschillen we van mening
met de meester. Net als in koortserige, schijnbaar associatieve
dromen als Mulholland
Drive
en Inland
Empire
kan je immers zalig wegzakken in het drijfzand van een
jamsessie. Zweven op een wolk van ongecontroleerde spontaniteit en
onverwachte ingevingen om dan van op de aarde versteld te staan van
je eigen creaties, is nu net de charme van improvisatorische
muziek. Kieran Hebden en Steve Reid hebben met ‘The Exchange
Sessions’ al twee ontdekkingstochten langs elkaars universums
achter de rug en ‘Tongues’ is het derde conclaaf van hun muzikale
coalitie. Op ‘The Exchange Sessions Vol. 1 & 2’ werd er als
onzekere geliefden nog voorzichtig afgetast met lange, weinig
boeiende jams tot gevolg, maar op ‘Tongues’ zouden de twee to the
point komen met baldadige, beknoptere improvisatie-pop. Jammer
genoeg klinkt het gekrioel en gefrunnik van repetitieve drumgrooves
en jachtige elektronica vaak even geforceerd als de seksuele
spanning tussen Temptation Island-kandidaten en wordt er slechts
sporadisch naar extatische orgasmes toegewerkt.

Hebden en Reid zijn beiden meesters in hun vak. De uitgekiende
organische elektronica van Hebden als Four Tet bereikte met
‘Rounds’ een briljant hoogtepunt en zijn freejazz-experimenten op
Everything
Ecstatic
werden eveneens fel gesmaakt. De link met de
hypnotiserende drumstijl van Steve Reid is dan ook vlug gelegd.
Reid beroerde immers onder meer de vellen bij Miles Davis en James
Brown. De chemie tussen de twee zou dus voor geknetter moeten
zorgen, maar op ‘Tongues’ lijken Hebden en Reid een andere taal te
spreken. Reid laat zich als een papieren bootje op een zacht
kabbelend riviertje meevoeren en houdt zich aan zijn repetitieve
grooves, terwijl Hebden met nerveuze klanken de soundscapes in een
stroomversnelling wil plaatsen. De confrontatie tussen de lome opa
en de opgenaaide, gejaagde kleinzoon levert dan ook geen vuurwerk
op, maar wel irritatie en overbodige nervositeit.

In opener ‘The Sun Never Sets’ maken Reid en Hebden wel nog hand in
hand een wandeling zonder elkaar ten val te brengen. Hebden
probeert zich soms los te rukken met gestoorde samples van ruis en
gekraak, maar de bedaarde snaredrum van Reid houdt alles onder
controle. ‘Brain’ lijkt dezelfde weg op te gaan met het stevige
kick-en cymbaalwerk van Reid, maar gaandeweg raken de twee elkaar
kwijt en verdwalen ze in hun eigen jam. Ook in ‘People Be Happy’ en
‘Rhythm Dance’ spreken ze naast elkaar zonder elkaars muzikale
verhaal te absorberen, resulterend in grillige, maar weinig
boeiende klankdiscussies.

‘Tongues’ heeft zeker zijn momenten en het innige getongzoen van
stijlen levert soms interessant en fascinerend geluidsvoer op. Het
grootste deel van deze plaat bestaat echter uit slaapverwekkende
improvisatie-experimenten en irritante avant-garde waar vooral Reid
en Hebden zelf plezier aan beleefd hebben. De twee kompanen hadden
best een moderator tijdens hun sessies kunnen gebruiken om
dovemansgesprekken te vermijden. Waar is Ivan De Vadder als je hem
nodig hebt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 16 =