Bromheads Jacket :: Dits From the Commuter Belt

Mensen die denken dat ze dit allemaal eens eerder hebben gelezen:
dat is best mogelijk, want voor de verandering gaan we het hier nog
een keer hebben over een nieuwe! jonge! hotte! band uit Sheffield,
stad van Pulp en staal, Cockers en Monkeys, Human League
en Long
Blondes
. Voor veel mensen is de heersende Britse gitaargolf
intussen een even zware beproeving als de zeven plagen van Egypte,
maar af en toe drijft er dan toch nog een bandje boven dat we nog
gauw willen opvissen alvorens de stop uit het bad te trekken.

Een groep die al een paar jaar doorheen Engeland toert, met een
steeds langere sliert fans achter zich aan, is Bromheads Jacket.
Omdat de band opereert vanuit Sheffield worden ze wel eens
gemakshalve op één hoop geveegd met Milburn, The
Harrisons en andere Arctic Monkeys-sound-alikes, en daar is het
trio allerminst gelukkig mee. Ten eerste is geen van de drie
afkomstig uit Sheffield (ze leerden elkaar kennen aan de
universiteit), ten tweede verklaren ze de (sporadische)
gelijkenissen met Arctic Monkeys door het feit dat zowel Alex
Turner als Bromheads-frontman Tim Hampton de mosterd haalden bij
ene Jon McClure, een andere songschrijver uit de Sheffield-scene
die al véél langer uitpakt met uit het (puber)leven gegrepen
songteksten.

Bromheads Jacket ziet het levenslicht in 2004, wanneer zanger,
gitarist en tekstschrijver Tim Hampton bassist Jono West wegplukt
bij een andere band en deze laatste op zijn beurt drummer Dan
Potter meebrengt. De groep krijgt landelijke bekendheid wanneer de
NME een artikel afdrukt over ‘our friends from the north’:
jonge veelbelovende groepen uit Leeds en Sheffield, waaronder dus
naast The Long Blondes, ¡Forward, Russia! en
The Sunshine
Underground
ook Bromheads Jacket wordt gerekend. Na haast
onafgebroken optreden (ook in de States) en de singles ‘Woolley
Bridge’ en ‘What Ifs + Maybes’, versiert de groep een
platencontract bij Marquis Cha Cha. Meteen wordt met ‘Trip to the
Golden Arches’ een derde single op de wereld losgelaten, en kort
daarop deze eerste langspeler.

‘Dits From the Commuter Belt’ werd opgenomen in de studio van
ex-Fat Truckers-drummer Ross Orton, die samen met ex-Pulp (en nu
Jarvis-)bassist Steve Mackey ook tekende voor de productie. Deze
laatste was ook al (mede)verantwoordelijk voor Someone to Drive You
Home
van The Long Blondes, een zuivere popplaat dus, op ‘Dits
From the Commuter Belt’ bewijst hij er niet voor terug te deinzen
zijn handen vuil te maken aan het iets smerigere, ruwere werk. Na
de eerste beluisteringen van deze plaat hingen we, bijna
letterlijk, murw in de touwen, en brachten we een oprecht ‘Wauw!’
uit. De plaat klinkt zo direct, rauw, ongekunsteld en bij momenten
onaf dat het moeilijk te geloven is dat hier een producer aan te
pas is gekomen.

De teksten van Hampton zijn van eenzelfde onbehouwenheid en even
direct als de muziek: niets verhullende of verbloemende verhalen
over jong zijn in een grote stad in de 21ste eeuw. Niks nieuws,
zult u nu denken, en terecht (zevenhonderd drieëndertig groepjes
gingen hen voor), maar Bromheads Jacket gaat nog een stapje verder
door echt niks aan de verbeelding over te laten en zonder het
gebruik van eufemismen, beeldspraak of vergezochte rijmelarijen
hyperrealistische taferelen neer te zetten. In de meeste gevallen
komt de groep daarmee weg; vaak is het resultaat zelfs grappig of
spannend, maar wanneer Hampton in ‘Rosey Lee’ een ongetwijfeld goed
bedoelde smeekbede richt aan het adres van een heroïnehoertje,
hadden we eerder zoiets van: ‘Hier hebben wij eigenlijk geen zaken
mee, neem je gitaar en ga onder het raam van haar peeskamertje
staan.’

Anyway, de teksten van Hampton leverde de groep met Mike
Skinner (aka The Streets) alvast één beroemde fan op. Louter
muzikaal slingert de groep heen en weer tussen rauwe punk en
grungerock (de Nirvanavariant). Wanneer we echter abstractie maken
van de teksten (die zijn zo direct dat de verrassing er na de
eerste keer af is) blijft er wel een erg genietbaar, zelfs
opwindend plaatje over, met vlijmscherpe gitaarpartijen, grommende
bassen en bonkende, holle drums. Outstanding zijn de drie singles,
erg sterk (en leuk qua lyrics) ‘He Likes Them Airbrushed’, ‘Going
Round to Have a Word’ en ‘Fight Music For the Fight’.

Al bij al is de balans dus zeker positief, en is dit plaatje een
aanrader voor al wie in onmin leeft met zijn buren en nog wat olie
op het vuur wil gooien of die het slopen van hun woning of de
betreffende buurman wil laten begeleiden door een passend
muziekje!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 20 =