Amiina :: Kurr

Eind jaren ’80 werden de muzikale toegangspoorten tot het barre
IJsland door The Sugarcubes al op een kier gezet, om tien jaar
later door de solocarrière van zangeres Björk Guðmundsdóttir
wagenwijd opengetrapt te worden. Sindsdien lijkt het alsof er een
vleugje toverstof in de grond van het eiland zit, want met de
regelmaat van de klok komt een nieuw stukje IJslandse pracht onze
mp3-speler binnenzweven. Sigur Rós, mùm en eenmansband
Mugison zijn
misschien wel de bekendste voorbeelden.

In de slipstream van beschermheren Sigur Rós heeft Amiina nu in
eigen beheer een eerste album uitgebracht. De 4 dames waren eerder
al te horen in het voorprogramma en op de laatste twee platen van
Jónsi en de zijnen. Op Takk zorgden ze met
hun strijkers voor net dat extra beetje magie, tijdens ‘Mílanó’
bijvoorbeeld. Naast violen en cello’s bespelen de meisjes nog 101
verschillende instrumenten, waaronder een zingende zaag, xylofonen
en belletjes.

Naar eigen zeggen wilden ze op hun debuutplaat wat meer de poppy
kant opgaan, voor zover dit een juist woord is in het geval van
Amiina. De nummers gaan erg traag vooruit, al hoeft dit niet meteen
iets negatiefs te zijn. De grens tussen ‘hypnotiserend traag’ en
‘doodsaai’ is echter flinterdun. Helaas lukt het de meisjes niet
altijd om aan de goede kant te blijven. De intense spanning die van
het luisteren naar Sigur Rós zo’n opwindende ervaring maakt, is op
‘Kurr’ grotendeels afwezig. De hoesfoto, die de groep toont tijdens
een theekransje (compleet met breinaalden) is een metafoor voor het
gezapig voortkabbelen van deze cd.

Nu is er niets mis met een groep die gewoon eens, wars van alle
trends en conventies, ‘mooie muziekjes’ wil maken, en ‘Kurr’ ís dan
ook een heel mooi plaatje. Neem nu de eerste single, ‘Seoul’, die
zeven minuten duurt en klinkt als een oud muziekdoosje dat je onder
een laag stof op de zolder van je grootouders terugvindt, links van
de dia’s van de reis naar de Ardennen in 1969. Zo een met een klein
ballerina’tje dat pirouettes maakt tijdens de muziek. Dié
nostalgische, dromerige sfeer wil Amiina oproepen, en tijdens
‘Seoul’ slagen ze hier absoluut in.

Een ander hoogtepunt is ‘Sexfaldur’. Ondanks de lichtjes obscene
titel (‘Sexfaldur’ is nochtans gewoon IJslands voor ‘zesvoudig’) is
dit een dromerig, stil liedje dat gedomineerd wordt door prachtige
strijkers en een xylofoon. Hoe simpel het nummer ook mag lijken,
het is meer dan zomaar behangpapiermuziek. Wie ernaar luistert,
blíjft ook luisteren, net zoals de zeemannen in Homeros’ Odysseia
betoverd werden door het lieflijke gezang van de zeemeerminnen.
Held Odysseus beval zijn mannen was in de oren te stoppen, maar wij
duwen zonder dralen de repeatknop in.

En zo staat er eigenlijk geen enkel echt minder nummer op deze cd.
Helaas bevat ‘Kurr’ ook geen enkel moment waardoor we kippenvel op
onze armen voelen of ons nekhaar recht komt te staan. Het
vlijmscherpe randje dat de andere IJslandse indie-muziek zo
beklemmend en speciaal maakt, is hier nergens te bespeuren. Het is
verleidelijk om deze plaat na enkele luisterbeurten beu te zijn en
als ‘saai’ te bestempelen. Wie echter houdt van het genre, en
bereid is om zich helemaal te verliezen in de sprookjeswereld van
Amiina, zal ‘Kurr’ een prachtige cd vinden.

De kleine zusjes van Sigur Rós zijn groot geworden, en hebben op
hun debuut al meteen een heel eigen sound gevonden, waarin hun
klassieke opleiding duidelijk doorschemert. Wij zijn nog niet
helemaal onder de indruk, maar deze plaat doet het beste verhopen
voor de toekomst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + elf =